dinsdag, mei 12, 2026
9.1 C
Groningen

Vertrouwen in politici en Tweede Kamer op dieptepunt in 2025

Het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer is in 2025 verder weggezakt. Volgens cijfers van het CBS had nog 21,2 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder vertrouwen in politici. Voor de Tweede Kamer lag dat aandeel op 24,6 procent. Daarmee staat het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer op het laagste niveau sinds het begin van de meetreeksen. Voor politici gaat die reeks terug tot 2016, voor de Tweede Kamer tot 2012. Ook de NOS spreekt op basis van die cijfers van een dieptepunt.

Dat lage politieke vertrouwen steekt scherp af tegen de situatie van een paar jaar geleden. Tijdens de coronaperiode liep het vertrouwen in de landelijke politiek juist tijdelijk op. In 2020 had nog 39,7 procent vertrouwen in politici en 53,2 procent in de Tweede Kamer. Die opleving hield niet stand. In de jaren daarna zakte het vertrouwen vrijwel elk jaar verder weg. In 2024 had nog 25,1 procent vertrouwen in politici, in 2025 bleef daar 21,2 procent van over. Voor de Tweede Kamer ging het in dezelfde periode van 31,3 naar 24,6 procent.

Vertrouwen in politici daalt harder dan vertrouwen in andere instituties

De nieuwe cijfers laten niet zien dat Nederlanders alles wat met overheid en bestuur te maken heeft massaal afwijzen. Het beeld is veel specifieker. Het vertrouwen in ambtenaren bleef in 2025 vrijwel stabiel op 47,1 procent. Ook de gemeenteraad en de Europese Unie bleven duidelijk hoger scoren dan de landelijke politiek, met respectievelijk 54,5 en 51,5 procent. Juist dat verschil maakt deze ontwikkeling zo opvallend: het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer daalt veel harder dan het vertrouwen in andere politieke en bestuurlijke instituties.

Daarmee verschuift de discussie ook. Het gaat niet alleen om algemene onvrede of bestuurlijke moeheid, maar om een groeiende afstand tot Den Haag zelf. Wie de cijfers naast elkaar legt, ziet dat het wantrouwen zich vooral concentreert rond de landelijke politiek. Gemeenteraad, ambtenaren en de EU blijven veel beter overeind. Voor de Tweede Kamer en politici is dat pijnlijk, omdat juist zij het gezicht vormen van nationaal beleid en publieke verantwoording.

Jongeren hebben vaker vertrouwen in de Tweede Kamer dan ouderen

Het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer verschilt sterk per leeftijdsgroep. Jongeren van 15 tot 25 jaar hebben nog altijd het vaakst vertrouwen in politieke instituties. In 2025 had 32,6 procent van hen vertrouwen in politici en 34,1 procent in de Tweede Kamer. Bij mensen van 65 tot 75 jaar lagen die percentages veel lager: 15,3 procent had vertrouwen in politici en 20,7 procent in de Tweede Kamer. Bij 75-plussers loopt dat weer iets op, maar ook daar blijft het vertrouwen lager dan onder jongeren.

Dat leeftijdsverschil is al langer zichtbaar, maar wordt in deze cijfers opnieuw scherp bevestigd. Volgens CBS-hoofdsocioloog Tanja Traag kan politieke ervaring daar een rol in spelen. Jongeren hebben vaak nog minder teleurstellingen en minder lange politieke herinneringen opgebouwd, terwijl oudere groepen juist vaker eerdere tegenvallers meenemen in hun oordeel. Het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer hangt dus niet alleen samen met het nieuws van vandaag, maar ook met ervaring, verwachting en opgebouwde scepsis.

Lager opgeleiden hebben minder politiek vertrouwen

Ook opleidingsniveau speelt een duidelijke rol. Uit de CBS-analyse blijkt dat mensen met alleen basisonderwijs minder vertrouwen in de politiek hebben dan mensen met een hbo- of wo-opleiding. Hetzelfde geldt voor mensen met weinig interesse in politiek vergeleken met mensen die de politiek juist actief volgen. Het CBS schrijft bovendien dat de verschillen in vertrouwen tussen onderwijsniveaus in de periode 2016 tot en met 2025 groter zijn geworden. Het lage vertrouwen in politici en de Tweede Kamer is dus niet gelijk verdeeld over de samenleving.

Dat maakt deze cijfers ook maatschappelijk relevant. Als het vertrouwen in de landelijke politiek vooral lager ligt bij groepen die zich toch al minder gehoord of minder vertegenwoordigd voelen, groeit de afstand sneller. Dan wordt politiek vertrouwen niet alleen een kwestie van populariteit of peilingen, maar ook van binding, herkenning en bereik. Het CBS trekt die conclusie niet letterlijk, maar de scheidslijnen in leeftijd, opleiding en politieke interesse wijzen wel duidelijk in die richting.

Vertrouwen in de politiek is het laagst in het noordoosten van Nederland

Niet alleen tussen bevolkingsgroepen, ook regionaal lopen de verschillen stevig uiteen. Het vertrouwen in de politiek als geheel is gemiddeld over de periode 2016 tot en met 2025 het laagst in het noordoosten van Nederland. In Oost-Groningen had 31 procent vertrouwen in de politieke instituties samen, in Zuidoost-Drenthe 32 procent en in Zuidwest-Drenthe 34 procent. In regio’s als Zuidwest-Overijssel, Agglomeratie ’s-Gravenhage, Het Gooi en Vechtstreek en Agglomeratie Leiden en Bollenstreek lag dat vertrouwen juist op 45 procent.

Die regionale verschillen laten zien dat de afstand tot de politiek niet overal op dezelfde manier wordt beleefd. In sommige gebieden is het wantrouwen structureel sterker dan in andere. Dat is relevant voor wie het lage vertrouwen in politici en de Tweede Kamer alleen wil verklaren uit landelijke incidenten of uit de actualiteit van één kabinet. De cijfers wijzen op een dieper en ongelijk verdeeld patroon, waarin ook regio en maatschappelijke positie meespelen.

Vertrouwen in politici en Tweede Kamer staat lager dan in de coronajaren

De coronaperiode was achteraf bezien geen omslag, maar een tijdelijke uitzondering. In 2020 schoot het vertrouwen in de landelijke politiek omhoog, maar daarna verdween die opleving weer. Het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer is sindsdien bijna elk jaar verder gedaald. Het vertrouwen in ambtenaren en de gemeenteraad steeg na 2022 juist weer wat, terwijl het vertrouwen in de EU sinds 2023 oploopt. Dat maakt het contrast met de landelijke politiek alleen maar scherper.

Voor de Tweede Kamer en voor politici zelf is dat een ongemakkelijke uitkomst. Een instituut waar nog maar ongeveer een kwart van de bevolking vertrouwen in heeft, en politici die blijven steken op iets meer dan één op de vijf Nederlanders, opereren in een heel ander klimaat dan in jaren waarin het vertrouwen duidelijk hoger lag. Het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer is daarmee niet alleen een statistische uitkomst, maar ook een signaal over de legitimiteit en geloofwaardigheid van de landelijke politiek.

Politiek vertrouwen in 2025: dieptepunt is breder dan één incident

De nieuwste cijfers maken duidelijk dat het lage vertrouwen in politici en de Tweede Kamer geen losse uitschieter is. Het past in een langere dalende lijn, waarin vooral de landelijke politiek terrein verliest. Jongeren zijn nog wat minder somber, hoger opgeleiden hebben vaker vertrouwen en in delen van het noordoosten ligt het politieke vertrouwen structureel lager. Ondertussen blijven de gemeenteraad, de EU en ambtenaren duidelijk beter scoren.

Het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer staat daarmee in 2025 op een nieuw dieptepunt. Dat maakt de cijfers politiek gevoelig, juist omdat het niet gaat om één incident of één tijdelijke rel. Het gaat om een bredere ontwikkeling waarin de afstand tussen burger en landelijke politiek verder is gegroeid. En zolang die trend niet keert, blijven deze percentages meer dan alleen cijfers uit een onderzoek. Ze vertellen ook iets over hoe Nederland naar zijn eigen politieke centrum kijkt.

Bron: CBS

Recente publicaties

Ondernemersvertrouwen zakt hard weg in tweede kwartaal 2026

Het sentiment onder Nederlandse ondernemers heeft in korte tijd...

Economie groeit nauwelijks, maar consument gaf in maart weer meer uit

De Nederlandse economie is 2026 voorzichtig begonnen. In het...

Stroomnet gaat voor het eerst helemaal op slot: wat zijn de gevolgen?

Het volle stroomnet was de afgelopen jaren vooral een...

Grote zorgen over persoonlijke financiën door oorlog in Midden-Oosten

De oorlog in het Midden-Oosten speelt zich ver van...

Arbeidsproductiviteit Nederlandse economie stijgt fors in 2025

De Nederlandse economie groeide in 2025 met 1,8 procent....

Gerelateerde artikelen