Uit een nieuw onderzoek onder jongeren blijkt dat veel kinderen op sociale media worden benaderd door onbekende personen. Maar liefst 20 procent van de 10- tot 17-jarigen geeft aan dit als een van de vervelendste ervaringen te beschouwen tijdens het gebruik van socialmediaplatforms.
Opvallend is dat deze ervaring in gelijke mate voorkomt bij alle leeftijdsgroepen binnen het onderzoek: van 10- en 11-jarigen tot 15- tot 17-jarigen. Meisjes rapporteren dit iets vaker dan jongens: 23 procent tegenover 18 procent.
Onderzoek onder duizend jongeren
De cijfers komen uit een representatieve peiling van No Ties – Highberg, in opdracht van UNICEF Nederland. Voor het onderzoek werden 1.004 jongeren ondervraagd in de leeftijd van 10 tot en met 17 jaar. De vragenlijst werd afgenomen tussen 8 en 15 mei 2025. Jongeren kregen onder meer de vraag: “Wat vind jij het minst leuk aan sociale media?”
Een op de vijf deelnemers koos de optie: “Ik krijg wel eens rare berichten van mensen die ik niet ken.” Andere veelgenoemde zorgen waren “Ik zie wel eens nare beelden die ik niet wil zien” (21 procent) en “Ik zie te veel advertenties” (50 procent).
De resultaten zijn gewogen op basis van leeftijd, geslacht, sociaaleconomische achtergrond en regio. Een uitgebreid rapport van het onderzoek wordt binnenkort aangeboden aan de Tweede Kamer.
Oproep tot betere bescherming van jongeren online
Volgens UNICEF Nederland laten de uitkomsten zien dat kinderen online nog onvoldoende beschermd zijn. “Als één op de vijf kinderen op straat wordt aangesproken door vreemden terwijl ze dat niet willen, trekken we als samenleving aan de bel,” stelt Suzanne Laszlo, directeur van UNICEF Nederland.
“In de fysieke wereld beschermen we kinderen actief – via wetgeving, toezicht en afspraken. Online ontbreekt dat nog te vaak. Kinderen zijn daar te veel en te vaak op zichzelf aangewezen. Die digitale kloof moeten we dichten.”
UNICEF roept daarom op tot gezamenlijke actie van overheden, techbedrijven, scholen en maatschappelijke organisaties. Laszlo: “We hebben een overheid nodig die duidelijke regels stelt, techbedrijven die verantwoordelijkheid nemen, en ouders, scholen en maatschappelijke organisaties die, sámen met kinderen, zorgen voor een veilige digitale omgeving.”
Bron: Unicef