In februari 2026 kleurde de Nederlandse economie iets minder negatief, zo blijkt uit de nieuwste update van de Conjunctuurklok van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Na maanden van relatief sombere economische vooruitzichten laten de cijfers een lichte verbetering zien, maar het beeld blijft genuanceerd. De signalen duiden op een economie die niet meer in vrije val is, maar ook geen robuuste groei laat zien.
De Conjunctuurklok is een samengestelde indicator die de stand van de Nederlandse economie maandelijks meet aan de hand van belangrijke indicatoren zoals productie, orders, arbeidsmarktgegevens en consumentenvertrouwen. In februari lagen negen van de dertien indicatoren nog altijd onder hun langetermijntrend, maar minder sterk dan in januari. Dat wijst volgens economen op een lichte afvlakking van de neerwaartse beweging.
Lichte verbetering in macrobeeld
Dat het economisch beeld iets minder negatief is, betekent niet dat de economie plotseling weer gaat floreren. “Het blijft onder de langetermijntrend zitten”, stelt een kenner van economische analyse, “maar de neerwaartse dynamiek zwakt af.” De CBS-conjunctuurindicator staat nog ruim onder nul, maar de min daalt minder snel dan in de maanden ervoor.
In januari was het beeld zelfs iets negatiever dan in december, al waren de verschillen klein. Deze schommelingen geven een economie weer die balanceert tussen structurele uitdagingen en tijdelijke stabilisatie.
Bedrijfsvertrouwen herstelt voorzichtig
Een belangrijk signaal van deze veranderende toon is het bedrijfsvertrouwen. Uit recente CBS-gegevens blijkt dat de stemming onder ondernemers iets is verbeterd in het begin van 2026. De vertrouwenindicator steeg naar -1,8 in het eerste kwartaal, wat hoger is dan het lange-termijngemiddelde van ongeveer -3,7. Vooral in sectoren als auto-handel en reparatie en informatie- en communicatiediensten werd een duidelijk minder sombere toon gemeten.
Toch blijft het vertrouwen in sommige branches dalen. Dat geldt bijvoorbeeld voor sectoren als landbouw, vervoer en horeca, waar ondernemers nog altijd pessimistischer zijn over de toekomst. De gemengde uitslagen laten zien dat het economisch klimaat niet homogeen verbetert, maar sectoren verschillend worden geraakt.
De helft van de bedrijven geeft aan dat hun vermogen om hogere kosten door te berekenen aan klanten beperkt is, wat de margedruk vergroot, met name in sectoren waar concurrentie sterk is.
Prijsdruk daalt, inflatie blijft onder controle
Waar bedrijven voorzichtig optimistisch zijn, krijgen consumenten gemengde signalen. De inflatie in Nederland daalde in januari naar 2,4 procent ten opzichte van een jaar eerder, vooral gedreven door lagere voedselprijzen. Dat is een verdere afname ten opzichte van december, toen de inflatie 2,8 procent bedroeg.
Voor huishoudens betekent een lagere inflatie dat de koopkracht weer iets minder onder druk staat. Toch ligt het consumentenvertrouwen nog steeds onder het langjarige gemiddelde. Recente peilingen laten zien dat het vertrouwen in februari daalde naar -24, een niveau dat al langere tijd pessimistisch is, vooral wat betreft verwachtingen over de economie op langere termijn.
Deze daling in consumentenvertrouwen sluit aan bij de voorzichtige economische vooruitgang: consumenten zijn iets positiever over wat ze het afgelopen jaar hebben meegemaakt, maar somberder over de toekomst. Hun bereidheid om grote aankopen te doen blijft laag, ondanks iets gunstiger eigen financiële inschatting.
Groei wel aanwezig, maar niet spectaculair
De macro-indicatoren benadrukken dat de Nederlandse economie nog steeds groeit, maar in een gematigd tempo. Volgens CBS-cijfers nam het bruto binnenlands product (bbp) in het vierde kwartaal van 2025 met 0,5 procent toe ten opzichte van het kwartaal ervoor. Die groei is voor Nederland gezien de uitdagingen op wereldhandels- en energiegebied niet onverdienstelijk.
Ook internationaal onderzoek zoals dat van Rabobank suggereert dat de economie in 2026 zal blijven groeien, al onder de potentie. Verwachtingen zijn dat het bbp met circa 1,3 procent zal toenemen, ondersteund door consumptie van huishoudens en overheid-uitgaven, maar geremd door internationale handelsspanningen en vertraging in investeringen.
Voor deze aantrekkende groei spelen externe factoren een rol. De export van Nederlandse goederen, vooral machines, chemische producten en olieproducten, blijft belangrijk voor het economische plaatje. Sterke buitenlandse vraag zorgt ervoor dat deze sectoren relatief goed blijven presteren, wat helpt om de totale economie op koers te houden.
Achterblijvende investeringen en sectorale verschillen
Ondanks de tekenen van stabilisatie zijn er ook gebieden waar de economie kwetsbaar blijft. Zo bleken de producentenprijzen in januari bijna twee procent lager dan een jaar eerder, wat duidt op een zwakkere vraag naar producten in de industrie en een neerwaartse prijsdruk.
Investeringen door bedrijven staan onder druk door de macro-onzekerheid en rentekosten, en in sommige sectoren blijft de winstgevendheid teruglopen. Historische trends laten zien dat deze vertraging in investeringen vaak samenhangt met terughoudendheid bij bedrijven om uit te breiden of nieuwe personeelskosten aan te gaan zolang de vooruitzichten nog onzeker zijn.
Toch geven sommige ondernemers aan dat zij juist meer willen investeren in 2026 dan in 2025, vooral in sectoren als detailhandel en cultuur. Die vinden kansen in vernieuwde klantvraag en technologische investeringen, maar dergelijke positieve sentimenten zijn nog niet breed genoeg om het algemene beeld substantieel om te draaien.
Balans tussen stabilisatie en onzekerheid
Het economische verslag van februari laat een belangrijke realiteit zien voor Nederland: de economie is niet meer aan het afglijden, maar hij zit ook niet in een fase van sterke, zelfverzekerde groei. De Conjunctuurklok kleurt licht minder negatief, bedrijfsvertrouwen is iets hersteld en prijzen dalen, maar het consumentenvertrouwen blijft laag en sectorale verschillen zijn groot.
Dat illustreert de fragiele balans tussen herstel en onzekerheid. Voor beleidsmakers en bedrijven betekent dit dat voorzichtig beleid en strategische investeringen belangrijk blijven, terwijl consumenten moeten omgaan met wisselende verwachtingen over koopkracht en bestedingen.
Terwijl de economie voortschrijdt, zal de komende maanden moeten blijken of deze lichte verbetering zich kan doorzetten naar bredere groei, of dat de tekenen van stabilisatie slechts een tijdelijke pauze zijn in een langlopende reeks schommelingen.
Bronnen: CBS, NOS, Accountant.nl, Fibre2Fashion, Onderneming.nl, Rabobank