vrijdag, september 11, 2026
16.9 C
Groningen

Faillissementen stijgen in augustus, maar trend blijft gemengd

Het aantal faillissementen in Nederland is in augustus opnieuw gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek werden 304 bedrijven en eenmanszaken failliet verklaard. Dat zijn er 24 meer dan in augustus vorig jaar, een stijging van ongeveer 9 procent.

Ook ten opzichte van juli nam het aantal faillissementen toe. In augustus werden 38 meer faillissementen uitgesproken dan een maand eerder. Daarmee lijkt de druk op bedrijven weer iets toe te nemen, al is het beeld minder somber dan één maandcijfer doet vermoeden.

De faillissementsgraad kwam in augustus uit op 8,1 faillissementen per 100.000 bedrijven. Een jaar eerder was dat 7,6. Daarmee ligt de faillissementsgraad hoger dan vorig jaar, maar nog altijd ruim onder de pieken van eerdere jaren.

Meer faillissementen dan in juli

In augustus werden 304 faillissementen uitgesproken. Het gaat daarbij om bedrijven, instellingen en eenmanszaken. In juli waren dat er 266. De stijging van 38 faillissementen in één maand is zichtbaar, maar bij faillissementscijfers is voorzichtigheid nodig.

Faillissementen kunnen per maand schommelen. Het aantal zittingsdagen van rechtbanken speelt mee, net als het moment waarop zaken worden uitgesproken en geregistreerd. Daarom corrigeert het CBS de maandcijfers voor zittingsdagen.

Ook na die correctie ligt augustus hoger dan juli. Dat maakt de stijging relevant, maar nog geen bewijs voor een brede faillissementsgolf. Daarvoor is vooral de ontwikkeling over meerdere maanden belangrijker dan één losse maand.

Jaar-op-jaar stijging van 9 procent

Vergeleken met augustus vorig jaar is het aantal faillissementen 9 procent hoger. In augustus 2025 gingen 280 bedrijven en eenmanszaken failliet. Dit jaar waren dat er 304.

Die stijging past bij een economie waarin bedrijven nog steeds te maken hebben met hogere kosten, terughoudende consumenten en oplopende financieringslasten. Veel ondernemingen hebben de afgelopen jaren meerdere schokken moeten verwerken: corona, energieprijzen, inflatie, hogere lonen, duurdere leningen en veranderende vraag.

Voor sommige bedrijven is de rek eruit. Vooral ondernemingen met lage marges, hoge schulden of veel vaste lasten kunnen kwetsbaar worden wanneer omzet tegenvalt of kosten niet snel genoeg kunnen worden doorberekend.

Toch is de stijging niet extreem in historisch perspectief. De faillissementsgraad ligt hoger dan vorig jaar, maar veel lager dan tijdens eerdere economische moeilijke periodes.

Faillissementsgraad blijft belangrijker dan alleen aantallen

Het absolute aantal faillissementen zegt niet alles. Nederland telt tegenwoordig meer bedrijven dan tien jaar geleden. Als het aantal bedrijven groeit, kan ook het aantal faillissementen stijgen zonder dat het risico per bedrijf even hard toeneemt.

Daarom kijkt het CBS ook naar de faillissementsgraad: het aantal faillissementen per 100.000 bedrijven. In augustus kwam die uit op 8,1. Een jaar eerder was dat 7,6.

Dat betekent dat faillissementen niet alleen in absolute aantallen, maar ook relatief vaker voorkwamen dan vorig jaar. Tegelijk ligt de faillissementsgraad nog ver onder de hoogste stand sinds de reeks in 2015 begon. In maart 2015 lag die op 24,8 faillissementen per 100.000 bedrijven.

Ook dat plaatst de cijfers in perspectief. Het aantal faillissementen loopt op ten opzichte van vorig jaar, maar Nederland zit niet in een situatie die vergelijkbaar is met eerdere faillissementspieken.

Trend sinds najaar 2024 licht dalend

Opvallend is dat het CBS ondanks de stijging in augustus aangeeft dat de trend sinds het najaar van 2024 licht dalend is. Dat lijkt tegenstrijdig, maar is goed te verklaren.

Een trend kijkt naar de langere beweging achter de maandcijfers. Een enkele stijging in augustus kan dus samengaan met een onderliggende trend die over een langere periode juist iets daalt.

In 2024 lag het aantal faillissementen in meerdere maanden relatief hoog. Daarna stabiliseerde de faillissementsgraad en bewoog die geleidelijk omlaag. Augustus 2026 doorbreekt dat beeld niet automatisch, maar laat wel zien dat bedrijven nog steeds kwetsbaar blijven.

De komende maanden worden daarom belangrijk. Als het aantal faillissementen opnieuw oploopt, kan de trend veranderen. Blijft het bij een tijdelijke stijging, dan blijft het beeld vooral gemengd.

Horeca heeft hoogste faillissementsgraad

Per sector was de faillissementsgraad in augustus het hoogst in de horeca. Per 100.000 horecabedrijven gingen er 21 failliet. Daarmee blijft de sector kwetsbaar, al is er ook een opvallende nuance: een jaar eerder lag de faillissementsgraad in de horeca nog op 30,8.

De horeca heeft structureel te maken met hoge vaste lasten. Huur, personeel, energie, inkoop en verzekeringen wegen zwaar. Tegelijk zijn consumenten gevoelig voor prijsstijgingen. Uit eten, borrels en dagjes weg zijn uitgaven waarop huishoudens relatief snel kunnen besparen als de koopkracht onder druk staat.

Ook personeel blijft een uitdaging. Hogere lonen en krapte op de arbeidsmarkt maken het lastig om roosters rond te krijgen zonder dat de kosten te hard oplopen. Daardoor kunnen bedrijven met een volle zaak toch financieel kwetsbaar zijn.

Dat de faillissementsgraad in de horeca lager ligt dan vorig jaar is positief, maar de sector blijft in verhouding wel het vaakst geraakt.

Bouw en zakelijke diensten vallen op

Naast de horeca is ook de bouw een sector om in de gaten te houden. De faillissementsgraad in de bouwnijverheid lag in augustus op 16,5 per 100.000 bedrijven. Een jaar eerder was dat 10,7. Dat is een duidelijke stijging.

De bouw heeft te maken met een ingewikkelde combinatie van factoren. Er is veel vraag naar woningen, renovatie en verduurzaming, maar projecten lopen vast op vergunningen, stikstof, netcapaciteit, financiering en hoge bouwkosten. Voor kleinere aannemers en onderaannemers kan vertraging in projecten direct druk zetten op de kasstroom.

Ook verhuur en overige zakelijke diensten springen eruit. Daar steeg de faillissementsgraad van 7,8 vorig jaar naar 15,8 dit jaar. Informatie en communicatie ging van 6,9 naar 11,7. Specialistische zakelijke diensten, zoals advisering en onderzoek, stegen van 2,6 naar 4,8.

Dat laat zien dat de druk niet alleen zit bij fysieke sectoren als horeca en bouw. Ook zakelijke en digitale dienstverleners kunnen geraakt worden wanneer klanten kritischer worden op externe kosten, opdrachten later starten of tarieven onder druk komen te staan.

Handel juist lager dan vorig jaar

Niet elke sector laat verslechtering zien. In de handel lag de faillissementsgraad in augustus op 10,6 per 100.000 bedrijven. Een jaar eerder was dat 17,6. Ook vervoer en opslag daalde, van 16,8 naar 11,8.

Dat is opvallend, omdat handel en logistiek vaak gevoelig zijn voor consumentengedrag, voorraadkosten en internationale onzekerheid. De lagere faillissementsgraad kan erop wijzen dat een deel van de sector zich heeft aangepast aan hogere kosten en veranderde vraag.

Ook in de landbouw en visserij, cultuur, sport en recreatie en verhuur en handel van onroerend goed lag de faillissementsgraad lager dan een jaar eerder. Daarmee is het sectorbeeld duidelijk verdeeld.

De stijging van het totale aantal faillissementen komt dus niet doordat alle branches tegelijk verslechteren. Sommige sectoren staan onder meer druk, terwijl andere juist een verbetering laten zien.

Kosten blijven druk zetten op kwetsbare bedrijven

Hoewel de economie nog groeit, blijven veel ondernemers gevoelig voor kosten. Lonen zijn gestegen, energie blijft onzeker, financiering is duurder dan enkele jaren geleden en huur- of leasekosten lopen door. Voor bedrijven met kleine marges kan dat zwaar wegen.

Een onderneming hoeft niet per se omzet te verliezen om in de problemen te komen. Als kosten sneller stijgen dan de omzet, daalt de marge. En als klanten later betalen of grote opdrachten uitblijven, kan liquiditeit snel een probleem worden.

Dat geldt vooral voor bedrijven die tijdens de coronaperiode schulden hebben opgebouwd of uitstel van betaling hebben gekregen. Een deel daarvan draagt nog steeds financiële ballast mee. Als daar nieuwe kostenstijgingen of tegenvallende vraag bovenop komen, wordt de ruimte kleiner.

Faillissementen zijn vaak het eindpunt van een langere periode van druk. De cijfers van augustus laten daarom vooral zien dat die druk bij een deel van het bedrijfsleven nog niet verdwenen is.

Hogere rente maakt herfinancieren moeilijker

De hogere rente speelt ook een rol. Bedrijven die moeten lenen voor voorraad, machines, voertuigen, huisvesting of werkkapitaal betalen meer dan in de periode van extreem lage rente. Daardoor worden investeringen duurder en wordt herfinanciering lastiger.

Voor jonge bedrijven of ondernemingen met veel vreemd vermogen kan dit extra zwaar zijn. Als een lening afloopt en opnieuw moet worden afgesloten tegen een hogere rente, stijgen de maandelijkse lasten. Dat kan net het verschil maken tussen doorgaan en stoppen.

Ook banken en financiers kijken kritischer naar risico’s. Bedrijven met wisselende resultaten krijgen minder makkelijk financiering of moeten hogere voorwaarden accepteren. Daardoor kan een tijdelijke tegenvaller sneller uitgroeien tot een structureel probleem.

Faillissement is niet hetzelfde als bedrijfsbeëindiging

Het is belangrijk om faillissementen niet te verwarren met alle bedrijfsstoppingen. Veel ondernemers stoppen zonder failliet te gaan. Zij verkopen hun bedrijf, gaan met pensioen, kiezen voor loondienst of beëindigen een onderneming voordat schulden problematisch worden.

Een faillissement betekent dat een bedrijf zijn schulden niet meer kan betalen en dat de rechter het faillissement uitspreekt. Dat is een zwaardere situatie dan een gewone bedrijfsbeëindiging.

Daarom zijn faillissementscijfers vooral een graadmeter voor financiële problemen, niet voor alle ondernemersdynamiek. Een daling of stijging zegt iets over de groep bedrijven die echt vastloopt, maar niet over alle ondernemingen die stoppen, starten of worden overgenomen.

Geen faillissementsgolf, wel waarschuwingssignaal

De stijging in augustus is serieus genoeg om op te merken, maar niet groot genoeg om direct te spreken van een faillissementsgolf. De faillissementsgraad ligt hoger dan een jaar eerder, maar blijft historisch gezien gematigd.

De echte waarschuwing zit in de combinatie van factoren. Sommige sectoren, zoals bouw, zakelijke diensten en informatie en communicatie, laten duidelijk hogere faillissementsgraden zien dan vorig jaar. Tegelijk blijven kosten, rente en onzekerheid druk zetten op bedrijven die weinig buffer hebben.

Voor ondernemers is liquiditeit daardoor opnieuw belangrijk. Niet alleen omzet telt, maar ook marge, betalingsgedrag van klanten, vaste lasten en de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen.

Kwetsbaarheid verschuift tussen sectoren

De sectorcijfers laten zien dat economische kwetsbaarheid verschuift. Waar horeca vorig jaar nog veel zwaarder werd geraakt, is de faillissementsgraad daar nu lager maar nog steeds hoog. In de bouw en zakelijke diensten is de stijging juist duidelijker zichtbaar.

Dat past bij een economie die niet overal tegelijk dezelfde kant op beweegt. Consumentenbestedingen, investeringen, internationale handel, digitalisering en rente werken per sector anders door.

Een horecazaak merkt vooral personeelskosten, inkoopprijzen en consumentengedrag. Een bouwbedrijf merkt vertraging in projecten, financiering en materiaalprijzen. Een IT- of adviesbureau merkt of klanten doorgaan met externe opdrachten of juist bezuinigen.

Daarom vraagt het faillissementsbeeld om nuance. Het gemiddelde cijfer stijgt, maar achter dat gemiddelde zitten zeer verschillende verhalen.

Komende maanden geven meer richting

De cijfers over september, oktober en november worden belangrijk om te bepalen of augustus een tijdelijke opleving was of het begin van een nieuwe stijgende lijn. Faillissementen reageren vaak vertraagd op economische ontwikkelingen. Problemen die nu ontstaan, kunnen pas maanden later in de statistieken zichtbaar worden.

Als de rente hoog blijft, consumenten voorzichtig blijven en bedrijven investeringen uitstellen, kan de druk op kwetsbare ondernemingen verder toenemen. Maar als omzetgroei doorzet en kosten stabiliseren, kan het aantal faillissementen ook weer afvlakken.

Voorlopig is het beeld vooral gemengd. Er gingen in augustus meer bedrijven failliet dan vorig jaar en meer dan in juli. Tegelijk ligt de faillissementsgraad nog altijd ver onder oude piekniveaus en wijst de langere trend sinds het najaar van 2024 niet op een scherpe verslechtering.

Dat maakt de boodschap nuchter: de Nederlandse economie staat niet aan de vooravond van een faillissementsgolf, maar voor sommige sectoren en bedrijven wordt de financiële ruimte duidelijk smaller.

Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek en StatLine.

Recente publicaties

Belastingdruk huishoudens daalt sinds 2011, maar verschillen blijven groot

Nederlandse huishoudens dragen een kleiner deel van hun bruto...

Zakelijke dienstverlening groeit verder, maar prijzen spelen grote rol

De zakelijke dienstverlening blijft groeien. In het tweede kwartaal...

Jongere generaties rijker, maar woningmarkt maakt verschil groter

Jongere generaties zijn op dezelfde leeftijd meestal financieel beter...

Volkswagen schrapt 50.000 banen, maar houdt fabrieken voorlopig open

Volkswagen gaat opnieuw diep snijden in de organisatie. De...

Energie blijft prijsdruk geven, terwijl versoepeling klimaatregels weinig helpt

De discussie over energie wordt steeds ingewikkelder. Huishoudens merken...

Gerelateerde artikelen