De Nederlandse detailhandel heeft in het eerste kwartaal van 2026 meer omgezet dan een jaar eerder. De omzet lag 2,2 procent hoger dan in dezelfde periode van 2025, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ook het verkoopvolume nam toe. Gecorrigeerd voor prijsveranderingen verkochten winkels 1,4 procent meer.
Daarmee blijft de detailhandel groeien, al is het tempo wat lager dan in de kwartalen daarvoor. In 2025 lag de omzetgroei nog rond de 3 procent of hoger. De cijfers over het eerste kwartaal van 2026 laten zien dat consumenten nog steeds geld uitgeven, maar niet in alle delen van de winkelstraat even sterk.
Opvallend is vooral het contrast tussen de omzetcijfers en het sentiment onder ondernemers. Terwijl winkels meer omzet boekten en online verkopen verder groeiden, daalde het ondernemersvertrouwen in de detailhandel aan het begin van het tweede kwartaal naar het laagste niveau in drie jaar.
Omzet groeit, maar prijs speelt nog steeds mee
Een omzetstijging betekent niet automatisch dat winkels ook veel meer producten hebben verkocht. Daarom kijkt het CBS ook naar het verkoopvolume. Dat cijfer corrigeert voor prijsveranderingen en laat beter zien hoeveel er daadwerkelijk over de toonbank ging.
In het eerste kwartaal steeg de omzet van de detailhandel met 2,2 procent, terwijl het volume met 1,4 procent toenam. Een deel van de hogere omzet komt dus nog altijd door hogere prijzen. Tegelijk is er wel sprake van echte volumegroei. Consumenten kochten gemiddeld meer dan een jaar eerder.
Dat is belangrijk, omdat de detailhandel de afgelopen jaren regelmatig te maken had met omzetgroei die vooral door prijsstijgingen werd gedragen. In 2022 en 2023 lag de omzet vaak hoger, terwijl het volume juist daalde. Winkels kregen toen meer geld binnen, maar verkochten minder producten. In het eerste kwartaal van 2026 is dat beeld positiever: zowel omzet als volume gingen omhoog.
Voedingswinkels groeien beperkt
Winkels in voedings- en genotmiddelen boekten in het eerste kwartaal 2,1 procent meer omzet dan een jaar eerder. Het verkoopvolume steeg slechts 0,2 procent. Dat betekent dat de groei in deze categorie vooral door prijzen werd gedragen.
Supermarkten deden het beter dan voedingsspeciaalzaken. De omzet van supermarkten steeg met 2,5 procent en het volume nam met 0,8 procent toe. Bij voedingsspeciaalzaken, zoals bakkers en slagers, daalde de omzet juist met 1,2 procent. Het verkoopvolume ging daar met 3,6 procent omlaag.
Dat verschil past bij een bredere ontwikkeling in het koopgedrag van consumenten. Supermarkten blijven voor veel huishoudens de vaste plek voor dagelijkse boodschappen. Speciaalzaken zijn vaker afhankelijk van extra bestedingen, luxeproducten of bewuste keuzes. Als consumenten op hun uitgaven letten, kan dat juist daar sneller merkbaar zijn.
Non-food laat iets sterker volume zien
In de non-foodsector steeg de omzet eveneens met 2,2 procent. Het verkoopvolume nam met 2,0 procent toe. Daarmee was de groei in non-food iets sterker in aantallen en verkochte producten dan in de voedingssector.
Drogisterijen boekten 4,3 procent meer omzet dan een jaar eerder. Het verkoopvolume steeg daar met 3,7 procent. Ook winkels in consumentenelektronica en witgoed deden het goed. Hun omzet nam met 3,8 procent toe, terwijl het volume zelfs met 6,7 procent groeide. Dat wijst erop dat consumenten meer apparaten kochten, terwijl prijsontwikkelingen per saldo minder zwaar drukten op het omzetcijfer.
Ook schoenenwinkels en winkels in lederwaren zagen duidelijke volumegroei. De omzet steeg met 3,2 procent en het volume met 6,8 procent. Dat betekent dat er meer werd verkocht, ondanks dat de omzet minder hard steeg dan het volume. In andere delen van de non-foodsector was het beeld gematigder. Doe-het-zelfwinkels, keukenwinkels en vloerenwinkels zagen omzet en volume beide met 1,1 procent stijgen.
Kledingwinkels verkopen minder volume
Niet alle non-foodwinkels profiteerden evenveel. Kledingwinkels boekten wel 1,3 procent meer omzet, maar het verkoopvolume daalde met 0,8 procent. Daaruit blijkt dat de omzetgroei vooral door hogere prijzen kwam, niet doordat er meer kleding werd verkocht.
Ook winkels in recreatieartikelen zagen een beperkte groei. De omzet steeg met 1,0 procent en het volume met 0,4 procent. Winkels in overige huishoudartikelen kwamen uit op 1,9 procent meer omzet en 0,9 procent meer volume.
De verschillen binnen non-food laten zien dat consumenten selectief blijven. Sommige aankopen worden nog gedaan, zeker wanneer het gaat om praktische producten, gezondheid, verzorging of elektronica. Andere uitgaven, zoals kleding of recreatieve artikelen, groeien minder sterk of blijven gevoelig voor prijsdruk.
Online verkoop groeit harder dan de totale detailhandel
De online omzet groeide in het eerste kwartaal met 4,7 procent ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee deed online het duidelijk beter dan de totale detailhandel. De groei was vooral sterk bij winkels die zowel online als fysiek verkopen. Bij deze multichannelwinkels nam de online omzet met 5,5 procent toe.
Webwinkels en postorderbedrijven zonder fysieke winkel zagen hun omzet met 4,2 procent stijgen. Ook dat is een duidelijke plus, maar de sterkste groei zat dus bij winkeliers die beide kanalen combineren.
Dat onderstreept hoe belangrijk online verkoop inmiddels is geworden voor de winkelmarkt. Consumenten blijven fysieke winkels gebruiken, maar verwachten tegelijk gemak, beschikbaarheid en snelle online informatie. Voor veel retailers is een combinatie van winkel, webshop en digitale zichtbaarheid steeds minder een extra kanaal en steeds meer onderdeel van de normale bedrijfsvoering.
Fysieke winkel en online kanaal groeien naar elkaar toe
De groei bij multichannelwinkels is opvallend. Juist winkels die hun fysieke aanwezigheid combineren met online verkoop lijken goed te profiteren. Zij kunnen klanten op meerdere momenten bereiken: oriënteren online, kopen in de winkel, bestellen via de webshop of producten later ophalen.
Voor ondernemers betekent dat wel dat de winkelpraktijk complexer wordt. Voorraad, personeel, logistiek, retouren en klantcontact moeten beter op elkaar aansluiten. Online groei levert omzetkansen op, maar vraagt ook investeringen in systemen, marketing en bezorgprocessen.
Dat is vooral relevant in een periode waarin marges onder druk kunnen staan. Hogere kosten voor personeel, huur, energie en inkoop maken het voor retailers belangrijk om efficiënt te werken. Online verkoop kan helpen, maar is niet automatisch winstgevend als de kosten van bezorging en retouren hoog blijven.
Faillissementen blijven vrijwel gelijk
Het aantal faillissementen in de detailhandel bleef in het eerste kwartaal vrijwel gelijk aan een jaar eerder. Er werden 68 detailhandelaren failliet verklaard, tegenover 69 in het eerste kwartaal van 2025.
Ook in de hele economie bleef het aantal faillissementen vergelijkbaar. In totaal werden 897 bedrijven, instellingen en eenmanszaken failliet verklaard. Dat waren er 5 meer dan een jaar eerder.
Dat beeld wijst niet op een plotselinge verslechtering, maar ook niet op volledige rust. De detailhandel blijft gevoelig voor kostenstijgingen, veranderend koopgedrag en concurrentie van online aanbieders. Vooral kleinere winkels kunnen kwetsbaar zijn als omzetgroei beperkt blijft en kosten doorlopen.
Ondernemersvertrouwen zakt stevig weg
Het meest sombere onderdeel van de CBS-cijfers is het ondernemersvertrouwen. Aan het begin van het tweede kwartaal kwam het vertrouwen in de detailhandel uit op min 11,8. Daarmee is het sentiment gedaald naar het laagste niveau in drie jaar.
Dat is een flinke omslag. Aan het begin van het eerste kwartaal was het ondernemersvertrouwen nog positief, met een stand van 1,4. Nu zijn ondernemers negatief over zowel het economisch klimaat in het afgelopen kwartaal als over hun verwachtingen voor het komende kwartaal. De deelindicatoren kwamen uit op min 12,2 en min 11,4.
De daling laat zien dat ondernemers weinig zekerheid voelen over de komende maanden. Dat kan te maken hebben met kosten, inflatie, koopkracht, personeel, huurprijzen of onzekerheid over consumentenbestedingen. De omzet groeide nog, maar ondernemers kijken duidelijk minder optimistisch vooruit.
Groei en onzekerheid bestaan naast elkaar
De cijfers laten daardoor een dubbel beeld zien. Aan de ene kant groeit de detailhandel nog steeds. De omzet ligt hoger, het verkoopvolume stijgt en online verkoop blijft toenemen. Aan de andere kant neemt het vertrouwen onder ondernemers juist scherp af.
Dat verschil is niet vreemd. Winkels kunnen op dit moment nog redelijke cijfers draaien, terwijl zij zich zorgen maken over de toekomst. Consumenten besteden nog wel, maar mogelijk voorzichtiger en selectiever. Tegelijk blijven ondernemers te maken houden met stijgende kosten en een veranderende markt.
Vooral de combinatie van beperkte volumegroei, druk op marges en onzeker vertrouwen maakt het beeld kwetsbaar. De vraag is of de omzetgroei in de komende kwartalen kan aanhouden als consumenten kritischer worden en ondernemers minder vertrouwen hebben in het economische klimaat.
Conclusie
De detailhandel heeft in het eerste kwartaal van 2026 2,2 procent meer omzet geboekt dan een jaar eerder. Ook het verkoopvolume steeg, met 1,4 procent. Vooral online verkoop groeide harder dan de totale markt. Multichannelwinkels zagen hun online omzet met 5,5 procent toenemen.
Binnen de sector zijn de verschillen groot. Supermarkten groeiden, terwijl voedingsspeciaalzaken minder omzet en volume draaiden. In non-food deden drogisterijen, consumentenelektronica en schoenenwinkels het relatief goed. Kledingwinkels boekten wel meer omzet, maar verkochten minder volume.
Tegelijk is het ondernemersvertrouwen flink verslechterd. Aan het begin van het tweede kwartaal zakte het vertrouwen naar het laagste niveau in drie jaar. Daarmee blijft het beeld gemengd: de detailhandel groeit nog, maar ondernemers zijn duidelijk voorzichtiger over wat er komt.
Bron: CBS.