Nederlandse kolencentrales maken dit jaar opvallend veel draaiuren. Tot en met half augustus wekten ze al meer elektriciteit op dan in heel 2024. Dat is opvallend, omdat de maanden waarin de stroomvraag normaal gesproken stijgt nog moeten komen.
De toename komt vooral door een combinatie van hoge energieprijzen, internationale onrust en een grotere vraag naar Nederlandse stroom vanuit het buitenland. Vooral België speelt daarin een belangrijke rol. Daar zijn twee grote kerncentrales in onderhoud, waardoor het land tijdelijk meer elektriciteit uit andere landen nodig heeft.
Voor Nederland levert dat een ongemakkelijke situatie op. Aan de ene kant zijn kolencentrales vervuilend en is wettelijk vastgelegd dat ze uiterlijk eind 2029 moeten stoppen met elektriciteitsproductie op kolen. Aan de andere kant leveren ze op dit moment stroom op momenten dat zon, wind en gascentrales niet voldoende of niet goedkoop genoeg zijn.
Meer kolenstroom dan in heel 2024
Volgens cijfers uit het Nationaal Energiedashboard, waarover het FD en de NOS berichten, hebben Nederlandse kolencentrales dit jaar al meer stroom geproduceerd dan in heel 2024. De productie ligt nog wel lager dan in heel 2025, maar als het huidige tempo doorzet, kan ook dat niveau later dit jaar worden ingehaald.
Dat is bijzonder, omdat kolencentrales vaak juist in de herfst en winter meer draaien. Dan is de stroomvraag hoger, terwijl er minder zonne-energie wordt opgewekt. Als de centrales nu al veel produceren, wijst dat op uitzonderlijke omstandigheden op de energiemarkt.
De laatste keer dat kolencentrales zo nadrukkelijk terugkeerden in de stroommix was tijdens de gascrisis van 2022. Toen werd gas door de oorlog in Oekraïne zo duur dat kolen economisch aantrekkelijker werden om elektriciteit mee op te wekken.
Nu speelt opnieuw een vergelijkbaar prijseffect. Door internationale spanningen, waaronder de oorlog in Iran, zijn energieprijzen opgelopen. Daardoor kan het goedkoper zijn om stroom te produceren met kolen, zelfs wanneer rekening wordt gehouden met de hogere kosten voor CO2-uitstoot.
België trekt veel stroom uit Nederland
Een belangrijke verklaring ligt over de grens. België heeft dit jaar te maken met onderhoud aan twee grote kerncentrales. Daardoor is er minder eigen productie beschikbaar en moet het land meer elektriciteit importeren.
Nederland is door zijn ligging en verbindingen met buurlanden een logische leverancier. Wanneer België meer stroom nodig heeft en de prijs hoog genoeg is, kunnen Nederlandse centrales extra gaan produceren voor export.
Dat maakt de discussie over kolencentrales ingewikkelder. De extra productie is niet alleen bedoeld voor Nederlands verbruik. Een deel van de stroom gaat naar het buitenland, waar anders mogelijk andere fossiele centrales zouden worden ingezet.
Emeritus lector energietransitie Martien Visser zegt bij de NOS dat Nederland veel stroom exporteert en dat kolencentrales mede daarom vaker bijspringen. Volgens hem is het in sommige gevallen beter dat Nederlandse kolencentrales draaien dan dat Duitsland meer bruinkool inzet, omdat bruinkool nog vervuilender is.
Kolen blijven nodig voor balans op het stroomnet
Hoewel Nederland steeds meer stroom opwekt uit zon en wind, blijft het elektriciteitssysteem afhankelijk van regelbare centrales. Windmolens en zonnepanelen leveren veel goedkope stroom wanneer het waait of zonnig is. Maar op donkere, windstille momenten is andere productie nodig.
Gas- en kolencentrales kunnen dan bijspringen. Ze leveren vermogen wanneer duurzame bronnen tijdelijk minder produceren en helpen zo om het stroomnet in balans te houden. Die rol wordt belangrijker naarmate het elektriciteitsverbruik groeit door elektrische auto’s, warmtepompen, datacenters en elektrificatie van de industrie.
Daar zit een spanning in de energietransitie. Nederland wil snel minder fossiele energie gebruiken, maar heeft tegelijkertijd voldoende regelbaar vermogen nodig om pieken en dalen op te vangen. Zolang opslag, vraagsturing, netverzwaring en duurzame back-up nog niet genoeg zijn opgeschaald, blijven fossiele centrales onderdeel van het systeem.
Dat betekent niet dat kolen weer een vaste toekomst hebben. Het laat wel zien dat de afbouw van fossiele energie in de praktijk minder rechtlijnig verloopt dan op papier.
Klimaatdoelen onder druk
Kolen zijn de meest vervuilende manier om elektriciteit op te wekken. Per geproduceerde kilowattuur komt bij kolen meer CO2 vrij dan bij gas, wind, zon of kernenergie. Daarom past extra kolenstroom slecht bij de Nederlandse klimaatambities.
Tegelijk valt de uitstoot van grote energiecentrales onder Europese afspraken. Binnen het Europese systeem voor emissierechten is er een plafond voor de totale uitstoot van de sectoren die onder dat systeem vallen. Als Nederland tijdelijk meer uitstoot door kolencentrales, kan dat betekenen dat elders minder ruimte overblijft.
Dat maakt de klimaatimpact minder simpel dan alleen kijken naar Nederlandse uitstoot. Toch blijft het signaal ongemakkelijk: in een periode waarin Nederland juist sneller wil verduurzamen, draaien kolencentrales weer volop.
Voor klimaatbeleid is vooral de lange termijn belangrijk. Als de extra kolenproductie tijdelijk is en andere vervuilendere centrales in Europa verdringt, is het effect anders dan wanneer kolen structureel terugkeren in de energiemix. Maar het maakt wel duidelijk dat de energietransitie kwetsbaar blijft voor prijsprikkels en internationale ontwikkelingen.
Gas besparen als voordeel
Een opvallend argument voor het tijdelijk inzetten van kolencentrales is dat Nederland daarmee gas bespaart. Gascentrales hoeven minder vaak te draaien wanneer kolencentrales stroom leveren. Dat gas kan worden gebruikt om voorraden aan te vullen of om later in te zetten wanneer de vraag hoger is.
Volgens Martien Visser bespaart het gebruik van kolencentrales ongeveer 60 miljoen kubieke meter gas per week. Dat kan vooral richting de winter relevant zijn. Een goed gevulde gasopslag verkleint de kans op prijsschokken en maakt Nederland minder kwetsbaar bij koude periodes of nieuwe verstoringen op de internationale energiemarkt.
Ook dat is een lastige afweging. Kolen veroorzaken meer uitstoot, maar gas is strategisch belangrijk en gevoelig voor geopolitieke risico’s. Sinds de energiecrisis van 2022 is duidelijk geworden dat leveringszekerheid soms zwaarder weegt dan de ideale route naar verduurzaming.
Sluiting blijft wettelijk vastgelegd
Ondanks de hogere productie verandert de geplande sluiting van kolencentrales niet zomaar. Nederland heeft wettelijk vastgelegd dat elektriciteitsproductie met kolen uiterlijk eind 2029 moet stoppen. Vanaf 2030 mogen de centrales geen kolen meer gebruiken voor stroomproductie.
Die datum is belangrijk voor bedrijven, overheden en netbeheerders. Energiebedrijven weten dat kolen geen langetermijnoplossing zijn. Tegelijk moeten zij de komende jaren nog wel bijdragen aan leveringszekerheid zolang er voldoende vraag is en zolang de wet dat toestaat.
Voor de politiek kan de huidige situatie opnieuw discussie oproepen. Enerzijds klinkt de roep om sneller af te bouwen vanuit klimaatperspectief. Anderzijds kan juist worden gewezen op de noodzaak van voldoende regelbaar vermogen, zeker als buurlanden tijdelijk minder elektriciteit beschikbaar hebben.
De vraag is dus niet alleen of kolencentrales vervuilend zijn. Dat staat vast. De vraag is vooral hoe Nederland de periode tot 2030 overbrugt zonder grote risico’s voor betaalbaarheid en leveringszekerheid.
Export laat zien hoe Europees de stroommarkt is
De extra vraag uit België maakt duidelijk hoe sterk Europese stroommarkten met elkaar verbonden zijn. Elektriciteit stopt niet bij de grens. Wanneer er in het ene land een tekort ontstaat of productie wegvalt, kan stroom uit andere landen worden geïmporteerd.
Dat systeem heeft voordelen. Landen kunnen elkaar helpen bij tekorten en overschotten. Op zonnige of winderige dagen kan duurzame stroom makkelijker worden benut. Maar het betekent ook dat nationale keuzes directe gevolgen hebben voor buurlanden.
Als België kerncentrales in onderhoud heeft, draaien Nederlandse centrales meer. Als Duitsland veel windstroom produceert, kan dat Nederlandse prijzen drukken. Als Frankrijk problemen heeft met kerncentrales, kan dat effect hebben op de hele West-Europese energiemarkt.
Voor consumenten en bedrijven maakt dat de stroomprijs soms lastig te verklaren. De prijs op de energiemarkt wordt niet alleen bepaald door het weer in Nederland, maar ook door onderhoud, vraag, productie en beleidskeuzes in de landen om ons heen.
Tijdelijke terugkeer of waarschuwing?
De hoge productie van kolencentrales kan worden gezien als een tijdelijke reactie op marktomstandigheden. Hoge gasprijzen, onderhoud aan Belgische kerncentrales en extra exportvraag zorgen ervoor dat kolencentrales economisch aantrekkelijker worden.
Maar het is ook een waarschuwing. De energietransitie vraagt niet alleen om meer zon en wind, maar ook om voldoende opslag, flexibel verbruik, sterker stroomnet en betrouwbare back-upcapaciteit. Zonder die onderdelen blijft het systeem gevoelig voor terugval op fossiele centrales.
Voor Nederland wordt de komende jaren bepalend hoe snel alternatieven beschikbaar komen. Batterijen, waterstof, vraagsturing, interconnecties, netverzwaring en mogelijk nieuwe vormen van regelbaar vermogen moeten de rol van fossiele centrales verkleinen.
Tot die tijd blijft de praktijk weerbarstig. Kolencentrales hebben geen toekomst na 2030, maar spelen in 2026 nog steeds een rol in de leveringszekerheid en de Europese stroomhandel. Dat maakt de huidige opleving geen echte comeback, maar wel een duidelijk signaal dat de afbouw van fossiel vermogen zorgvuldig moet worden opgevangen.
Bronnen: NOS, FD, Nationaal Energiedashboard, Rijksoverheid en CBS.