Aan het einde van 2025 voelt de Nederlandse economie anders dan een jaar geleden. De grote schrik voor een diepe terugval is uitgebleven, maar echte euforie is er ook niet. In plaats daarvan overheerst een voorzichtig realisme. Veel bedrijven draaien door, investeren weer, maar doen dat met meer oog voor risico’s, kosten en toekomstbestendigheid dan voorheen.
Voor ondernemers betekent dit dat 2026 geen jaar van onbezorgd groeien wordt, maar wel een jaar waarin er weer ruimte is om plannen te maken. Niet alles hoeft meer op de rem, maar niemand stapt nog blind vooruit.
De Nederlandse economie houdt beter stand dan verwacht
Na een periode van hoge inflatie, stijgende rentes en internationale spanningen blijkt de Nederlandse economie veerkrachtiger dan lange tijd werd gedacht. Bedrijven hebben hun kostenstructuren aangepast, consumenten zijn kritischer gaan kopen en de arbeidsmarkt is minder verhit dan voorheen, maar nog altijd stevig.
Die combinatie zorgt voor een economie die niet spectaculair groeit, maar ook niet vastloopt. Voor veel ondernemers is dat een belangrijke basis. Leveranciers blijven leveren, klanten blijven kopen en banken zijn weer bereid om gezonde plannen te financieren.
Het beeld dat aan het einde van 2025 ontstaat, is dat Nederland economisch in een soort stabieler vaarwater terecht is gekomen. Dat geeft ondernemers ruimte om opnieuw na te denken over groei, vernieuwing en investeringen, zonder dat elke beslissing direct onder hoogspanning staat.
Ondernemers voelen ruimte, maar ook nieuwe onzekerheid
Tegelijkertijd is het ondernemersklimaat niet zorgeloos. Internationale spanningen, handelsbeperkingen en geopolitieke onzekerheid werken door tot in het midden- en kleinbedrijf. Voor bedrijven die exporteren of afhankelijk zijn van buitenlandse grondstoffen blijven prijzen en levertijden grillig.
Ook binnen Nederland spelen vragen over beleid en regelgeving. Ondernemers willen investeren, personeel aannemen en verduurzamen, maar zoeken duidelijkheid over wat mag, wat moet en wat loont. Die behoefte aan voorspelbaarheid wordt richting 2026 alleen maar groter, zeker nu veel bedrijven voor strategische keuzes staan.
Regeldruk blijft een doorslaggevende factor
Een onderwerp dat in 2025 steeds nadrukkelijker op tafel kwam, is de administratieve last voor ondernemers. In veel sectoren wordt niet zozeer de belastingdruk als probleem gezien, maar de hoeveelheid formulieren, rapportages en verplichtingen die tijd en geld kosten zonder direct iets op te leveren.
Aan het einde van dit jaar is de eerste beweging zichtbaar om die druk te verlagen. Dat geeft vooral kleinere bedrijven lucht, omdat daar de administratieve lasten relatief het zwaarst wegen. Minder tijd achter het scherm betekent meer tijd voor klanten, personeel en productontwikkeling.
Voor 2026 verwachten ondernemers dat deze beweging doorzet. Niet omdat regels verdwijnen, maar omdat de focus verschuift naar eenvoud en uitvoerbaarheid. Dat is voor het ondernemingsklimaat minstens zo belangrijk als fiscale maatregelen.
Regionale economie laat verschillen zien
Wie verder kijkt dan het landelijke gemiddelde, ziet grote regionale verschillen. In delen van Noord-Nederland en andere buitenstedelijke regio’s zijn veel innovatieve bedrijven actief, maar is de toegang tot financiering lastiger dan in de Randstad. Dat remt groei, terwijl de ideeën en ondernemingszin er wel degelijk zijn.
Voor 2026 ligt daar een belangrijke kans. Regionale samenwerking tussen ondernemers, overheden en financiers kan het verschil maken tussen stilstand en doorbraak. Niet door alles centraal te regelen, maar door lokaal maatwerk te leveren dat aansluit bij de echte economie in de regio.
Winkels, werkplaatsen en de fysieke economie
Naast digitale groei blijft ook de fysieke economie een belangrijk thema. Winkelgebieden, bedrijventerreinen en binnensteden staan onder druk door veranderend consumentengedrag. Online kopen is normaal geworden, maar veel mensen zoeken nog altijd ontmoeting, service en beleving.
Voor ondernemers in retail, horeca en dienstverlening wordt 2026 een jaar van herpositionering. Niet iedereen hoeft groot te worden, maar wie een duidelijke rol weet te pakken in de lokale economie kan nog altijd succesvol zijn. Dat vraagt wel om investeren in kwaliteit, uitstraling en service, in plaats van alleen concurreren op prijs.
Ondernemerschap richting 2026
Alles bij elkaar ontstaat er aan het einde van 2025 een gemengd, maar niet negatief beeld. De economie groeit niet uitbundig, maar is stabiel genoeg om plannen te maken. Ondernemers zien kansen, maar zijn ook realistischer dan een paar jaar geleden.
2026 lijkt vooral een jaar te worden waarin bedrijven die hun zaken op orde hebben, hun positie kunnen versterken. Wie kosten beheerst, slim digitaliseert, regionaal samenwerkt en inspeelt op klantbehoeften, heeft ruimte om te groeien. Niet door grote sprongen, maar door consistente stappen vooruit.
De nieuwe fase van ondernemen
De komende periode wordt minder gedreven door snelle expansie en meer door duurzaam ondernemerschap. Minder kwetsbaar, beter georganiseerd en meer gericht op langetermijnwaarde. Dat past bij een economie die volwassen wordt na een periode van grote schokken.
Voor veel ondernemers voelt dat misschien minder spannend dan vroeger, maar het biedt wel iets anders: rust om te bouwen aan een bedrijf dat ook over vijf of tien jaar nog staat. En precies daarin ligt misschien wel de grootste economische kans van 2026.
Bronnen: CBS, Rijksoverheid, DNB, arbeidsmarktrapportages, HR-monitoren