donderdag, mei 7, 2026
14.5 C
Groningen

Economie groeit nauwelijks, maar consument gaf in maart weer meer uit

De Nederlandse economie is 2026 voorzichtig begonnen. In het eerste kwartaal groeide het bruto binnenlands product met 0,1 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025. Daarmee bleef de economie nog net in de plus, maar het groeitempo lag flink lager dan eind vorig jaar. In het vierde kwartaal kwam de groei nog uit op 0,4 procent. Het eerste kwartaal van 2026 oogt daarmee als een zwakke start van het jaar.

Wie verder kijkt dan het ene kwartaalcijfer, ziet een economie die niet overal dezelfde kant op beweegt. Investeringen en overheidsuitgaven hielden de groei overeind, terwijl de uitvoer juist terugviel. Huishoudens consumeerden in het eerste kwartaal per saldo evenveel als een kwartaal eerder. Dat is mager voor een economie waarin de binnenlandse vraag normaal gesproken een belangrijke rol speelt.

Investeringen en overheid trokken de kar

De sterkste steun kwam in de eerste drie maanden van 2026 van de investeringen in vaste activa. Die lagen 0,7 procent hoger dan in het kwartaal ervoor. Volgens het CBS werd vooral meer geïnvesteerd in vliegtuigen en machines. Ook de overheidsconsumptie nam toe, met 0,5 procent. De overheid gaf meer uit aan zorg en aan lonen. In een kwartaal waarin de totale groei maar 0,1 procent bedraagt, zijn dat precies de posten die het verschil maken.

Dat geeft het groeicijfer meteen een ander gewicht. De plus kwam niet voort uit een brede opleving van de economie, maar uit een beperkt aantal onderdelen. Zodra investeringen en overheid de zwaarste bijdrage leveren, terwijl consumenten en export weinig extra kracht toevoegen, oogt het herstel fragieler dan een positief kwartaalcijfer op het eerste gezicht suggereert. Die duiding volgt uit de verdeling van de CBS-cijfers.

Uitvoer zat juist in de min

De buitenlandse handel werkte in het eerste kwartaal de andere kant op. De uitvoer van goederen en diensten daalde met 0,6 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Vooral de goederenexport viel terug. Volgens het CBS werden minder machines en transportmiddelen uitgevoerd. De export van diensten groeide nog wel met 0,8 procent, maar dat was niet genoeg om de daling bij goederen op te vangen. De invoer bleef in dezelfde periode gelijk, waardoor het handelssaldo negatief bijdroeg aan de groei.

Voor Nederland is dat geen bijzaak. De economie leunt sterk op internationale handel. Als de uitvoer hapert, zie je dat snel terug in het totaalbeeld. Juist daarom voelt een kwartaal met nauwelijks groei en een dalende export minder geruststellend dan een kale plus van 0,1 procent doet vermoeden.

Consument bleef in het kwartaal nog vlak

Bij huishoudens bleef het beeld in het kwartaal zelf tam. De consumptie was in de eerste drie maanden van 2026 gelijk aan die van het vierde kwartaal van 2025. Er werd meer besteed aan kleding en voedingsmiddelen, maar minder aan vervoersmiddelen en brandstoffen. Daardoor bleef er per saldo geen groei over. Ook dat past bij het beeld van een economie die niet stilvalt, maar wel aarzelend beweegt.

Vooral omdat consumenten de afgelopen jaren vaker de schommelingen in de economie hebben opgevangen, valt die stilstand op. De consument zorgde ditmaal niet voor een duidelijke versnelling. Dat maakt de cijfers over maart extra relevant, omdat die een iets ander beeld laten zien dan de kwartaalstand alleen.

Maart bracht meer beweging in de uitgaven van huishoudens

In maart gaven huishoudens 0,9 procent meer uit aan goederen en diensten dan in maart 2025, gecorrigeerd voor prijsveranderingen en koopdagen. Daarmee brak een reeks van twee zwakke maanden. In januari kromp de consumptie nog met 0,3 procent en in februari met 0,5 procent. Maart liet dus weer groei zien.

Die groei zat vooral bij duurzame goederen. In maart kochten consumenten daarvan 4,7 procent meer dan een jaar eerder. Het ging volgens het CBS vooral om auto’s, elektrische apparaten en spullen voor de woning. Ook de bestedingen aan diensten lagen hoger, met 0,4 procent. Huishoudens gaven meer uit aan vervoer en communicatie, medische diensten en huisvesting. Aan voedings- en genotmiddelen werd juist 0,5 procent minder uitgegeven, terwijl het verbruik van overige goederen, zoals energie en motorbrandstoffen, 1,4 procent lager lag.

Dat maakt maart niet meteen tot een doorbraak, maar wel tot een maand waarin de consument weer iets actiever werd. Zeker de stijging bij duurzame goederen springt eruit. Zulke aankopen worden eerder uitgesteld als huishoudens onzeker zijn over hun financiële ruimte. In maart gebeurde dus iets anders dan in januari en februari, toen de consumptie juist terugliep.

Het beeld blijft verdeeld

De kwartaalgroei en de consumptiecijfers over maart spreken elkaar niet tegen, maar vertellen wel verschillende delen van hetzelfde verhaal. Het eerste kwartaal als geheel bleef zwak. Binnen dat kwartaal was aan het einde meer beweging zichtbaar bij huishoudens. Daardoor oogt maart vriendelijker dan het kwartaalgemiddelde, zonder dat daarmee ineens sprake is van een stevige opleving.

Ook bij de bedrijfstakken liep het beeld uiteen. Financiële instellingen groeiden in het eerste kwartaal met 2,1 procent het sterkst. Waterbedrijven en afvalbeheer en informatie en communicatie lieten eveneens groei zien. Overheid, onderwijs en zorg leverden samen met de financiële dienstverlening de grootste bijdrage aan de totale groei. Daartegenover stonden minnen in onder meer de industrie, de bouwnijverheid, de zakelijke dienstverlening en de delfstoffenwinning.

Een blik op de vergelijking met een jaar eerder verzacht het beeld iets. Ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025 was de Nederlandse economie in het eerste kwartaal van 2026 1,2 procent groter. De overheidsconsumptie lag 2,7 procent hoger dan een jaar eerder, de consumptie door huishoudens 0,6 procent en de investeringen 1,5 procent. De uitvoer groeide met 1,4 procent, maar de invoer nam met 2,3 procent sterker toe, waardoor ook op jaarbasis het handelssaldo de groei drukte.

April belooft nog geen duidelijke versnelling

Voor april meldde het CBS alweer minder gunstige consumptieomstandigheden dan in maart. Consumenten waren negatiever over hun financiële situatie in de komende twaalf maanden en de jaar-op-jaarstijging van de beurskoersen was kleiner. Het CBS benadrukt dat zulke indicatoren niet automatisch één op één doorwerken in de consumptie, maar ze geven wel aan dat het vertrouwen broos blijft.

Daarmee begint 2026 als een jaar waarin de Nederlandse economie wel vooruitgaat, maar met kleine passen. Investeringen en overheidsuitgaven zorgen voor steun, de export viel terug en de consument liet pas in maart weer wat meer leven zien. Dat levert geen somber rampscenario op, maar ook nog geen overtuigend herstel. Voorlopig blijft het beeld dat van een economie die zoekt naar vaart, terwijl niet elke motor tegelijk draait.

Bron: CBS.

Recente publicaties

Stroomnet gaat voor het eerst helemaal op slot: wat zijn de gevolgen?

Het volle stroomnet was de afgelopen jaren vooral een...

Grote zorgen over persoonlijke financiën door oorlog in Midden-Oosten

De oorlog in het Midden-Oosten speelt zich ver van...

Arbeidsproductiviteit Nederlandse economie stijgt fors in 2025

De Nederlandse economie groeide in 2025 met 1,8 procent....

De kracht van het noorden en ondernemerschap

In Familiehotel Paterswolde vond een tafelgesprek plaats met zeven...

Van baan wisselen in 2026 kan pensioencompensatie kosten

Van baan veranderen voelt vaak als een stap vooruit....

Gerelateerde artikelen