Vakbond FNV zet stevig in voor de nieuwe cao-ronde. De grootste vakbond van Nederland wil 5,5 procent loonsverhoging, inclusief automatische prijscompensatie. Daarnaast eist de bond dat werknemers er 80 euro per maand bij krijgen. Daarmee wil FNV vooral de koopkracht beschermen van werkenden die de afgelopen jaren veel prijsstijgingen hebben gevoeld.
De looneis komt op een gevoelig moment. De inflatie ligt nog steeds boven de 3 procent, energie blijft duur en veel huishoudens merken dat boodschappen, wonen, verzekeringen en vaste lasten een groot deel van het inkomen opslokken. Tegelijk wijzen werkgevers op hogere loonkosten, druk op marges en onzekerheid in de economie.
Daarmee belooft het nieuwe cao-seizoen opnieuw stevig te worden. Werknemers willen zekerheid over koopkracht, terwijl werkgevers proberen te voorkomen dat vaste kosten verder oplopen. De inzet van FNV laat zien dat de discussie over lonen nog lang niet voorbij is.
Looneis bovenop automatische prijscompensatie
FNV wil een loonsverhoging van 5,5 procent, inclusief automatische prijscompensatie. Die automatische prijscompensatie, vaak afgekort als APC, betekent dat lonen automatisch meestijgen met de inflatie. Als prijzen stijgen, worden salarissen aangepast om koopkrachtverlies te voorkomen.
Voor vakbonden is dat een belangrijk instrument. Het voorkomt dat werknemers elk jaar opnieuw moeten onderhandelen om alleen al hun koopkracht te behouden. Vooral in jaren met hoge inflatie kan het verschil groot zijn. Zonder prijscompensatie kan een loonsverhoging op papier positief lijken, terwijl werknemers er in werkelijkheid niets op vooruitgaan of zelfs achteruitgaan.
FNV wil dat prijscompensatie in zoveel mogelijk cao’s wordt vastgelegd. Daarmee wordt koopkrachtbescherming minder afhankelijk van de onderhandelingskracht per sector of bedrijf.
Ook 80 euro per maand extra
Naast de procentuele looneis wil FNV dat werknemers er 80 euro per maand bij krijgen. Dat vaste bedrag is belangrijk, omdat het voor lagere inkomens relatief zwaarder meetelt dan voor hogere inkomens.
Een verhoging van 5,5 procent levert iemand met een hoog salaris in euro’s veel meer op dan iemand met een laag salaris. Een vast bedrag werkt anders. Voor werknemers in lagere loonschalen kan 80 euro per maand een merkbaar verschil maken in het huishoudbudget.
Daarmee probeert FNV de looneis socialer te maken. Het gaat niet alleen om gemiddelde koopkracht, maar ook om de vraag wie het meest merkt van hogere prijzen. Mensen met lagere inkomens geven vaak een groter deel van hun inkomen uit aan vaste lasten en dagelijkse boodschappen. Juist zij hebben minder ruimte om prijsstijgingen op te vangen.
Inflatie blijft de belangrijkste motor
De looneis komt vooral voort uit aanhoudende inflatie. In augustus lag de inflatie in Nederland op 3,3 procent. Dat is lager dan tijdens de piek van de energiecrisis, maar nog steeds duidelijk boven het niveau dat lange tijd normaal werd gevonden.
Voor werknemers betekent inflatie dat het dagelijks leven duurder wordt. Een loon dat niet meestijgt, verliest koopkracht. Zelfs wanneer de inflatie minder extreem is dan enkele jaren geleden, blijft het effect stapelen. Prijzen die eerder hard zijn gestegen, dalen meestal niet terug naar het oude niveau.
Daarom kijken vakbonden niet alleen naar de inflatie van één maand, maar ook naar de opgebouwde druk van de afgelopen jaren. Veel huishoudens hebben hogere energiekosten, duurdere boodschappen, hogere huren, hogere zorgpremies en stijgende verzekeringen moeten verwerken.
FNV stelt dat werknemers niet opnieuw de rekening mogen betalen voor prijsstijgingen en economische onzekerheid.
Werkgevers zullen kritisch kijken
Voor werkgevers ligt de rekensom anders. Een loonsverhoging van 5,5 procent plus 80 euro per maand betekent structureel hogere personeelskosten. Die kosten komen elk jaar terug en werken door in vakantiegeld, pensioenpremies, sociale lasten en soms ook toeslagen.
Voor bedrijven met hoge marges of sterke orderboeken kan dat beter op te vangen zijn dan voor ondernemingen die al onder druk staan. Denk aan sectoren met veel personeel, lage marges of hoge energiekosten. Horeca, schoonmaak, detailhandel, zorg, vervoer en delen van de industrie kunnen looneisen sneller voelen in hun kostenstructuur.
Werkgevers kunnen proberen hogere loonkosten door te berekenen aan klanten. Maar dat lukt niet overal. Consumenten zijn prijsgevoelig en bedrijven concurreren ook internationaal. Als loonkosten te snel stijgen, kan dat volgens werkgevers druk zetten op winst, investeringen en werkgelegenheid.
Dat maakt cao-onderhandelingen lastig. Werknemers willen koopkrachtzekerheid, werkgevers willen betaalbaarheid en voorspelbaarheid.
Krappe arbeidsmarkt geeft vakbonden steun
FNV wijst ook op de krappe arbeidsmarkt. In veel sectoren is personeel nog steeds moeilijk te vinden. Dat versterkt de positie van werknemers aan de cao-tafel.
Wanneer bedrijven mensen hard nodig hebben, wordt het moeilijker om looneisen volledig af te wijzen. Goede arbeidsvoorwaarden zijn dan niet alleen een kostenpost, maar ook een manier om personeel te behouden en nieuwe mensen aan te trekken.
Vooral in sectoren met veel vacatures kan loon een belangrijk middel zijn. Toch gaat het niet alleen om geld. Werknemers kijken ook naar werkdruk, roosters, zekerheid, pensioen, reiskosten, opleiding en zeggenschap over veranderingen op de werkvloer.
Daarom zet FNV breder in dan alleen loon. De bond wil ook afspraken over kunstmatige intelligentie en betere naleving van cao-afspraken.
AI wordt cao-onderwerp
Opvallend is dat FNV dit jaar nadrukkelijk afspraken wil maken over AI op de werkvloer. De bond ziet dat kunstmatige intelligentie steeds vaker wordt gebruikt bij planning, administratie, klantenservice, productie, analyse en besluitvorming.
Volgens FNV kan AI kansen bieden, maar ook risico’s opleveren. Werknemers kunnen te maken krijgen met hogere werkdruk, controle via algoritmes, veranderende functies of reorganisaties waarbij technologie wordt gebruikt als argument om banen te schrappen.
Daarom wil de vakbond dat werknemers zeggenschap krijgen over de invoering van AI. Nieuwe technologie moet volgens FNV niet alleen worden bekeken vanuit efficiëntie, maar ook vanuit werkdruk, privacy, scholing en werkzekerheid.
Dat maakt AI een nieuw strijdpunt in cao-onderhandelingen. Waar cao’s vroeger vooral gingen over loon, werktijden en verlof, gaat het nu steeds vaker ook over digitalisering, data en algoritmes.
Scholing en AI-geletterdheid
FNV wil in specifieke gevallen investeren in AI-geletterdheid van werknemers. Dat betekent dat mensen moeten begrijpen wat AI doet, hoe systemen worden gebruikt en wat de gevolgen zijn voor hun werk.
Dat is belangrijk, omdat technologie vaak sneller wordt ingevoerd dan werknemers kunnen bijhouden. Een nieuw systeem kan taken veranderen, prestaties meten of werkprocessen sturen. Zonder goede uitleg en scholing kunnen werknemers afhankelijk worden van systemen waar zij weinig grip op hebben.
Voor werkgevers kan scholing ook voordelen hebben. Werknemers die beter begrijpen hoe technologie werkt, kunnen er effectiever mee omgaan en eerder signaleren wanneer systemen niet goed functioneren.
De discussie gaat dus niet alleen over bescherming tegen AI, maar ook over de vraag hoe werknemers kunnen meebewegen zonder buitenspel te raken.
Betere handhaving van cao-afspraken
Naast loon en AI wil FNV betere handhaving van cao-afspraken. Dat punt is minder zichtbaar, maar wel belangrijk. Een cao heeft weinig waarde als afspraken in de praktijk niet goed worden nageleefd.
Dat kan gaan om loon, toeslagen, roosters, overwerk, pauzes, reiskosten, scholing of ziekte. Vooral in sectoren met veel tijdelijke contracten, uitzendwerk of onderaannemers kan naleving ingewikkeld zijn.
Voor werknemers is het vaak lastig om zelf op te komen tegen een werkgever wanneer afspraken niet worden nagekomen. Angst voor baanverlies, afhankelijkheid van uren of gebrek aan kennis kan ervoor zorgen dat misstanden blijven bestaan.
FNV wil daarom niet alleen afspraken maken op papier, maar ook zorgen dat ze in de praktijk beter controleerbaar en afdwingbaar zijn.
Schoonmakers gaan staken
De looneis valt samen met acties in de schoonmaaksector. FNV maakte bekend dat schoonmakers deze week gaan staken op onder meer Schiphol en stations. De bond is ontevreden over een cao die CNV en werkgeversorganisatie Schoonmakend Nederland hebben afgesloten.
Die cao bevat een verhoging van 3,1 procent per januari 2027 en 3 procent per januari 2028. Volgens FNV is dat onvoldoende en komt de verhoging te laat. De bond stelt dat schoonmakers bij zo’n afspraak koopkracht verliezen wanneer de lonen minder hard stijgen dan de inflatie.
Ook is FNV kritisch op afspraken rond loondoorbetaling bij ziekte voor schoonmakers die nog niet lang in dienst zijn. Daarmee wordt de schoonmaaksector meteen een zichtbaar voorbeeld van de bredere loondiscussie.
Voor reizigers kunnen stakingen hinder opleveren. Voor FNV is dat juist een manier om druk te zetten en zichtbaar te maken dat lage lonen en arbeidsvoorwaarden in cruciale dienstverlening volgens de bond niet langer houdbaar zijn.
CNV zet lager en breder in
FNV is niet de enige vakbond die de inzet voor het nieuwe cao-seizoen heeft bepaald. CNV liet eerder weten te mikken op 3 tot 5,5 procent loonsverhoging en een hogere reiskostenvergoeding.
Dat verschil laat zien dat vakbonden niet altijd dezelfde route kiezen. FNV kiest nadrukkelijk voor automatische prijscompensatie en een vast bedrag van 80 euro per maand. CNV legt daarnaast meer nadruk op reiskosten, wat vooral belangrijk kan zijn voor werknemers die dagelijks naar hun werk moeten reizen.
Voor werkgevers betekent dit dat cao-onderhandelingen per sector sterk kunnen verschillen. In sommige sectoren zal de nadruk liggen op loon. In andere sectoren spelen reiskosten, werkdruk, personeelstekorten, scholing of roosters een grotere rol.
De centrale looneis zet de toon, maar de uitkomst wordt uiteindelijk per cao bepaald.
Loonstijgingen kunnen inflatie beïnvloeden
Een terugkerende zorg is dat hogere lonen de inflatie kunnen versterken. Als bedrijven hogere loonkosten doorberekenen in prijzen, kunnen producten en diensten duurder worden. Dat kan weer leiden tot nieuwe looneisen.
Dat risico wordt vaak een loon-prijsspiraal genoemd. Werkgevers en economen waarschuwen daarvoor wanneer loonstijgingen structureel hoger liggen dan productiviteitsgroei.
FNV ziet dat anders. De bond wijst erop dat werknemers vooral compensatie vragen voor prijsstijgingen die al hebben plaatsgevonden. Volgens vakbonden is het niet eerlijk als bedrijven hogere kosten doorberekenen aan klanten, maar werknemers vervolgens moeten accepteren dat hun koopkracht daalt.
De waarheid ligt vaak per sector anders. In sectoren met hoge winsten kan loonsverhoging makkelijker worden betaald uit marges. In sectoren met lage marges kan doorberekening sneller nodig zijn. Daarom zullen de onderhandelingen sterk afhangen van de financiële situatie per branche.
Productiviteit wordt belangrijk argument
FNV wijst ook op stijgende arbeidsproductiviteit. Als werknemers meer waarde produceren per gewerkt uur, ligt het volgens de bond voor de hand dat zij daarvan meeprofiteren.
Productiviteit is een belangrijk maar lastig begrip in cao-onderhandelingen. In sommige sectoren stijgt de productiviteit door automatisering, digitalisering of efficiëntere processen. In andere sectoren, zoals zorg, onderwijs, schoonmaak of horeca, is productiviteitsgroei moeilijker te meten of te versnellen.
Toch speelt het argument een grote rol. Als bedrijven winst maken en productiever worden, wordt het moeilijker om stevige looneisen volledig af te wijzen. Maar als productiviteit achterblijft, kunnen hogere lonen sneller op marges drukken.
Juist daarom wordt AI ook interessant. Als technologie productiviteit verhoogt, komt de vraag op wie daarvan profiteert: de werkgever, de klant, de aandeelhouder of ook de werknemer.
Koopkracht blijft politiek gevoelig
De looneis komt vlak voor Prinsjesdag en raakt daarmee ook de politieke discussie. Koopkracht, sociale zekerheid, WW, WIA en AOW-leeftijd staan hoog op de agenda. FNV wil dat geplande bezuinigingen op sociale zekerheid van tafel gaan.
Volgens gelekte Prinsjesdagstukken is het sneller laten oplopen van de AOW-leeftijd van tafel. Ook het verlagen van het maximum dagloon waarop de WIA-uitkering wordt gebaseerd gaat niet door. De geplande bezuiniging op de WW wordt uitgesteld tot 2029.
Voor FNV is dat niet genoeg. De bond wil voorkomen dat werknemers aan de ene kant loonsverhoging krijgen, maar aan de andere kant worden geraakt door versobering van sociale zekerheid.
Daarmee loopt de cao-discussie door in de politiek. Werkenden kijken niet alleen naar hun brutoloon, maar ook naar zekerheid bij ziekte, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en pensioen.
Werkgevers krijgen te maken met stapeling
Voor werkgevers is vooral de stapeling van kosten een punt. Lonen stijgen, premies kunnen oplopen, energie blijft onzeker, rente is hoger dan enkele jaren geleden en zakelijke diensten worden duurder. Daarnaast moeten bedrijven investeren in digitalisering, verduurzaming en personeel.
Een looneis van 5,5 procent plus 80 euro per maand komt daar bovenop. Voor bedrijven die goed draaien, kan dat betaalbaar zijn. Voor ondernemers met smalle marges kan het veel zwaarder wegen.
Dat betekent dat werkgeversorganisaties waarschijnlijk zullen pleiten voor maatwerk. Niet elke sector heeft dezelfde ruimte. Een exportbedrijf, schoonmaakbedrijf, zorginstelling, supermarktketen of softwarebedrijf heeft een andere kostenstructuur en andere concurrentiepositie.
De komende maanden zullen werkgevers daarom proberen de looneis te temperen, te spreiden of te koppelen aan looptijd, eenmalige uitkeringen of andere arbeidsvoorwaarden.
Werknemers willen zekerheid na jaren prijsdruk
Voor werknemers is het gevoel anders. Zij hebben de afgelopen jaren gemerkt dat prijsstijgingen snel en breed kunnen toeslaan. Energie, boodschappen, huur, verzekeringen en vervoer zijn voor veel huishoudens duurder geworden.
Zelfs wanneer lonen zijn gestegen, voelt dat niet altijd als vooruitgang. Een hoger salaris kan verdwijnen in hogere vaste lasten. Vooral mensen zonder grote financiële buffer merken dat snel.
Daarom draait de looneis niet alleen om extra geld, maar ook om zekerheid. Automatische prijscompensatie moet voorkomen dat werknemers telkens achter de inflatie aanlopen. Het vaste bedrag van 80 euro moet lagere inkomens extra helpen.
FNV kiest daarmee voor een duidelijke boodschap: werk moet voldoende opleveren om stijgende kosten bij te houden.
Cao-seizoen wordt test voor arbeidsmarkt
De komende cao-ronde wordt een test voor de kracht van werknemers en de ruimte bij werkgevers. Als FNV in veel sectoren flinke verhogingen weet af te spreken, kan dat de koopkracht van werknemers ondersteunen. Maar het kan ook de kosten voor bedrijven verder verhogen.
Als werkgevers erin slagen de looneisen te beperken, kan dat marges beschermen, maar neemt het risico toe dat werknemers koopkracht verliezen. Dat kan leiden tot onvrede, stakingen en hogere druk bij volgende onderhandelingen.
De uitkomst zal waarschijnlijk per sector sterk verschillen. In krappe sectoren met veel vraag naar personeel is de onderhandelingspositie van werknemers sterker. In sectoren met lagere marges of afnemende vraag zullen werkgevers harder op de rem trappen.
Loon, AI en zekerheid komen samen
De inzet van FNV laat zien dat cao-onderhandelingen breder worden. Loon blijft het centrale onderwerp, maar technologie, werkdruk, handhaving en sociale zekerheid schuiven nadrukkelijk mee aan tafel.
Dat past bij een arbeidsmarkt die verandert. Werknemers willen niet alleen meer loon, maar ook invloed op hoe hun werk verandert door AI en digitalisering. Ze willen bescherming tegen koopkrachtverlies én duidelijkheid over hun positie wanneer werkprocessen worden aangepast.
Voor werkgevers wordt het daardoor ingewikkelder. Een cao is niet langer alleen een rekensom van procenten en looptijden, maar ook een afspraak over hoe bedrijven omgaan met verandering.
Stevige inzet, stevige onderhandelingen
Met een looneis van 5,5 procent, automatische prijscompensatie en 80 euro per maand extra zet FNV hoog in. De bond kiest daarmee voor koopkrachtbescherming, extra steun voor lagere inkomens en meer zeggenschap over technologie op de werkvloer.
Werkgevers zullen wijzen op betaalbaarheid, concurrentiepositie en kostenstapeling. Dat maakt stevige onderhandelingen waarschijnlijk, zeker in sectoren waar marges klein zijn of waar al spanning bestaat over personeel en werkdruk.
De inzet zegt veel over de economie van dit moment. Nederland groeit nog, de arbeidsmarkt blijft krap en veel bedrijven draaien door. Tegelijk voelen huishoudens dat prijzen hoog blijven en dat financiële zekerheid minder vanzelfsprekend is.
De cao-tafels worden daarmee opnieuw de plek waar die spanning samenkomt. Werknemers willen niet achteruitgaan in koopkracht. Werkgevers willen voorkomen dat vaste kosten te hard oplopen. Tussen die twee belangen moet de komende maanden een nieuw evenwicht worden gevonden.
Bronnen: NOS, FNV, CNV en CBS.