vrijdag, augustus 21, 2026
14.6 C
Groningen

Bedrijven investeren weer meer, maar herstel blijft voorzichtig

De investeringen in Nederland zijn in juni weer gegroeid. Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek lag het volume van de investeringen in materiële vaste activa 2,7 procent hoger dan een jaar eerder. Daarmee keert de reeks terug naar groei, na krimp in april en mei.

Vooral in gebouwen en overig wegvervoer werd meer geïnvesteerd. Denk bij dat laatste aan vrachtwagens, bestelauto’s, trekkers en autobussen. Tegelijk werd er juist minder geïnvesteerd in vliegtuigen, machines en schepen. Het beeld is daardoor positief, maar niet breed overtuigend.

De cijfers laten vooral zien dat bedrijven en instellingen weer iets meer grote uitgaven doen, maar nog niet massaal op alle fronten. Investeringen blijven gevoelig voor rente, vraag, vertrouwen, kosten en internationale onzekerheid.

Groei na twee mindere maanden

In april krompen de investeringen nog met 1,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. In mei volgde opnieuw een daling, van 1,3 procent. De groei van 2,7 procent in juni is daarom een duidelijke verbetering.

Toch moet het cijfer voorzichtig worden gelezen. Juni 2026 had één werkdag meer dan juni 2025 en de cijfers zijn niet gecorrigeerd voor werkdagen. Een extra werkdag kan helpen om productie, levering en registratie van investeringen iets hoger uit te laten vallen.

Dat neemt niet weg dat de omslag relevant is. Investeringen zijn een belangrijke graadmeter voor vertrouwen in de economie. Bedrijven kopen geen nieuwe voertuigen, bouwen geen panden en breiden geen productiecapaciteit uit als zij alleen maar stilstand verwachten.

Een plus van bijna 3 procent suggereert daarom dat er nog steeds bereidheid is om vooruit te kijken. Maar omdat de groei niet in alle investeringscategorieën zichtbaar is, blijft het herstel broos.

Gebouwen trekken het cijfer omhoog

Een belangrijke bijdrage komt van investeringen in gebouwen. Dat kan gaan om bedrijfsgebouwen, kantoren, opslagruimte, productielocaties of andere zakelijke panden. Zulke investeringen hebben vaak een lange aanloop en worden niet zomaar gedaan.

Dat er meer in gebouwen wordt geïnvesteerd, wijst erop dat een deel van de bedrijven en instellingen nog steeds rekent op toekomstige activiteit. Nieuwe ruimte kan nodig zijn door groei, modernisering, verduurzaming of aanpassing aan andere bedrijfsprocessen.

Tegelijk is bouwen duur en complex gebleven. Hogere bouwkosten, personeelstekorten, vergunningstrajecten, stikstofregels en netcapaciteit kunnen projecten vertragen. Dat investeringen in gebouwen toch toenemen, laat zien dat lopende plannen ondanks die obstakels doorgaan.

Voor de bouwsector is dat belangrijk. Investeringen in gebouwen werken door naar aannemers, installateurs, leveranciers, architecten en adviesbureaus. Als bedrijven blijven bouwen of verbouwen, houdt dat een brede keten aan het werk.

Meer uitgaven aan wegvervoer

Ook overig wegvervoer droeg bij aan de groei. Hieronder vallen onder meer vrachtwagens, bestelauto’s, trekkers en autobussen. Zulke investeringen zijn vaak direct verbonden met logistiek, transport, landbouw, bouw en dienstverlening.

Wanneer bedrijven hun wagenpark vernieuwen of uitbreiden, kan dat meerdere redenen hebben. Soms gaat het om vervanging van ouder materieel. Soms om groei van activiteiten. Ook verduurzaming speelt mee, bijvoorbeeld wanneer ondernemers overstappen op schonere of efficiëntere voertuigen.

Voor veel bedrijven is mobiliteit een essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering. Een bestelbus, vrachtwagen of trekker is geen luxe aankoop, maar productiemiddel. Dat maakt investeringen in wegvervoer gevoelig voor de vraag naar werk, leveringen en opdrachten.

De groei in deze categorie kan daarom wijzen op praktische noodzaak én vertrouwen. Bedrijven investeren als materieel nodig is om omzet te kunnen blijven draaien.

Machines blijven juist achter

Opvallend is dat er minder werd geïnvesteerd in machines. Dat is relevant, omdat machine-investeringen vaak iets zeggen over productiviteit en toekomstige productiecapaciteit.

Nieuwe machines kunnen bedrijven efficiënter maken, personeelstekorten deels opvangen of helpen bij automatisering. Als investeringen in machines dalen, kan dat betekenen dat bedrijven terughoudender zijn met uitbreiden of moderniseren.

Dat hoeft niet direct problematisch te zijn. Investeringen in machines kunnen per maand sterk schommelen, zeker bij grote orders. Eén fabriek die een grote machine eerder of later geleverd krijgt, kan het cijfer beïnvloeden.

Toch past de daling bij een voorzichtige economische sfeer. Bedrijven die twijfelen over vraag, kosten of beleid stellen grote investeringen soms uit. Zeker wanneer rente en financieringskosten nog steeds hoger liggen dan enkele jaren geleden, wordt de lat voor zulke beslissingen hoger.

Ook minder investeringen in vliegtuigen en schepen

Naast machines daalden ook de investeringen in vliegtuigen en schepen. Dat zijn categorieën waarin enkele grote aankopen of leveringen veel invloed kunnen hebben op de maandcijfers.

Investeringen in vliegtuigen hangen bijvoorbeeld samen met internationale luchtvaart, orderboeken, leveringstermijnen en financiering. Bij schepen spelen wereldhandel, transportvraag, brandstofkosten en regelgeving een rol.

Daarom moeten deze dalingen niet meteen worden gezien als een structurele terugval. Grote transportmiddelen worden vaak in golven aangeschaft. Een maand met minder leveringen kan later worden gevolgd door een sterke plus.

Toch onderstrepen deze categorieën dat de groei in juni niet overal vandaan kwam. De stijging rust vooral op gebouwen en wegvervoer, terwijl andere grote investeringsposten juist drukken op het totaal.

Investeringsklimaat iets minder ongunstig

Het CBS kijkt ook naar de omstandigheden waaronder bedrijven investeren. Die waren in augustus minder ongunstig dan in juni. Dat komt vooral doordat beurskoersen sterker stegen dan een jaar eerder en doordat het consumentenvertrouwen minder negatief was.

Dat betekent niet automatisch dat de investeringen de komende maanden verder aantrekken. Het CBS benadrukt dat betere omstandigheden niet per se leiden tot meer groei of minder krimp. Investeringen reageren vaak met vertraging en hangen af van meerdere factoren tegelijk.

Toch is het signaal relevant. Beurskoersen beïnvloeden het gevoel op financiële markten en kunnen de financieringsruimte van bedrijven raken. Consumentenvertrouwen is belangrijk omdat bedrijven eerder investeren als zij verwachten dat klanten blijven besteden.

Als consumenten minder somber worden, kan dat ondernemers helpen om investeringsbeslissingen niet verder uit te stellen. Maar zolang het vertrouwen nog negatief is, blijft voorzichtigheid logisch.

Investeringen als graadmeter voor vertrouwen

Investeringen zijn meer dan een maandelijks cijfer. Ze zeggen iets over hoe bedrijven naar de toekomst kijken. Een ondernemer die investeert in een pand, voertuig of machine gaat ervan uit dat die investering later rendement oplevert.

Daarom zijn investeringscijfers belangrijk voor de bredere economie. Investeringen zorgen niet alleen direct voor vraag bij leveranciers, bouwers en producenten. Ze bepalen ook hoeveel bedrijven later kunnen produceren, hoe efficiënt zij werken en hoe goed zij kunnen inspelen op personeelstekorten.

Als investeringen langdurig achterblijven, kan dat de productiviteit remmen. Bedrijven blijven dan werken met oudere machines, minder efficiënte gebouwen of verouderde voertuigen. Dat maakt groeien en verduurzamen lastiger.

De plus in juni is daarom positief. Maar omdat de groei volgt op twee maanden krimp en niet alle categorieën meedoen, is het nog te vroeg om te spreken van een duidelijke investeringsgolf.

Rente en onzekerheid blijven remmen

Voor ondernemers blijft investeren duurder dan in de periode van extreem lage rente. Financiering kost meer, waardoor bedrijven kritischer kijken naar grote uitgaven. Een investering moet voldoende opleveren om hogere rentelasten en andere kosten te rechtvaardigen.

Ook onzekerheid speelt mee. Bedrijven hebben te maken met wisselende vraag, hogere lonen, internationale spanningen, energieprijzen en veranderingen in regelgeving. Dat maakt het moeilijker om langjarige beslissingen te nemen.

In zo’n omgeving kiezen ondernemers vaker voor noodzakelijke vervanging dan voor grote uitbreidingsplannen. Een bestelbus die nodig is voor het werk wordt wel vervangen. Een extra productielijn of groot automatiseringsproject kan eerder worden uitgesteld.

Dat verschil kan verklaren waarom wegvervoer en gebouwen groeien, terwijl machines achterblijven. Een deel van de investeringen is praktisch en noodzakelijk, terwijl productieve uitbreiding voorzichtiger wordt afgewogen.

Verduurzaming vraagt juist meer investeringen

De Nederlandse economie staat de komende jaren voor grote investeringsopgaven. Bedrijven moeten verduurzamen, energie besparen, elektrisch materieel aanschaffen, gebouwen aanpassen en processen efficiënter maken.

Dat vraagt veel kapitaal. Investeringen in gebouwen en voertuigen kunnen daarbij een rol spelen. Denk aan beter geïsoleerde bedrijfsruimte, laadinfrastructuur, zuiniger wagenpark of aanpassing van logistieke processen.

Tegelijk kunnen netcongestie en onzeker beleid investeringen vertragen. Een bedrijf dat wil elektrificeren, maar geen zwaardere aansluiting krijgt, kan plannen niet altijd uitvoeren. Ook subsidies, vergunningen en fiscale regels beïnvloeden de timing.

Daarom zegt één maand groei nog weinig over de vraag of Nederland genoeg investeert voor de lange termijn. De richting is positief, maar de opgave blijft groot.

Groei is welkom, maar kwetsbaar

De investeringsgroei in juni laat zien dat bedrijven en instellingen nog steeds bereid zijn om geld vast te leggen in vaste activa. Dat is goed nieuws voor de economie, zeker na twee maanden krimp.

Maar het onderliggende beeld is gemengd. Gebouwen en wegvervoer trekken de cijfers omhoog, terwijl machines, vliegtuigen en schepen achterblijven. Bovendien zijn de cijfers voorlopig en speelt het extra aantal werkdagen in juni mee.

De komende maanden moeten duidelijk maken of juni het begin is van nieuw herstel, of vooral een tijdelijke plus na een zwakkere periode. Voor echte economische versterking is vooral nodig dat bedrijven blijven investeren in productiviteit, verduurzaming en capaciteit.

Voorlopig is de boodschap dus voorzichtig positief. Er wordt weer meer geïnvesteerd, maar het vertrouwen is nog niet sterk genoeg om van een brede omslag te spreken.

Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek en StatLine.

Recente publicaties

Werkloosheid loopt op naar 4 procent, maar arbeidsmarkt blijft krap

De werkloosheid in Nederland is in juli gestegen naar...

SuperKonnected bouwt aan social media zonder ruis

In de wereld van ondernemers draait zichtbaarheid vaak om...

Nederlandse industrie groeit stevig ondanks wereldwijde onrust

De Nederlandse industrie heeft een opvallend sterk tweede kwartaal...

Kolencentrales draaien weer volop door hoge stroomvraag uit buitenland

Nederlandse kolencentrales maken dit jaar opvallend veel draaiuren. Tot...

Nederlandse economie blijft groeien, maar koopkracht daalt in 2027

De Nederlandse economie blijft beter overeind dan je op...

Gerelateerde artikelen