De Nederlandse economie groeit dit jaar minder hard dan eerder werd verwacht. De Nederlandsche Bank rekent voor 2026 nu op een groei van 0,8 procent. Eind vorig jaar ging DNB nog uit van 1,2 procent. De bijstelling komt vooral door de oorlog in het Midden-Oosten, hogere energieprijzen en onzekerheid bij consumenten en bedrijven.
De nieuwe Voorjaarsraming laat zien dat de economie nog wel groeit, maar duidelijk afkoelt. In 2025 nam het bruto binnenlands product nog met 1,8 procent toe. Dit jaar valt dat tempo volgens DNB dus terug naar 0,8 procent. Daarmee blijft Nederland uit een recessie, maar de groei wordt smaller gedragen dan eerder gedacht.
Vooral de overheid houdt de economie dit jaar op gang. Hogere uitgaven aan onder meer zorg en defensie zorgen nog voor groei, terwijl huishoudens en bedrijven juist voorzichtiger worden. Consumenten geven minder makkelijk geld uit en bedrijven stellen investeringen uit. De Nederlandse economie draait daardoor niet stil, maar mist wel kracht vanuit de markt.
Hogere energieprijzen drukken op huishoudens en bedrijven
De belangrijkste nieuwe factor in de raming is de onrust in het Midden-Oosten. Door de oorlog zijn olieprijzen fors gestegen en is de onzekerheid over energievoorziening toegenomen. Dat raakt Nederland op meerdere manieren tegelijk. Huishoudens merken hogere prijzen bij energie en vervoer. Bedrijven krijgen te maken met hogere productiekosten en kunnen daardoor minder ruimte hebben om te investeren of te produceren.
Bas ter Weel, directeur monetaire zaken bij DNB, zegt tegen de NOS: “Door hogere energieprijzen houden consumenten de hand op knip. De economie is onzekerder. Bedrijven hebben hogere productiekosten en dan gaan ze minder produceren”.
Die combinatie verklaart waarom DNB de groeiverwachting verlaagt. Hogere prijzen raken het besteedbaar inkomen van huishoudens, terwijl bedrijven minder zekerheid hebben over kosten, afzet en financiering. Daardoor blijven aankopen, investeringen en exportgroei achter.
Consumenten houden meer geld achter de hand
DNB ziet dat huishoudens voorzichtiger zijn geworden. Door hogere prijzen hebben consumenten minder te besteden. Ook het vertrouwen in de economie staat onder druk, waardoor mensen eerder geneigd zijn om geld opzij te zetten in plaats van het uit te geven.
Dat is begrijpelijk vanuit huishoudens, maar het remt de economie. Consumptie is een belangrijke motor van groei. Als mensen minder besteden aan producten, diensten, horeca, reizen of grotere aankopen, merken bedrijven dat direct. Zeker in sectoren die sterk afhankelijk zijn van binnenlandse vraag kan dat gevolgen hebben voor omzet en investeringsplannen.
Volgens DNB stagneert de consumptie in 2026. Pas in 2027 en 2028 trekt de consumptiegroei weer aan, als de onzekerheid afneemt en energieprijzen dalen. Dat herstel is dus wel opgenomen in de raming, maar blijft afhankelijk van de vraag of de spanningen op de energiemarkt inderdaad afnemen.
Bedrijven stellen investeringen uit
Ook bedrijven worden voorzichtiger. Hogere energiekosten, oplopende rentes en geopolitieke onzekerheid maken investeringen minder aantrekkelijk. Ondernemers wachten sneller met nieuwe machines, uitbreiding, verduurzaming of extra personeel wanneer zij niet weten hoe sterk de vraag blijft.
Daar komt bij dat de wereldhandel minder hard groeit. Nederland is als open economie sterk afhankelijk van export. Wanneer internationale vraag afzwakt, merken Nederlandse bedrijven dat relatief snel. DNB wijst erop dat de uitvoer van producten en diensten minder hard groeit, mede doordat de wereldhandelsgroei vertraagt.
Ook verliest Nederlandse uitvoer van eigen bodem marktaandeel door relatief hoge loon- en energiekosten. Dat maakt de concurrentiepositie kwetsbaarder. Bedrijven kunnen hogere kosten niet altijd volledig doorberekenen, zeker niet wanneer buitenlandse concurrenten goedkoper kunnen produceren.
Inflatie hoger dan eerder verwacht
Naast lagere groei verwacht DNB ook een hogere inflatie dan eerder geraamd. Voor 2026 gaat de centrale bank nu uit van 2,7 procent. In december werd nog 2,4 procent verwacht. De inflatie ligt daarmee wel lager dan in 2025, toen het cijfer uitkwam op 3,0 procent.
De stijging ten opzichte van de eerdere raming komt vooral door duurdere energie. Toch benadrukt DNB dat de situatie anders is dan tijdens de energiecrisis van 2022. Toen stegen vooral de gasprijzen extreem hard en draaide de economie nog op volle kracht. Nu zijn vooral olieprijzen bepalend en is de economie al aan het afkoelen.
Dat betekent dat de inflatie wel oploopt, maar minder sterk dan in eerdere crises. Huishoudens gaan bovendien zuiniger om met energie dan een paar jaar geleden. Ook is Nederland minder afhankelijk van olie dan tijdens de oliecrisis van de jaren zeventig. Daardoor is de doorwerking naar de totale inflatie beperkter.
ECB verhoogde rente om inflatie te remmen
De hogere inflatieverwachting staat niet op zichzelf. De Europese Centrale Bank verhoogde eerder al de rente met een kwart procentpunt om prijsstijgingen af te remmen. Een hogere rente maakt lenen duurder. Daardoor kunnen consumenten en bedrijven minder makkelijk grote aankopen of investeringen financieren, wat de vraag in de economie afremt.
Dat kan helpen om inflatie te beteugelen, maar het heeft ook een keerzijde. Voor bedrijven worden investeringen duurder en voor huishoudens kunnen hypotheken of andere leningen zwaarder wegen. Zeker in een periode waarin de groei al vertraagt, is monetair beleid een gevoelig instrument.
DNB houdt er in de raming rekening mee dat hogere kosten, onzekerheid en rente de investeringsgroei remmen. Daarmee werkt de inflatiebestrijding deels door in de bredere economie.
Overheid houdt groei overeind
Opvallend is dat de overheid dit jaar de belangrijkste motor van economische groei vormt. Hogere publieke uitgaven zorgen ervoor dat de economie nog groeit, terwijl huishoudens en bedrijven juist terughoudender worden.
Dat heeft ook een nadeel. Het begrotingstekort loopt volgens DNB in 2026 op naar 3,3 procent van het bruto binnenlands product. Daarmee komt Nederland boven de Europese norm van 3 procent uit. Een belangrijke factor is een eenmalige uitgave van 8,2 miljard euro voor de hervorming van het militair pensioenstelsel. Daarnaast drukt de lagere economische groei op de overheidsfinanciën.
Ter Weel waarschuwt bij de NOS dat het kabinet richting de toekomst keuzes moet maken: “Je kan niet uitgeven wat je niet hebt. Als er extra investeringen komen, extra uitgaven, dan zal je die moeten dekken binnen de huidige kabinetsperiode.”
Daarmee legt DNB de nadruk op begrotingsdiscipline. Door de internationale onzekerheid is het volgens de centrale bank belangrijk dat de overheid voldoende ruimte houdt om schokken op te vangen.
Scenario’s voor als energie langer duur blijft
DNB heeft naast de basisraming ook extra scenario’s opgesteld. Die laten zien wat er kan gebeuren als energieprijzen langer hoog blijven of verder oplopen. In het ongunstige scenario vertraagt de economie licht. In het zware scenario zijn de gevolgen vooral in 2027 groter.
Bij zo’n zwaar scenario loopt de inflatie in 2027 op naar 4,6 procent. Ook de economische groei valt dan verder terug. Huishoudens houden nog meer de hand op de knip, bedrijven stellen investeringen uit en de wereldhandel groeit minder hard. De werkloosheid kan in dat scenario oplopen tot boven de 5 procent.
DNB benadrukt dat dit geen voorspellingen zijn, maar scenario’s. Ze laten vooral zien hoe gevoelig de Nederlandse economie is voor energieprijzen, handelsstromen en internationale onzekerheid. Voor een open economie als Nederland kan een verstoring op de energiemarkt snel doorwerken in prijzen, export en vertrouwen.
Vooruitzichten verbeteren vanaf 2027
Ondanks de lagere raming voor dit jaar verwacht DNB geen langdurige economische stilstand. In de basisraming trekt de groei vanaf 2027 weer aan. Voor volgend jaar rekent DNB op 1,2 procent groei en voor 2028 op 1,3 procent.
Dat herstel hangt af van dalende energieprijzen, minder onzekerheid en een aantrekkende wereldhandel. Ook huishoudens zouden dan weer meer gaan besteden. De economische groei wordt volgens DNB dan breder gedragen, doordat niet alleen de overheid, maar ook consumptie en uitvoer weer meer bijdragen.
De inflatie blijft volgens DNB wel boven de 2 procent. Voor 2027 verwacht de centrale bank 2,3 procent en voor 2028 2,4 procent. Daarmee blijft de prijsdruk hoger dan het niveau dat centrale banken op de middellange termijn nastreven.
Arbeidsmarkt koelt iets af
DNB verwacht dat de werkloosheid de komende jaren licht oploopt. In 2027 komt die volgens de raming uit op 4,2 procent en in 2028 op 4,3 procent. Dat is nog steeds laag, maar wel hoger dan in de afgelopen jaren.
De stijging komt vooral doordat het aantal banen minder snel groeit dan het aantal mensen dat wil werken. Van grootschalig baanverlies is geen sprake, maar de spanning op de arbeidsmarkt neemt wel iets af. Het aantal vacatures per werkloze daalt licht.
Ook de loongroei vlakt af. DNB verwacht dat de loonstijging bij bedrijven in 2026 uitkomt op 4,0 procent. In de jaren daarna neemt de loongroei verder af. Dat helpt om de inflatie minder hardnekkig te maken, maar betekent ook dat de koopkracht niet vanzelf snel herstelt als prijzen hoog blijven.
Woningmarkt blijft krap
DNB verwacht dat de huizenprijzen de komende jaren met 3 tot 4 procent per jaar stijgen. Dat is minder hard dan in eerdere jaren, maar nog steeds een duidelijke toename. Hogere hypotheekrentes en lager consumentenvertrouwen remmen de prijsstijging af, terwijl hogere lonen de leencapaciteit deels ondersteunen.
De betaalbaarheid verbetert daardoor nauwelijks. De huizenprijzen stijgen ongeveer mee met de leencapaciteit, terwijl het aanbod beperkt blijft. Minder nieuwbouw door vergunningen, onzekerheid en rente zet druk op de markt. Tegelijk verkopen beleggers meer huurwoningen, wat het koopaanbod iets verruimt, maar het huuraanbod juist verkleint.
Daarmee blijft de woningmarkt een kwetsbaar onderdeel van de economie. Voor starters kan extra koopaanbod tijdelijk helpen, maar structureel blijft het tekort aan woningen een probleem.
Structurele uitdagingen blijven liggen
DNB gebruikt de raming ook om te wijzen op langere termijnproblemen. De Nederlandse economie heeft volgens de centrale bank niet alleen last van tijdelijke schokken, maar ook van structurele knelpunten. Denk aan afhankelijkheid van fossiele energie, lage productiviteitsgroei, personeelstekorten en beperkte ruimte op de begroting.
Ter Weel zegt daarover in het DNB-bericht: “De structurele uitdagingen voor de Nederlandse economie zijn al langer bekend, maar toch komt beleid om het groeivermogen van onze economie te versterken nog te langzaam van de grond. Om de knelpunten die ons groeivermogen in de weg staan aan te pakken, is prudent en voorspelbaar overheidsbeleid nodig.”
DNB pleit onder meer voor minder kwetsbaarheid in toeleveringsketens, het versterken van bedrijfsdynamiek en voorzichtig begrotingsbeleid. Dat moet Nederland beter bestand maken tegen nieuwe schokken.
Conclusie
De Nederlandsche Bank stelt de groeiverwachting voor de Nederlandse economie duidelijk naar beneden bij. Waar eerder nog 1,2 procent groei werd verwacht, rekent DNB voor 2026 nu op 0,8 procent. Hogere energieprijzen, geopolitieke onzekerheid, terughoudende consumenten en voorzichtige bedrijven drukken het groeitempo.
De economie groeit nog wel, maar vooral dankzij overheidsuitgaven. Huishoudens geven minder uit en bedrijven stellen investeringen uit. Tegelijk blijft de inflatie hoger dan eerder gedacht, vooral door duurdere energie.
Voor 2027 en 2028 verwacht DNB weer iets meer groei, maar dat herstel hangt sterk af van dalende energieprijzen en minder internationale onzekerheid. De raming laat daarmee vooral zien hoe kwetsbaar de Nederlandse economie blijft voor geopolitieke spanningen en energieprijzen. Zonder rust op de energiemarkt en zonder sterker groeivermogen blijft het herstel voorzichtig.
Bronnen: NOS en De Nederlandsche Bank.