donderdag, juli 16, 2026
19.5 C
Groningen

Inflatie is 3 procent, maar voelt veel hoger voor consumenten

De officiële inflatie in Nederland ligt al langere tijd rond de 3 procent. Toch ervaren veel consumenten dat heel anders. Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek schatten Nederlanders de prijsstijgingen veel hoger in dan ze daadwerkelijk zijn. De zogenoemde gevoelsinflatie ligt rond de 8 procent.

Dat verschil is sinds de energiecrisis van 2022 veel groter geworden. Voor die tijd lag het gevoel van consumenten dichter bij de gemeten inflatie. Nu is de feitelijke inflatie weer duidelijk gedaald, maar het gevoel dat alles hard duurder wordt, blijft hangen.

In juni kwam de inflatie uit op 2,9 procent. Dat betekent dat consumentengoederen en diensten gemiddeld 2,9 procent duurder waren dan een jaar eerder. De gevoelsinflatie lag in dezelfde maand op 8 procent. Consumenten ervaren de inflatie daarmee bijna drie keer zo hoog als het officiële cijfer.

De energiecrisis werkt nog steeds door in het gevoel

De kloof tussen inflatie en gevoelsinflatie ontstond vooral tijdens de energiecrisis. In 2022 stegen energieprijzen hard en kregen veel huishoudens te maken met forse onzekerheid over hun maandlasten. Gas, stroom en brandstof werden dagelijkse onderwerpen aan de keukentafel.

Dat soort prijsstijgingen blijft hangen. Zelfs als de officiële inflatie later daalt, vergelijken mensen de huidige prijzen niet alleen met een jaar geleden, maar ook met wat zij vóór de crisis gewend waren te betalen.

Dat verklaart waarom het gevoel niet zo snel meebeweegt met de statistieken. Een brood, tankbeurt, restaurantrekening of energienota voelt nog altijd duurder dan een paar jaar terug. De inflatie kan dan op papier 3 procent zijn, maar consumenten zien vooral het hogere prijsniveau dat is blijven staan.

In juli 2023 was dat verschil extreem zichtbaar. De feitelijke inflatie bedroeg toen 4,6 procent, terwijl consumenten het gevoel hadden dat de inflatie 15 procent was. Daarna daalde de gevoelsinflatie wel, maar niet terug naar het oude niveau.

Waarom het officiële cijfer lager uitvalt

De officiële inflatie wordt berekend met een breed pakket aan goederen en diensten. Daarin zitten boodschappen, energie, kleding, vervoer, zorg, horeca, woonlasten, recreatie en allerlei andere uitgaven. Niet alles stijgt tegelijk even hard.

Voor consumenten werkt dat anders. Mensen letten vooral op prijzen die ze vaak zien of direct betalen. Boodschappen, benzine, horeca en energie vallen sneller op dan producten of diensten die minder regelmatig worden gekocht.

Daardoor kan het gevoel ontstaan dat alles duurder wordt, ook als bepaalde prijzen stabiel blijven of tijdelijk dalen. Een consument onthoudt eerder dat de koffie, kaas of tankbeurt duurder is geworden dan dat een ander product gelijk bleef.

Ook prijsdalingen vallen minder op dan prijsstijgingen. Als iets duurder wordt, voelt dat als verlies. Als iets goedkoper wordt, wordt dat sneller gezien als normaal of tijdelijk. Dat maakt gevoelsinflatie hardnekkiger dan het officiële cijfer.

Boodschappen bepalen veel van het gevoel

Boodschappen spelen een grote rol in hoe mensen inflatie ervaren. Niet omdat voedsel altijd de grootste uitgavenpost is, maar omdat mensen die prijzen vaak zien. Een huishouden merkt het meteen als de kassabon hoger uitvalt dan verwacht.

Dat geldt ook voor brandstof. De prijs aan de pomp is zichtbaar, verandert snel en wordt veel besproken. Als benzine of diesel duurder wordt, werkt dat direct door in het gevoel dat het leven duurder wordt.

Volgens het CBS kwamen de recente zorgen over stijgende prijzen vermoedelijk mede door spanningen in het Midden-Oosten en zorgen over oplopende brandstofprijzen. Zulke berichten hebben invloed op de verwachtingen van consumenten, zelfs voordat alle effecten volledig in de officiële inflatie zijn terug te zien.

Daarom kan de beleving van inflatie soms sneller veranderen dan de cijfers zelf. Nieuws over olieprijzen, oorlog, energie of tekorten kan al genoeg zijn om mensen voorzichtiger te maken.

Meer mensen verwachten opnieuw hogere prijzen

Niet alleen de gevoelsinflatie blijft hoog. Ook de inflatieverwachting is sinds begin 2023 weer opgelopen. Daarmee bedoelt het CBS het aandeel consumenten dat verwacht dat de inflatie verder gaat stijgen.

In april 2026 dacht 55 procent van de consumenten dat de inflatie zou toenemen. In juni was dat aandeel gedaald naar 32,5 procent, maar dat is nog altijd duidelijk hoger dan in een groot deel van 2023 en 2024.

Dat soort verwachtingen is belangrijk. Als mensen denken dat prijzen verder stijgen, gaan ze anders met geld om. Ze stellen aankopen uit, zetten meer geld opzij of letten scherper op aanbiedingen. Dat gedrag kan gevolgen hebben voor winkels, horeca, dienstverleners en de bredere economie.

Een lager officieel inflatiecijfer is dus niet automatisch genoeg om vertrouwen terug te brengen. Zolang consumenten verwachten dat het leven weer duurder wordt, blijven ze voorzichtig.

Lagere inkomens voelen de druk sterker

Niet ieder huishouden ervaart inflatie op dezelfde manier. Uit eerder onderzoek van De Nederlandsche Bank blijkt dat zorgen over prijsstijgingen sterker zijn bij lagere inkomens. Zij hebben minder ruimte om hogere kosten op te vangen en moeten sneller keuzes maken.

Bijna een derde van de ondervraagde huishoudens maakte zich zorgen over de economie. Ook waren er huishoudens die dachten spaargeld te moeten gebruiken of twijfelden of zij basisvoorzieningen konden blijven betalen.

Voor huishoudens met hogere inkomens is de impact vaak kleiner. Zij hebben vaker spaargeld, meer financiële ruimte of minder directe druk bij hogere dagelijkse kosten. Dat betekent niet dat zij prijsstijgingen niet merken, maar de gevolgen zijn minder snel acuut.

Voor lage en middeninkomens kan een paar tientjes extra per maand al veel verschil maken. Zeker wanneer huur, energie, zorg, vervoer en boodschappen tegelijk duur blijven.

Inflatie daalt, maar prijzen blijven hoog

Een belangrijk misverstand is dat lagere inflatie betekent dat prijzen dalen. Dat is meestal niet zo. Lagere inflatie betekent dat prijzen minder hard stijgen dan eerder. Het prijsniveau blijft dus hoger dan voorheen.

Dat verschil verklaart veel frustratie. Consumenten horen dat de inflatie daalt, maar merken in de winkel nog steeds hoge prijzen. Vanuit statistisch oogpunt klopt het cijfer, maar vanuit het huishoudboekje voelt het soms alsof de situatie nauwelijks verbetert.

Als een product in eerdere jaren sterk duurder is geworden en daarna nog met 2 of 3 procent stijgt, is het nog steeds duurder dan vroeger. De pijn van de eerdere stijging verdwijnt niet vanzelf.

Daarom blijft het gevoel van inflatie langer bestaan dan de piek in de cijfers. Mensen vergelijken niet alleen met vorig jaar, maar met hun herinnering aan wat normaal was.

Gevoelsinflatie kan bestedingen drukken

Het verschil tussen officiële inflatie en gevoelsinflatie is meer dan een statistisch detail. Het kan invloed hebben op gedrag. Als consumenten denken dat prijzen harder stijgen dan ze werkelijk doen, kunnen ze zuiniger worden dan op basis van de cijfers verwacht zou worden.

Dat raakt vooral sectoren waar uitgaven makkelijker kunnen worden uitgesteld. Denk aan horeca, kleding, meubels, vakanties, dagjes uit of grotere aankopen. Mensen blijven wel boodschappen doen, maar kiezen vaker goedkoper, wachten langer met vervanging of laten extra’s schieten.

Voor ondernemers kan dat lastig zijn. Zij kunnen te maken krijgen met klanten die prijsgevoeliger zijn, ook wanneer de eigen kosten niet meer zo hard stijgen als tijdens de energiecrisis.

Ook voor beleidsmakers is dit relevant. Koopkrachtmaatregelen, loonstijgingen of lagere inflatiecijfers herstellen niet meteen het vertrouwen. Het duurt vaak langer voordat mensen weer het gevoel hebben dat hun financiële situatie stabieler wordt.

Waarom het vertrouwen langzaam herstelt

De energiecrisis heeft bij veel huishoudens onzekerheid achtergelaten. Mensen zagen hoe snel vaste lasten konden oplopen en hoe kwetsbaar een maandbudget kan zijn. Die ervaring verdwijnt niet zodra de inflatie daalt.

Daar komt bij dat veel prijzen niet terug zijn gegaan naar het oude niveau. De stijging is afgeremd, maar de hogere basis blijft. Dat maakt het logisch dat consumenten het gevoel hebben dat het leven nog steeds veel duurder is.

Ook nieuws over internationale spanningen, olieprijzen en brandstof kan dat gevoel opnieuw aanwakkeren. Zelfs als de cijfers tijdelijk meevallen, blijven mensen alert op een nieuwe stijging.

De officiële inflatie laat zien hoe prijzen gemiddeld veranderen. De gevoelsinflatie laat zien hoe consumenten dat in hun eigen leven ervaren. Juist dat verschil verklaart waarom economische cijfers soms positiever klinken dan mensen thuis voelen.

Bronnen: NOS, Centraal Bureau voor de Statistiek en De Nederlandsche Bank.

Recente publicaties

Minder bedrijven investeren in verduurzaming in 2026

Nederlandse bedrijven investeren minder vaak in verduurzaming dan een...

Hogere hypotheekrente remt stijging van huizenprijzen af

De huizenprijzen blijven stijgen, maar het tempo gaat omlaag....

Inflatie daalt in juni naar 2,9 procent door lagere olieprijs

De inflatie in Nederland is in juni uitgekomen op...

Doel van 100.000 nieuwe woningen komt in 2027 mogelijk in zicht

De woningbouw kan in 2027 uitkomen op ongeveer 100.000...

Dit verandert per 1 juli 2026: belverbod, duurdere pakketjes en nieuwe regels

Per 1 juli 2026 veranderen opnieuw verschillende regels die...

Gerelateerde artikelen