vrijdag, juni 12, 2026
14.6 C
Groningen

ECB verhoogt rente voor het eerst in bijna drie jaar

De Europese Centrale Bank heeft de rente in de eurozone verhoogd naar 2,25 procent. Het is de eerste renteverhoging in bijna drie jaar tijd. De stap is klein, een kwart procentpunt, maar de boodschap is duidelijk: de ECB ziet de inflatie opnieuw te ver oplopen en wil voorkomen dat hogere energieprijzen breder doorwerken in de economie.

De renteverhoging volgt op een periode waarin de centrale bank juist terughoudend was. In maart en april hield de ECB de rente nog gelijk, ondanks signalen dat de inflatie opnieuw kon oplopen. Inmiddels is de situatie veranderd. De inflatie in de eurozone steeg in mei naar 3,2 procent. Dat ligt ruim boven het doel van de ECB, die op middellange termijn mikt op een inflatie van 2 procent.

Vooral de hogere gas- en olieprijzen zorgen voor druk. Sinds het conflict in Iran is de Straat van Hormuz grotendeels gesloten. Dat is een belangrijke route voor olie- en gastransport. Doordat er minder olie beschikbaar komt op de wereldmarkt, stijgen de energieprijzen. Die werken vervolgens door in transport, productie, voedselprijzen en uiteindelijk de prijzen die consumenten betalen.

Kleine rentestap, groot signaal

De ECB verhoogt de rente met 25 basispunten. Daarmee gaat de depositorente naar 2,25 procent. Dat is de rente die banken krijgen wanneer zij geld tijdelijk bij de ECB parkeren. Ook de andere belangrijke ECB-tarieven gaan omhoog. De herfinancieringsrente stijgt naar 2,40 procent en de marginale beleningsrente naar 2,65 procent.

Voor consumenten is zo’n rentebesluit niet altijd direct zichtbaar. Toch werkt het wel door. Banken kunnen hun eigen rentes aanpassen, waardoor sparen aantrekkelijker kan worden en lenen duurder. Hypotheken, zakelijke leningen en andere kredieten reageren vaak niet één op één op de ECB-rente, maar de richting van het beleid speelt wel mee.

Met een hogere rente probeert de ECB de economie iets af te remmen. Als lenen duurder wordt, investeren bedrijven voorzichtiger en geven consumenten mogelijk minder uit. Dat kan helpen om prijsstijgingen te temperen. Tegelijk is dat een gevoelig middel, zeker wanneer de economie al niet bijzonder sterk groeit.

Andere situatie dan in 2022 en 2023

De laatste renteverhoging van de ECB was in september 2023. Toen kwam er een einde aan een reeks verhogingen die begon na de extreem hoge inflatie in 2022. Die periode werd sterk bepaald door de nasleep van de coronapandemie, de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis.

De situatie is nu anders. De inflatie loopt opnieuw op door energieprijzen, maar de economie staat er minder krachtig voor dan tijdens de vorige rentereeks. ING-econoom Bert Colijn zegt daarover tegen de NOS: “Toen hadden we een krachtigere economie. Iedereen had lang binnen gezeten door corona en geld gespaard doordat we bijvoorbeeld niet op vakantie konden. Nu gaat het economisch niet slecht, maar ook niet geweldig. Dat de economie nu zwakker is betekent dat de ECB voorzichtiger is met renteverhogingen.”

Die voorzichtigheid is belangrijk. Een hogere rente kan helpen tegen inflatie, maar kan ook economische groei afremmen. Bedrijven kunnen investeringen uitstellen, huishoudens kunnen minder lenen en overheden krijgen te maken met hogere financieringskosten. De ECB moet dus laveren tussen prijsstabiliteit en het risico dat de economie verder vertraagt.

Inflatieverwachting voor 2026 omhoog

De ECB verwacht dat de inflatie in de eurozone dit jaar gemiddeld uitkomt op 3,0 procent. Voor 2027 rekent de centrale bank op 2,3 procent en voor 2028 op 2,0 procent. Daarmee verwacht de ECB pas in 2028 weer terug te keren naar het gewenste niveau.

Ook de onderliggende inflatie blijft een aandachtspunt. Dat is de inflatie zonder energie en voedsel, omdat die prijzen vaak sterk schommelen. De ECB verwacht dat deze kerninflatie in 2026 en 2027 gemiddeld 2,5 procent bedraagt en in 2028 uitkomt op 2,2 procent. Dat betekent dat de prijsdruk breder is dan alleen energie.

Toch blijft energie de grote onzekerheid. Als olie- en gasprijzen langer hoog blijven, kan dat doorwerken in andere prijzen. Transport wordt duurder, productie kost meer en bedrijven kunnen proberen die hogere kosten door te berekenen. Op die manier kan een energieschok langzaam breder in de economie terechtkomen.

Groei wordt juist lager ingeschat

Tegenover de hogere inflatieverwachting staat een zwakkere groeiverwachting. De ECB rekent voor 2026 op een economische groei van 0,8 procent in de eurozone. Voor 2027 verwacht de centrale bank 1,2 procent groei en voor 2028 1,5 procent.

Die lagere verwachting komt door de impact van het conflict op grondstoffenmarkten, koopkracht en vertrouwen. Hogere energieprijzen raken huishoudens direct in de portemonnee. Bedrijven krijgen te maken met hogere kosten en meer onzekerheid. Daardoor kunnen investeringen, consumptie en productie onder druk komen te staan.

Dat maakt het rentebesluit lastig. Normaal gesproken is een hogere rente vooral bedoeld om een te hard draaiende economie af te koelen. Nu gaat het eerder om inflatie die van buitenaf wordt aangejaagd, via energieprijzen en geopolitieke onzekerheid. Dat maakt het risico groter dat een hogere rente de groei raakt, terwijl de oorzaak van de inflatie niet volledig met rentebeleid is op te lossen.

Gevolgen voor spaarders, leners en bedrijven

Voor spaarders kan een hogere ECB-rente op termijn gunstig zijn. Banken kunnen besluiten om de spaarrente te verhogen. Dat gebeurt alleen niet automatisch. Banken bepalen zelf welke rente zij aan spaarders bieden en kijken daarbij ook naar concurrentie, hun eigen financiering en commerciële keuzes.

Voor mensen die willen lenen, kan het beeld juist ongunstiger worden. Nieuwe hypotheken of zakelijke leningen kunnen duurder worden als marktrentes verder oplopen. Wie al een hypotheek met vaste rente heeft, merkt daar niet direct iets van. Wie binnenkort een nieuwe renteperiode krijgt of een nieuwe hypotheek afsluit, kan wel met hogere lasten te maken krijgen.

Ook ondernemers voelen rentebeleid. Hogere leenkosten kunnen investeringen minder aantrekkelijk maken. Dat raakt vooral bedrijven die veel financieren met vreemd vermogen, bijvoorbeeld voor machines, vastgoed, voorraad of groei. Tegelijk kunnen hogere energieprijzen en duurdere inkoop al druk zetten op marges. Voor sommige bedrijven stapelen de kosten zich daardoor op.

Nederland heeft ook hogere inflatie

In Nederland lag de inflatie in mei op 3,5 procent. Daarmee was de prijsstijging hier hoger dan het gemiddelde in de eurozone. Vooral energie, vervoer en aan reizen gerelateerde uitgaven hadden invloed op het inflatiecijfer.

De ECB kijkt niet naar één land, maar naar de hele eurozone. Toch is de Nederlandse situatie relevant, omdat huishoudens en bedrijven hier ook te maken hebben met hogere prijzen en mogelijke rente-effecten. Voor consumenten blijft vooral de combinatie van vaste lasten, boodschappen, energie en rente bepalend voor het gevoel in de portemonnee.

Als de rente verder stijgt, kan dat ook invloed hebben op de woningmarkt. Hogere hypotheekrentes drukken normaal gesproken de leencapaciteit. Tegelijk spelen op de Nederlandse woningmarkt ook andere factoren mee, zoals woningtekort, inkomensontwikkeling en het beperkte aanbod.

ECB wil zich nog niet vastleggen

De centrale bank wil niet vooruitlopen op de volgende rentestappen. Volgens de ECB blijven de vooruitzichten onzeker. Veel hangt af van de duur en de intensiteit van de energieprijsschok. Ook is nog onzeker in hoeverre hogere energieprijzen doorsijpelen naar andere goederen en diensten.

Christine Lagarde benadrukt volgens de NOS dat de ECB “per vergadering” blijft kijken of een extra renteverhoging nodig is. Dat betekent dat de centrale bank geen vast pad belooft. Nieuwe cijfers over inflatie, lonen, energieprijzen, groei en financiële markten worden bepalend.

Die voorzichtigheid past bij de huidige fase. De ECB wil laten zien dat zij de inflatie serieus neemt, maar wil de economie ook niet onnodig hard afremmen. De renteverhoging is daarom tegelijk een ingreep en een waarschuwing: als de inflatie hardnekkig blijft, kan er meer volgen.

Conclusie

De renteverhoging van de Europese Centrale Bank markeert een omslag. Na bijna drie jaar zonder verhoging kiest de ECB opnieuw voor verkrapping van het rentebeleid. De stap is beperkt, maar komt op een gevoelig moment. De inflatie loopt op door hogere energieprijzen, terwijl de economische groei in de eurozone juist kwetsbaar blijft.

Voor consumenten en bedrijven kan het besluit op termijn merkbaar worden via spaarrentes, hypotheekrentes en leenkosten. Hoe sterk dat effect wordt, hangt af van banken, financiële markten en de vraag of de ECB later opnieuw ingrijpt.

De komende maanden worden daarom belangrijk. Als energieprijzen hoog blijven en de inflatie verder doorwerkt, kan de druk op de ECB toenemen. Als de economie verder verzwakt, wordt extra verhogen juist riskanter. Voorlopig kiest de centrale bank voor een voorzichtige rentestap, maar de onzekerheid rond inflatie en groei is daarmee nog niet verdwenen.

Bronnen: NOS en Europese Centrale Bank.

Recente publicaties

Productie industrie stijgt in april bijna 5 procent

De Nederlandse industrie heeft in april duidelijk meer geproduceerd...

Inflatie loopt in mei op naar 3,5 procent

De inflatie in Nederland is in mei gestegen naar...

Mensen met beperking ervaren nog altijd achterstand in samenleving

Tien jaar nadat Nederland het VN-verdrag handicap bekrachtigde, is...

ActuMa-netwerkevent brengt ondernemers samen in Eexterveen

Donderdag 4 juni stond bij ActuMa in het teken...

Bedrijven kiezen vaker voor automatisering door personeelstekort

Het personeelstekort blijft voor veel Nederlandse bedrijven een hardnekkig...

Gerelateerde artikelen