Een aanzienlijk deel van de kinderen tussen 9 en 12 jaar bespreekt thuis geen situaties waarin grenzen worden overschreden. Dit blijkt uit gezamenlijk onderzoek van het NOS Jeugdjournaal en Rutgers, expertisecentrum voor seksualiteit en relaties.
Behoefte aan begeleiding vanuit ouders
Bijna de helft van de kinderen geeft aan behoefte te hebben aan meer informatie over het stellen en herkennen van persoonlijke grenzen. Ouders en verzorgers worden daarbij gezien als de meest gewenste bron van informatie. Het onderzoek is uitgevoerd onder circa 500 kinderen.
“Alle kinderen krijgen in hun leven te maken met grenzen en die verschillen per leeftijd en persoon”, aldus Benjamin Kat, presentator van het NOS Jeugdjournaal. “Bij kinderen van 12, die in de pubertijd komen, worden seksuele grenzen langzaam maar zeker steeds meer een onderwerp. Kinderen hebben behoefte om daarover te praten, laten ze ons weten.”
Onbedoeld blootgesteld aan naaktbeelden
Ruim veertig procent van de ondervraagde kinderen heeft online weleens beelden gezien van naakte mensen, zoals borsten, geslachtsdelen of seksuele handelingen. Dit gebeurt vaak per ongeluk, bijvoorbeeld tijdens het zoeken naar iets anders, of doordat iemand anders de beelden toont of doorstuurt.
“Kinderen hebben een smartphone, zitten op snapchat en andere sociale media. Ze praten daar met elkaar, maar soms ook met vreemden. Via die kanalen krijgen ze naaktfoto’s of video’s te zien. Het is belangrijk om dat bespreekbaar te maken, zeggen ook deskundigen”, zegt Kat.
Gemengde reacties op blootbeelden
De reacties op deze beelden lopen sterk uiteen. Ongeveer 45 procent van de kinderen ervaart ongemak, terwijl een kwart aangeeft geschrokken te zijn. Tegelijkertijd vindt 27 procent van de kinderen dergelijke beelden grappig. Een op de tien kinderen geeft aan interesse te hebben in de naaktfoto’s of -video’s.
Gesprekken blijven vaak uit
Ondanks de confrontatie met expliciete content geeft ongeveer 35 procent van de kinderen aan hierover niet met hun ouders te praten. Het onderwerp blijft daarmee voor veel kinderen onbesproken, terwijl ze juist aangeven meer handvatten te willen krijgen om met grensoverschrijdende situaties om te gaan.
Bron: NOS