maandag, september 7, 2026
14.2 C
Groningen

Jongere generaties rijker, maar woningmarkt maakt verschil groter

Jongere generaties zijn op dezelfde leeftijd meestal financieel beter af dan hun voorgangers. Zij hebben gemiddeld meer koopkracht en bouwen vaak ook meer vermogen op dan oudere generaties deden in dezelfde levensfase. Dat blijkt uit nieuwe analyses van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Toch is het beeld minder simpel dan de kop doet vermoeden. Vooral de woningmarkt maakt het verschil tussen generaties groot. Wie op tijd een huis kon kopen, profiteerde vaak sterk van stijgende huizenprijzen. Wie later instapt of langer huurt, bouwt veel minder snel vermogen op.

Daarom laat het CBS-onderzoek twee verhalen tegelijk zien. Nederland is over een lange periode rijker geworden en jongere generaties profiteren daarvan. Maar binnen die jongere generaties wordt de kloof tussen woningeigenaren en huurders steeds belangrijker.

Meer koopkracht dan eerdere generaties

De koopkracht is sinds eind jaren zeventig duidelijk gestegen. Daardoor hebben jongere generaties op vrijwel elke leeftijd meer te besteden dan oudere generaties hadden toen zij even oud waren.

Het CBS vergelijkt daarbij niet simpelweg ouderen van nu met jongeren van nu, maar generaties op dezelfde leeftijd. Dat maakt het onderzoek interessant. Een millennial van 35 wordt dus vergeleken met een babyboomer of generatie X’er toen die zelf 35 was.

Op die manier blijkt dat jongere generaties meestal hoger uitkomen. Zo had de generatie geboren tussen 1970 en 1985 op 45-jarige leeftijd bijna anderhalf keer zoveel koopkracht als de babyboomgeneratie op die leeftijd.

Dat komt door meerdere ontwikkelingen. Lonen zijn gestegen, huishoudens bestaan vaker uit twee inkomens en vrouwen zijn veel vaker actief op de arbeidsmarkt dan in eerdere generaties. Daardoor ligt het besteedbaar inkomen van veel huishoudens hoger.

Jonge twintigers vormen uitzondering

Voor jonge twintigers is het beeld anders. Tot ongeveer 25 jaar zijn de jongste generaties juist minder goed af dan eerdere generaties. Volgens het CBS speelt mee dat jongeren langer doorleren.

Wie langer studeert, begint vaak later met voltijd werken en bouwen van vermogen. Ook hebben jongeren vaker tijdelijke banen, studieschuld of hoge woonlasten. Daardoor kan hun financiële positie op jonge leeftijd kwetsbaarder zijn, ook als zij later alsnog meer koopkracht opbouwen.

Dat verschil is belangrijk in de maatschappelijke discussie. Veel jongeren ervaren hoge kosten, een moeilijke woningmarkt en onzekerheid over werk of inkomen. De CBS-cijfers spreken dat gevoel niet volledig tegen. Ze laten vooral zien dat de financiële positie over de hele levensloop vaak beter wordt, maar niet dat elke jongere op dit moment makkelijk rondkomt.

Vermogen groeit sterk door huizenprijzen

Bij vermogen is de invloed van de woningmarkt nog duidelijker. Het doorsnee vermogen van Nederlandse huishoudens is sinds de jaren negentig sterk gestegen. In 1993 lag het mediane vermogen op 28.400 euro, omgerekend naar prijzen van 2024. In 2024 was dat voorlopig 135.500 euro.

Een groot deel van die stijging hangt samen met de eigen woning. Wie een koophuis bezit, bouwt vermogen op via aflossing en stijgende huizenprijzen. Wie huurt, mist die vermogensgroei grotendeels.

Dat verklaart waarom vermogen tussen generaties soms sterk uiteenloopt. Millennials maakten als dertigers een sterke vermogensgroei mee. Op 37-jarige leeftijd hadden zij volgens de CBS-cijfers een doorsnee vermogen van 111.700 euro. Bij generatie X was dat op dezelfde leeftijd 56.500 euro en bij de generatie geboren tussen 1970 en 1985 slechts 17.300 euro.

Die verschillen zijn opvallend, maar moeten voorzichtig worden gelezen. De woningmarkt, economische crises en timing spelen een grote rol. Wie dertiger was tijdens een periode van stijgende huizenprijzen, kon veel sneller vermogen opbouwen dan iemand die dezelfde leeftijd had tijdens een crisis of dalende woningmarkt.

Zonder eigen woning is het verschil kleiner

Wanneer de eigen woning niet wordt meegeteld, worden de vermogensverschillen tussen generaties veel kleiner. Dat laat zien hoe bepalend woningbezit is voor de financiële positie van huishoudens.

Bij millennials en generatie X blijft er nog steeds groei zichtbaar, maar de sprongen zijn veel minder groot dan wanneer de eigen woning wel wordt meegenomen. Spaargeld, beleggingen en andere bezittingen groeien minder spectaculair dan de waarde van huizen.

Dat maakt de discussie over generatierijkdom ingewikkeld. Jongere generaties kunnen gemiddeld rijker zijn dan hun voorgangers, terwijl een groot deel van die rijkdom vastzit in stenen. Dat geld is niet altijd vrij beschikbaar voor dagelijkse uitgaven.

Een huishouden met een koophuis kan op papier veel vermogen hebben, maar nog steeds hoge maandlasten ervaren. Andersom kan een huurder met een redelijk inkomen weinig vermogen opbouwen omdat een groot deel van het inkomen naar woonlasten gaat.

Pragmaten vaakst eigenaar van een woning

Een opvallende groep in het CBS-onderzoek is de generatie geboren tussen 1970 en 1985. Het CBS noemt deze groep pragmaten. Zij hebben op veel leeftijden het vaakst een eigen woning.

Op 39-jarige leeftijd had ongeveer 72 procent van deze generatie een koopwoning. Bij generatie X en millennials lag dat rond 65 procent. Bij babyboomers en vooral de stille generatie was dat aandeel lager.

Deze groep kon vaak profiteren van een periode waarin kopen relatief bereikbaar was, terwijl latere prijsstijgingen het vermogen vergrootten. Voor millennials en generatie Z is de situatie anders. Zij kregen vaker te maken met hogere huizenprijzen, strengere financieringsregels, flexibele arbeidscontracten en een krappe woningmarkt.

Dat betekent niet dat millennials nooit kopen. Integendeel, het aandeel woningeigenaren onder millennials ligt op veel leeftijden nog steeds hoog. Maar de voorsprong van de generatie 1970 tot 1985 laat zien hoe belangrijk timing is.

Generatie Z woont vaak in appartement

Ook de woonsituatie verandert. Van generatie Z met een eigen huishouden woont ruim 70 procent in een appartement. Bij millennials is dat aandeel lager en bij oudere generaties nog lager.

Dat past bij de huidige woningmarkt. Starters wonen vaker kleiner, stedelijker of tijdelijker. Appartementen zijn vaak de eerste stap op de woningmarkt, zeker in gebieden waar eengezinswoningen duur of schaars zijn.

Ook dit beïnvloedt vermogensopbouw. Een appartement kan een koopwoning zijn en dus vermogen opleveren, maar jongeren huren ook vaak appartementen. Bovendien is de stap naar een grotere woning moeilijker wanneer huizenprijzen hoog blijven en doorstroming beperkt is.

De woonvorm zegt dus niet alles, maar geeft wel aan dat jongere generaties anders starten dan eerdere generaties. Waar een eengezinswoning vroeger sneller binnen bereik kon komen, begint generatie Z vaker kleiner.

Rijker op papier, maar niet altijd ruimer in het dagelijks leven

De CBS-cijfers kunnen botsen met het gevoel dat veel jongeren en jonge gezinnen hebben. Zij zien hoge huurprijzen, dure koopwoningen, studieschuld, kinderopvangkosten en stijgende vaste lasten. Hoe kan een generatie dan toch rijker zijn?

Het antwoord zit in het verschil tussen gemiddelde ontwikkeling en persoonlijke ervaring. Koopkracht en vermogen zijn op lange termijn gestegen, maar kosten en verwachtingen zijn ook veranderd. Bovendien zijn de verschillen binnen generaties groot.

Een jonge woningeigenaar met een lage rente en stijgende woningwaarde staat er heel anders voor dan een leeftijdsgenoot die duur huurt en geen spaargeld kan opbouwen. Beiden horen bij dezelfde generatie, maar hun financiële toekomst ziet er totaal anders uit.

Daarom is het gevaarlijk om generaties te simpel tegenover elkaar te zetten. Niet elke babyboomer is rijk en niet elke millennial zit klem. Maar het bezit van een woning is wel steeds belangrijker geworden voor wie vermogen kan opbouwen.

Brede welvaart hangt van meer af dan geld

Het CBS benadrukt dat financiële welvaart samenhangt met meer factoren dan inkomen en vermogen alleen. Gezinssamenstelling, opleidingsniveau, arbeidspositie, gezondheid en welzijn spelen allemaal mee.

Ook maatschappelijke veranderingen tellen mee. Er zijn meer alleenwonenden, gezinnen krijgen minder kinderen, meer mensen zijn hoogopgeleid en vooral vrouwen zijn vaker gaan werken. Zulke ontwikkelingen beïnvloeden de financiële positie van huishoudens.

Dat maakt generaties vergelijken lastig. Een huishouden met twee inkomens heeft vaak meer koopkracht dan een huishouden met één kostwinner. Maar als daar hoge woonlasten, kinderopvangkosten of flexibele contracten tegenover staan, voelt de financiële ruimte alsnog beperkt.

De cijfers geven dus richting, maar verklaren niet elk persoonlijk verschil.

Woningmarkt blijft de sleutel

De belangrijkste les uit het CBS-onderzoek is dat Nederland over de lange termijn rijker is geworden, maar dat woningbezit steeds meer bepaalt wie daarvan profiteert. Jongere generaties hebben meestal meer koopkracht dan hun voorgangers en bouwen gemiddeld meer vermogen op. Maar wie geen toegang krijgt tot een koopwoning, blijft achter in vermogensgroei.

Daarmee raakt het onderzoek direct aan de huidige woningdiscussie. Het gaat niet alleen om een dak boven het hoofd, maar ook om financiële zekerheid op lange termijn. Een koopwoning is voor veel huishoudens de grootste vermogensbron. Als die stap moeilijker wordt, verandert dat de verdeling van welvaart.

Voor beleidsmakers is dat een belangrijk signaal. Hogere koopkracht is positief, maar lost niet vanzelf de vermogensongelijkheid op. Zolang woningbezit zo bepalend blijft, wordt de vraag wie kan kopen minstens zo belangrijk als de vraag hoeveel inkomen mensen hebben.

De jongere generaties zijn dus vaak rijker dan hun voorgangers, maar dat verhaal heeft een duidelijke voorwaarde. Wie meedoet op de woningmarkt, bouwt veel sneller vermogen op. Wie aan de zijlijn blijft staan, ziet vooral hoe groot het verschil kan worden.

Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek en StatLine.

Recente publicaties

Volkswagen schrapt 50.000 banen, maar houdt fabrieken voorlopig open

Volkswagen gaat opnieuw diep snijden in de organisatie. De...

Energie blijft prijsdruk geven, terwijl versoepeling klimaatregels weinig helpt

De discussie over energie wordt steeds ingewikkelder. Huishoudens merken...

Onzekerheid over energierekening blijft groot door gasprijs en salderen

De energierekening blijft voor veel huishoudens moeilijk te voorspellen....

Zo verhoog je de vindbaarheid van jouw bedrijf op het internet

Vandaag de dag is het voor een groot deel...

Hogere rente kost Nederland miljarden extra aan begrotingsruimte

De tijd waarin Nederland bijna gratis kon lenen is...

Gerelateerde artikelen