Zelfstandig ondernemer zijn staat voor vrijheid, flexibiliteit en eigen keuzes. Voor veel mensen weegt die vrijheid zwaar. Zelf bepalen wanneer je werkt, voor wie en op welke manier, voelt als een groot voordeel. Maar juist achter die vrijheid zit een kwetsbaarheid die vaak pas zichtbaar wordt als het tegenzit. Zelfstandigen in Nederland merken dat zij financieel minder zeker staan dan werknemers, vooral op momenten dat het misgaat door ziekte, wegvallende opdrachten of andere onverwachte gebeurtenissen.
Dat is geen toeval en ook geen kwestie van pech. Het verschil zit diep in hoe werk en zekerheid in Nederland zijn geregeld. Waar werknemers automatisch beschermd worden, moeten zelfstandigen het grotendeels zelf uitzoeken. Dat maakt het ondernemerschap aantrekkelijk, maar ook risicovol. Waar werknemers automatisch worden beschermd via sociale zekerheid, moeten zelfstandigen vrijwel alles zelf regelen. Dat maakt hen wendbaar, maar ook kwetsbaar.
Minder vangnetten bij tegenslag
Een werknemer die zijn baan verliest, valt meestal terug op een werkloosheidsuitkering. Bij ziekte is er loondoorbetaling en bij arbeidsongeschiktheid vaak een collectieve regeling. Voor zelfstandigen werkt dat anders. Wie geen opdrachten heeft, ziek wordt of tijdelijk niet kan werken, ziet het inkomen vaak direct wegvallen.
Veel zelfstandigen hebben geen verzekering tegen arbeidsongeschiktheid of langdurige ziekte. Niet altijd uit onwil, maar omdat de premies hoog zijn of omdat zij het risico zelf denken te kunnen dragen. In rustige tijden lijkt dat een verdedigbare keuze. Maar zodra het misgaat, blijkt hoe dun de bescherming is.
Dat verschil in vangnetten zorgt ervoor dat zelfstandigen sneller in financiële problemen kunnen komen dan werknemers, ook als hun inkomen op papier vergelijkbaar is.
Onzeker inkomen vraagt om buffers
Het inkomen van zelfstandigen is per definitie minder voorspelbaar. Waar werknemers maandelijks een vast salaris ontvangen, werken zelfstandigen vaak met wisselende opdrachten, facturen en betalingstermijnen. Een goede maand kan gevolgd worden door een periode van stilte.
Om die schommelingen op te vangen is een financiële buffer nodig. In de praktijk blijkt dat veel zelfstandigen die buffer beperkt hebben. Zeker starters en zelfstandigen met een lager inkomen hebben moeite om voldoende reserves op te bouwen. Kosten lopen door, terwijl inkomsten tijdelijk stil kunnen vallen.
Die kwetsbaarheid wordt extra zichtbaar in tijden van economische onzekerheid, wanneer opdrachten wegvallen of bedrijven voorzichtiger worden met inhuur.
Pensioen blijft vaak liggen
Naast het dagelijkse inkomen speelt ook de lange termijn een belangrijke rol. Werknemers bouwen via hun werkgever automatisch pensioen op. Zelfstandigen moeten dat zelf organiseren. Dat vraagt kennis, discipline en financiële ruimte.
In de praktijk blijkt dat pensioenopbouw bij zelfstandigen vaak wordt uitgesteld of versnipperd geregeld. In goede jaren wordt er soms gespaard, maar bij tegenvallers is pensioen vaak het eerste waar op wordt bezuinigd. Daardoor lopen zelfstandigen het risico om later met een lager inkomen te zitten dan zij hadden verwacht.
Het pensioenprobleem is daarmee geen toekomstvraagstuk, maar een gevolg van keuzes en omstandigheden in het heden.
Verschillen binnen de groep zelfstandigen
Niet elke zelfstandige is even kwetsbaar. Er zijn grote verschillen binnen de groep. Zelfstandigen met een hoog en stabiel inkomen, een partner met vast werk of ruime reserves staan er beter voor dan mensen die volledig afhankelijk zijn van wisselende opdrachten.
Met name zelfstandigen zonder personeel in sectoren met veel concurrentie en lage marges lopen risico. Ook zelfstandigen die vooral op korte opdrachten werken of sterk afhankelijk zijn van één opdrachtgever hebben minder zekerheid.
Die verschillen maken het lastig om generieke oplossingen te vinden, maar ze laten wel zien dat financiële kwetsbaarheid geen randverschijnsel is.
Wat de coronaperiode zichtbaar maakte
De coronaperiode heeft veel van deze kwetsbaarheden blootgelegd. Toen opdrachten massaal wegvielen, bleek hoe groot de groep zelfstandigen is die zonder inkomen kwam te zitten. Tijdelijke steunmaatregelen boden verlichting, maar maakten ook duidelijk hoe afhankelijk zelfstandigen zijn van noodoplossingen wanneer het systeem hen niet beschermt.
Voor veel zelfstandigen was die periode een wake-upcall. Het liet zien hoe snel zekerheid kan verdwijnen en hoe weinig bescherming er is wanneer de markt tegenzit.
Sindsdien is het debat over de positie van zelfstandigen nadrukkelijker geworden.
Discussie over bescherming en vrijheid
De kwetsbaarheid van zelfstandigen roept fundamentele vragen op. Moeten zelfstandigen verplicht verzekerd worden tegen arbeidsongeschiktheid? Moet pensioenopbouw collectiever worden geregeld? Of hoort financiële onzekerheid bij de vrijheid van ondernemerschap?
Voorstanders van meer bescherming wijzen erop dat zelfstandigen een steeds groter deel van de beroepsbevolking vormen en dat structurele kwetsbaarheid niet wenselijk is. Tegenstanders vrezen dat extra verplichtingen de vrijheid en aantrekkelijkheid van het ondernemerschap aantasten.
Die spanning tussen vrijheid en zekerheid loopt als een rode draad door het debat.
Gevolgen voor de arbeidsmarkt
De financiële kwetsbaarheid van zelfstandigen heeft ook gevolgen voor de arbeidsmarkt als geheel. Mensen die voortdurend bezig zijn met overleven, hebben minder ruimte om te investeren in scholing, innovatie of groei. Dat kan de productiviteit en duurzaamheid van het ondernemerschap onder druk zetten.
Daarnaast kan onzekerheid leiden tot terughoudendheid bij grote levenskeuzes, zoals het kopen van een huis of het starten van een gezin. Daarmee raakt het onderwerp niet alleen zelfstandigen, maar ook de bredere economie en samenleving.
Bewuster omgaan met risico’s
Voor zelfstandigen zelf betekent dit dat financiële planning steeds belangrijker wordt. Buffers opbouwen, risico’s in kaart brengen en tijdig nadenken over verzekeringen en pensioen kan helpen om kwetsbaarheid te verminderen. Tegelijk is dat niet voor iedereen haalbaar, zeker niet bij lage marges of onregelmatig werk.
Daarmee blijft de vraag open hoe verantwoordelijkheid verdeeld moet worden tussen individu en samenleving.
Een structureel vraagstuk
Dat zelfstandigen financieel kwetsbaarder zijn dan werknemers is geen tijdelijk probleem, maar een structureel kenmerk van hoe werk in Nederland is georganiseerd. Naarmate het aantal zelfstandigen groeit, wordt deze kwetsbaarheid zichtbaarder en urgenter.
Het vraagt om een bredere discussie over hoe werkenden worden beschermd in een arbeidsmarkt die steeds flexibeler wordt. Niet om het ondernemerschap te ontmoedigen, maar om te voorkomen dat vrijheid structureel gepaard gaat met onzekerheid.
Bron: CPB