woensdag, juni 10, 2026
17.6 C
Groningen

Productie industrie stijgt in april bijna 5 procent

De Nederlandse industrie heeft in april duidelijk meer geproduceerd dan een jaar eerder. De kalendergecorrigeerde productie lag 4,7 procent hoger dan in april 2025, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarmee laat de industrie opnieuw groei zien, na een periode waarin de productiecijfers sterk wisselden.

Ook ten opzichte van maart ging de productie omhoog. Gecorrigeerd voor seizoen- en kalendereffecten produceerde de industrie in april 1,4 procent meer dan een maand eerder. Dat wijst op een positieve korte termijnontwikkeling, al blijft voorzichtigheid nodig. De industriële productie schommelt van maand tot maand vaak flink en volgens het CBS is het nog te vroeg om te zeggen of de recente stijging structureel is.

De cijfers passen bij een industrie die langzaam terrein lijkt terug te winnen na een moeilijke periode. In 2024 lag de productie in veel maanden nog lager dan een jaar eerder. In 2025 was het beeld wisselend en bleef de groei beperkt. In 2026 zijn opnieuw positieve cijfers zichtbaar, maar het vertrouwen onder producenten laat nog geen overtuigende omslag zien.

Groei in groot deel van de industrie

In april produceerde ongeveer 60 procent van de bedrijfsklassen binnen de industrie meer dan in dezelfde maand een jaar eerder. Dat betekent dat de groei niet volledig op één branche rust, al zijn de verschillen tussen sectoren groot.

Vooral de machine-industrie springt eruit. Die branche produceerde in april 21,6 procent meer dan een jaar eerder en kende daarmee opnieuw de grootste stijging onder de grootste industrietakken. De machine-industrie is belangrijk voor de Nederlandse maakindustrie en levert onder meer machines, installaties en onderdelen aan binnen- en buitenlandse klanten.

De groei in deze sector kan samenhangen met investeringen in technologie, automatisering en internationale vraag naar industriële apparatuur. Tegelijk maakt juist deze branche vaak deel uit van lange ketens, waardoor productie van maand tot maand kan bewegen door grote orders, levertijden of exportontwikkelingen.

Ook de transportmiddelenindustrie liet een kleine plus zien van 0,3 procent. De voedingsmiddelenindustrie bleef gelijk ten opzichte van april vorig jaar. Daarmee bleef een deel van de industrie stabiel, terwijl andere branches juist daalden.

Chemische industrie blijft achter

Niet alle bedrijfstakken profiteerden van de groei. De chemische industrie had in april de grootste daling onder de grootste branches. De productie lag daar 4,1 procent lager dan een jaar eerder. Ook de reparatie en installatie van machines daalde, met 3,4 procent.

Verder produceerden de metaalproductenindustrie en de elektrische en elektronische apparatenindustrie minder dan in april 2025. Bij metaalproducten ging het om een daling van 1,9 procent. Bij elektrische en elektronische apparaten was sprake van een min van 1,7 procent. De rubber- en kunststofindustrie produceerde 1,3 procent minder.

Die verschillen laten zien dat het herstel in de industrie niet overal tegelijk aankomt. Sommige branches profiteren van nieuwe vraag of volle orderboeken, terwijl andere nog last hebben van hogere kosten, zwakkere afzetmarkten of internationale onzekerheid. Vooral energie-intensieve sectoren, zoals delen van de chemie, blijven gevoelig voor kosten en concurrentiedruk.

Productie stijgt ook op maandbasis

Voor de korte termijn kijkt het CBS vooral naar cijfers die zijn gecorrigeerd voor seizoen- en kalendereffecten. Die geven beter weer hoe de productie zich van maand op maand ontwikkelt. Op basis daarvan steeg de industriële productie in april met 1,4 procent ten opzichte van maart.

Dat is positief, maar niet uitzonderlijk binnen een sector die vaak beweeglijk is. Industriële productie kan snel reageren op orderstromen, voorraadvorming, exportvraag en leveringsproblemen. Een sterke maand betekent daarom niet automatisch dat een langdurige groeifase is begonnen.

Wel valt op dat de productie de afgelopen maanden vaker omhoog ging. In januari lag de seizoen- en kalendergecorrigeerde productie-index op 104,5. In februari zakte die naar 102,9, maar in maart steeg de index naar 105,8 en in april verder naar 107,2. Daarmee is het productieniveau in korte tijd zichtbaar opgeklommen.

Herstel na zwakke jaren blijft onzeker

De industrie heeft de afgelopen jaren te maken gehad met een grillig verloop. Na de sterke opleving na de coronaperiode bereikte de productie in 2022 een hoog niveau. Daarna sloeg de trend om en volgde een langere periode van dalingen en zwakke groei.

In 2024 waren de cijfers regelmatig negatief. In april 2024 produceerde de industrie nog 4,2 procent minder dan een jaar eerder. In december 2024 was sprake van een daling van 4,7 procent. In 2025 werd het beeld rustiger, maar nog niet echt sterk. Sommige maanden lieten lichte groei zien, andere maanden opnieuw een kleine daling.

Tegen die achtergrond is de groei van 4,7 procent in april 2026 opvallend. Tegelijk moet de stijging deels worden gezien tegenover een relatief zwakke vergelijkingsmaand een jaar eerder. Omdat april 2025 nog 0,5 procent lager lag dan april 2024, kan het herstel op jaarbasis sterker lijken.

Dat maakt de cijfers niet minder relevant, maar wel genuanceerd. De industrie groeit, maar de vraag is of deze groei voldoende breed en stevig is om van duurzaam herstel te spreken.

Producentenvertrouwen daalt in mei

Opvallend is dat het vertrouwen van producenten in mei juist verslechterde. Het producentenvertrouwen ging van min 0,7 in april naar min 2,0 in mei. Daarmee lag het vertrouwen onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar.

Producenten waren vooral minder positief over de verwachte bedrijvigheid. Dat is een belangrijk signaal, omdat vertrouwen iets zegt over hoe ondernemers naar de komende periode kijken. Zelfs wanneer de productie op dat moment stijgt, kunnen bedrijven terughoudend blijven als zij onzeker zijn over nieuwe orders, kosten, personeel of internationale markten.

In de meeste branches nam het vertrouwen af. De elektrotechnische en machine-industrie kende de grootste daling van het vertrouwen, terwijl juist de productie in de machine-industrie in april sterk groeide. Dat laat zien dat actuele productie en verwachtingen niet altijd dezelfde kant op bewegen. Een branche kan nu goed draaien, maar toch twijfelen over de komende maanden.

Metaalindustrie meest negatief

Binnen de industrie waren producenten in de metaalindustrie in mei het meest negatief. Dat past bij de productiecijfers, waarin de metaalproductenindustrie in april ook een daling liet zien. De sector is gevoelig voor ontwikkelingen in bouw, export, energieprijzen en investeringen van andere bedrijven.

De overige industrie, waar onder meer reparatie en installatie van machines en de meubelindustrie onder vallen, was juist het meest positief. Daar lag het vertrouwen nog boven nul. Toch is het algemene beeld voorzichtig. Het producentenvertrouwen blijft negatief en ondernemers zijn niet breed optimistisch.

Dat voorzichtigere sentiment kan ook te maken hebben met internationale onzekerheid. De Nederlandse industrie is sterk afhankelijk van export, grondstoffen, energieprijzen en de vraag uit andere Europese landen. Wanneer die omgeving onzeker blijft, zijn producenten minder geneigd om vooruit te lopen op stevig herstel.

Machine-industrie blijft belangrijke motor

De sterke groei in de machine-industrie is belangrijk voor het totaalbeeld. Omdat deze branche veel gewicht heeft binnen de industrie, kan een forse stijging daar het totaalcijfer zichtbaar omhoogtrekken. Zonder die sterke plus zou het beeld van de industrie waarschijnlijk minder krachtig ogen.

De machine-industrie is bovendien verweven met bredere economische ontwikkelingen. Bedrijven investeren in machines wanneer zij productie willen uitbreiden, automatiseren of efficiënter willen werken. De vraag naar machines kan dus iets zeggen over investeringsbereidheid in andere sectoren.

Tegelijkertijd kan de branche ook grillig zijn. Grote orders, leveringen of projecten kunnen in één maand veel verschil maken. Dat geldt zeker voor bedrijven die internationaal leveren. Daarom is het belangrijk om de komende maanden te kijken of de groei aanhoudt of dat april vooral een sterke uitschieter was.

Betekenis voor de economie

De industrie is niet de grootste sector van de Nederlandse economie, maar wel belangrijk voor export, innovatie en werkgelegenheid. Productiegroei kan doorwerken naar toeleveranciers, transport, zakelijke dienstverlening en technische beroepen. Een sterker draaiende industrie kan daarmee breder effect hebben dan alleen binnen fabrieken zelf.

Voor bedrijven biedt de stijging enige lucht na een lastige periode. Meer productie kan zorgen voor betere bezetting van machines, hogere omzet en meer ruimte om te investeren. Tegelijk blijven kosten, personeelstekorten en internationale concurrentie belangrijke factoren.

De daling van het producentenvertrouwen laat zien dat ondernemers nog niet zonder zorgen vooruitkijken. Een hogere productie in april is positief, maar bedrijven willen vooral weten of de vraag in de komende maanden sterk genoeg blijft.

Conclusie

De Nederlandse industrie produceerde in april 4,7 procent meer dan een jaar eerder. Ook ten opzichte van maart nam de productie toe. Vooral de machine-industrie trok het cijfer omhoog, terwijl onder meer de chemische industrie en metaalproductenindustrie achterbleven.

De cijfers wijzen op herstel, maar nog niet op zekerheid. De productie is de afgelopen maanden gestegen, maar het CBS benadrukt dat het te vroeg is om te zeggen of deze trend structureel is. Daarbij komt dat het producentenvertrouwen in mei juist daalde en onder het langjarig gemiddelde ligt.

Voorlopig is het beeld dus gemengd. De industrie draait beter dan een jaar geleden, maar ondernemers blijven voorzichtig over de komende periode. De komende maanden moeten uitwijzen of april het begin is van een steviger herstel, of vooral een sterke maand in een nog altijd wisselvallige industriële ontwikkeling.

Bron: CBS.

Recente publicaties

Inflatie loopt in mei op naar 3,5 procent

De inflatie in Nederland is in mei gestegen naar...

Mensen met beperking ervaren nog altijd achterstand in samenleving

Tien jaar nadat Nederland het VN-verdrag handicap bekrachtigde, is...

ActuMa-netwerkevent brengt ondernemers samen in Eexterveen

Donderdag 4 juni stond bij ActuMa in het teken...

Bedrijven kiezen vaker voor automatisering door personeelstekort

Het personeelstekort blijft voor veel Nederlandse bedrijven een hardnekkig...

Nederlandse industrie groeit door hamstergedrag van bedrijven

De Nederlandse industrie profiteert momenteel van een opvallende toename...

Gerelateerde artikelen