Eind 2021 pleegde een 32-jarige vrouw zelfdoding met behulp van een zelfdodingsmiddel. In de weken voor haar overlijden had zij intensief contact via WhatsApp met een inmiddels 80-jarige man, lid van Coöperatie Laatste Wil. De rechtbank oordeelde dat de man zich schuldig heeft gemaakt aan het aanzetten tot en het verlenen van hulp bij zelfdoding en legde hem een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en een taakstraf van 240 uur op.
Wat zegt de wet?
Hoewel zelfdoding zelf niet strafbaar is, geldt dat het aanzetten tot en het bewust verlenen van hulp bij zelfdoding wel strafbaar zijn. Dit is het geval wanneer iemand een ander opzettelijk ondersteunt in het proces of aanmoedigt om het voornemen uit te voeren. Zelfs als de betrokken persoon al plannen heeft, kan er sprake zijn van aanzetten tot zelfdoding.
Rol van de verdachte
De rechtbank concludeerde dat de man een grote rol speelde in de uitvoering van de zelfdoding. Hij moedigde de vrouw aan om haar plannen door te zetten, zelfs wanneer zij twijfelde. Uit de gesprekken bleek dat de vrouw, een kwetsbaar persoon, moeite had om zelfstandig beslissingen te nemen. De man nam hierin een leidende rol door haar te adviseren over middelen en instructies te geven voor de uitvoering.
Specifieke hulp
De verdachte stuurde de vrouw aan om een bepaald middel te gebruiken en gaf gedetailleerde instructies over de inname en de combinatie met andere medicijnen. Ook hielp hij bij praktische zaken, zoals de betaling van het zelfdodingsmiddel. Daarnaast gaf hij aanwijzingen over hoe zij hulpverleners op afstand kon houden en nam hij regie in haar proces.
Veroordeling
De rechtbank stelde vast dat de verdachte verder ging dan alleen morele steun of algemene informatie. Hij nam actief de leiding en vergemakkelijkte de uitvoering van de zelfdoding. Hiermee heeft hij de wettelijke grenzen overschreden.
Bij het opleggen van de straf hield de rechtbank rekening met de leeftijd van de verdachte, nu 80 jaar, en de lange duur van de strafzaak. Hij kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van drie jaar en de maximale taakstraf van 240 uur.
Bron: rechtspraak