woensdag, september 16, 2026
13.3 C
Groningen

Miljoenennota 2027: koopkracht onder druk, miljarden naar wonen en veiligheid

Nederland staat er economisch nog redelijk voor, maar de ruimte in de portemonnee blijft beperkt. Dat is de rode draad in de Miljoenennota 2027, die op Prinsjesdag is gepresenteerd. De economie groeit naar verwachting door, de werkloosheid blijft laag en de staatsschuld ligt nog altijd onder de Europese grens. Toch voelt het voor veel huishoudens niet alsof er veel lucht bijkomt.

Volgens de ramingen groeit de Nederlandse economie in 2026 met 1,4 procent en in 2027 met 1,2 procent. Dat is bescheiden, maar in een onrustige internationale omgeving geen stilstand. De koopkracht laat een ander beeld zien. Die daalt volgend jaar in doorsnee met 0,1 procent. Zonder extra maatregelen was die daling iets groter geweest.

Het kabinet probeert die terugval te dempen met belastingmaatregelen, verlenging van de accijnskorting op brandstof en gerichte steun voor huishoudens met een hoge energierekening. Toch is er geen breed koopkrachtpakket waarmee iedereen er duidelijk op vooruitgaat. Daarvoor is de begrotingsruimte te krap.

Koopkracht blijft schuren

Voor huishoudens draait Prinsjesdag vaak om één vraag: wat merk ik hiervan op mijn rekening? Het antwoord is dit jaar weinig spectaculair. De meeste mensen gaan er niet hard op achteruit, maar ook niet duidelijk op vooruit.

Werkenden moeten iets merken van een hogere arbeidskorting en lagere tarieven in de eerste en tweede belastingschijf. Ook blijft de accijnskorting op benzine en diesel langer bestaan. Daarmee voorkomt het kabinet dat tanken ineens duurder wordt door het aflopen van die maatregel.

Voor huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening komt het Noodfonds Energie terug. Daarvoor is 193 miljoen euro beschikbaar. Dat fonds moet vooral mensen helpen die weinig financiële buffer hebben en in een woning wonen waar de energiekosten moeilijk omlaag kunnen.

Toch blijft energie een onzeker punt. Gasprijzen, netbeheerkosten en vaste lasten bewegen niet allemaal mee met het koopkrachtbeleid. Daardoor kan een doorsnee koopkrachtcijfer voor het ene huishouden nauwelijks merkbaar zijn en voor het andere huishouden juist te rooskleurig.

Woningbouw krijgt veel geld, uitvoering blijft lastig

De woningmarkt is opnieuw een van de grote thema’s. Het kabinet trekt 7 miljard euro uit om de bouw van betaalbare woningen te versnellen. Een deel daarvan gaat naar gemeenten, zodat zij projecten financieel haalbaarder kunnen maken. Ook komt er geld voor woningen voor ouderen en voor private investeerders die betaalbare huurwoningen willen bouwen.

Woningcorporaties krijgen eveneens ruimte. Zo worden corporaties vanaf 2027 vrijgesteld van overdrachtsbelasting wanneer zij sociale huurwoningen overdragen aan andere woningcorporaties. Ook wil het kabinet vanaf 2029 een renteaftrekbeperking voor woningcorporaties schrappen.

Het doel is duidelijk: meer bouwen en sneller bouwen. Maar geld alleen lost de woningcrisis niet op. Gemeenten, bouwers en ontwikkelaars lopen nog steeds tegen vergunningen, bouwkosten, stikstof, personeelstekorten en een vol stroomnet aan. Juist die uitvoering bepaalt of miljarden op papier ook echt woningen opleveren.

Zorg wordt opnieuw duurder

De zorg blijft een van de grootste uitgavenposten van de overheid. In 2027 stijgen de zorguitgaven naar 118 miljard euro. Hogere lonen en prijzen spelen daarin een grote rol.

Voor huishoudens betekent dat ook een hogere zorgpremie. Die stijgt naar verwachting met 12,50 euro per maand en komt gemiddeld uit op 169 euro. Het eigen risico gaat mee met de inflatie en stijgt van 385 naar 400 euro. De zorgtoeslag voor alleenstaanden gaat omhoog, zodat een deel van de hogere premie wordt opgevangen.

Daarnaast blijft er geld voor preventie. Denk aan programma’s rond jonge gezinnen, schoolfruit, sport, vaccinaties en pandemische paraatheid. Dat zijn maatregelen die minder direct opvallen dan de premie, maar wel moeten helpen om gezondheidsproblemen eerder te voorkomen.

De stijgende zorgkosten laten tegelijk zien waarom de begroting steeds strakker wordt. Zorguitgaven groeien mee met lonen, prijzen, vergrijzing en vraag naar zorg. Dat geld moet ergens vandaan komen.

Defensie stevig op de begroting

Ook defensie krijgt een grote plek in de Miljoenennota. Voor 2027 trekt het kabinet ongeveer 28,9 miljard euro uit. Daarmee wil Nederland voldoen aan de NAVO-afspraken. Er gaat geld naar personeel, materieel, munitie, voorraden en nieuwe technologie.

Daarnaast blijft militaire steun aan Oekraïne opgenomen in de begroting. Voor 2027 staat 3 miljard euro gereserveerd. Ook is er geld voor herstel en wederopbouw in de jaren daarna.

Defensie is daarmee niet meer alleen een reactie op acute oorlogsdreiging, maar een structureel grotere post. Dat maakt de begroting ingewikkelder. Veiligheid vraagt langdurig geld, terwijl ook zorg, wonen, infrastructuur, onderwijs en koopkracht om aandacht vragen.

Infrastructuur en stroomnet blijven knelpunten

Nederland wil bouwen, verduurzamen en bedrijven laten groeien. Daarvoor moeten wegen, bruggen, spoor, vaarwegen en energie-infrastructuur mee. Het kabinet reserveert 5,1 miljard euro extra voor infrastructuur. Daarvan is 1,5 miljard euro bedoeld voor groot onderhoud aan wegen, bruggen, tunnels, vaarwegen en waterwerken.

Ook regionale bereikbaarheid krijgt extra geld. Dat is belangrijk voor gebieden waar woningbouw, bedrijventerreinen en openbaar vervoer niet los van elkaar kunnen worden bekeken.

Het volle stroomnet loopt als een rode draad door veel plannen heen. Bedrijven kunnen niet altijd uitbreiden of verduurzamen omdat er geen capaciteit is. Nieuwe woningen hebben aansluitingen nodig. Huishoudens merken de verbouwing van het net via hogere netbeheerkosten.

Dat maakt infrastructuur minder technisch dan het klinkt. Als kabels, wegen en bruggen achterblijven, vertraagt de rest vanzelf.

Energie: zekerheid voor nu, verduurzaming voor later

Op energiegebied kiest het kabinet voor twee sporen. Voor de korte termijn moet de gaszekerheid op orde blijven. Staatsbedrijf EBN krijgt een lening van 8 miljard euro om gasopslagen te vullen voor de winter van 2027 op 2028. Dat geld moet later worden terugbetaald.

Voor de langere termijn blijft verduurzaming belangrijk. Er is 6 miljard euro beschikbaar voor subsidies voor huishoudens en bedrijven. Daaronder vallen onder meer regelingen voor hernieuwbare energie, CO2-reductie, warmtepompen en isolatie.

Ook CO2-opslag onder de Noordzee krijgt geld. Vanaf 2027 gaat daar 1,3 miljard euro naartoe. Voor kernenergie is 200 miljoen euro beschikbaar, waarvan 12 miljoen in 2027.

Het laat zien dat Nederland nog niet één simpele energieroute heeft. Gas blijft nodig als buffer, terwijl tegelijk geld gaat naar isolatie, duurzame opwek, CO2-opslag en mogelijke kernenergie.

Innovatie moet groei opleveren

De Miljoenennota zet stevig in op economische groei. Het kabinet noemt investeren, hervormen en internationaal samenwerken als pijlers. Daarbij krijgt innovatie een opvallende rol.

Er komt 3,3 miljard euro voor de Nationale Investeringsinstelling, bedoeld om innovatieve ondernemers en groeibedrijven in Nederland te houden. Daarnaast wordt 500 miljoen euro vrijgemaakt voor een agentschap voor disruptieve innovatie. Ook is er geld voor een nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds, voor AI en voor onderzoek en kennis.

Voor ondernemers is dat relevant, omdat het kabinet groei vooral wil halen uit hogere productiviteit. Nederland heeft een krappe arbeidsmarkt en kan dus niet eindeloos groeien door alleen meer mensen aan het werk te zetten. Slimmer werken, digitalisering en innovatie moeten een groter deel van de groei gaan dragen.

De vraag blijft hoe snel bedrijven daar iets van merken. Subsidies en fondsen helpen vooral als geld terechtkomt bij projecten die ook echt kunnen opschalen.

Begroting blijft net binnen de lijnen

De overheid verwacht in 2027 481,2 miljard euro binnen te krijgen en 516,8 miljard euro uit te geven. Er wordt dus meer uitgegeven dan er binnenkomt. Het tekort komt naar verwachting uit op 2,9 procent van het bruto binnenlands product. Dat is net onder de Europese grens van 3 procent.

De staatsschuld stijgt de komende jaren wel. In 2026 ligt die op 45,6 procent van het bbp, in 2027 op 46,9 procent en in 2030 op 48,9 procent. Dat is nog onder de Europese schuldgrens van 60 procent, maar de richting is omhoog.

Daarbij spelen ook rentelasten mee. Geld lenen is duurder geworden dan in de jaren waarin Nederland bijna gratis kon financieren. Hogere rente maakt nieuwe uitgaven lastiger, omdat meer geld naar bestaande schulden gaat.

Sociale zekerheid deels bijgestuurd

Op het gebied van sociale zekerheid past het kabinet eerdere plannen aan. De directe koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting wordt geschrapt. Ook gaat de verlaging van het maximumdagloon met 20 procent niet door.

Sommige andere maatregelen worden uitgesteld. Het kabinet wil meer tijd nemen voor overleg met werkgevers, vakbonden en andere partijen over hervormingen.

Dat past bij de toon van deze Miljoenennota. Grote stelsels veranderen niet makkelijk. Arbeidsmarkt, sociale zekerheid, pensioen, zorg en belastingen raken miljoenen mensen tegelijk. Snelle ingrepen leveren daardoor snel weerstand op.

Voor ondernemers blijft het beeld gemengd

Voor ondernemers bevat Prinsjesdag zowel kansen als onzekerheden. Het kabinet wil minder regeldruk, sneller vergunningen verlenen, investeren in innovatie en netcongestie aanpakken. Dat zijn thema’s die ondernemers direct raken.

Tegelijk blijven kosten hoog. Lonen stijgen, energie blijft onzeker, zakelijke diensten worden duurder en financiering is minder goedkoop dan een paar jaar geleden. Ook fiscale wijzigingen kunnen per sector anders uitpakken.

Woningbouw, infrastructuur, defensie, energie en innovatie leveren opdrachten en investeringskansen op. Maar bedrijven hebben pas echt iets aan plannen wanneer uitvoering op gang komt en regels duidelijk blijven.

Geen grote meevaller, wel veel schuiven

De Miljoenennota 2027 is geen begroting met grote cadeaus. Het is eerder een poging om veel problemen tegelijk beheersbaar te houden. Koopkracht wordt gedempt, maar niet breed verbeterd. Woningbouw krijgt geld, maar blijft afhankelijk van uitvoering. Defensie groeit door. Zorg wordt duurder. Het stroomnet en de infrastructuur vragen miljarden. Innovatie moet toekomstige groei brengen.

Voor huishoudens blijft vooral de vraag hoeveel van de maatregelen straks merkbaar is. Een lagere belastingdruk of hogere toeslag kan worden ingehaald door zorgpremie, energie, huur of andere vaste lasten.

Voor bedrijven draait het om voorspelbaarheid. Investeren lukt beter wanneer vergunningen, netcapaciteit, financiering en regels niet telkens verschuiven.

Deze Prinsjesdag laat daarom vooral een land zien dat nog groeit, maar minder vanzelfsprekend kan uitdelen. De overheid investeert op meerdere fronten, maar moet tegelijk binnen financiële grenzen blijven. Dat maakt 2027 geen crisisjaar op papier, maar wel een jaar waarin veel huishoudens, ondernemers en sectoren de druk blijven voelen.

Bronnen: Rijksoverheid, Ministerie van Financiën, Centraal Planbureau en NOS.

Recente publicaties

Aankloten in de Zeegser Duinen: een middag vol plezier en goede gesprekken

Wat een gezellige middag in de Zeegser Duinen! 🌿We...

FNV zet hoog in met looneis van 5,5 procent en prijscompensatie

Vakbond FNV zet stevig in voor de nieuwe cao-ronde....

Energierekening stijgt door dure verbouwing van het stroomnet

De energierekening van huishoudens gaat volgend jaar opnieuw omhoog,...

Faillissementen stijgen in augustus, maar trend blijft gemengd

Het aantal faillissementen in Nederland is in augustus opnieuw...

Belastingdruk huishoudens daalt sinds 2011, maar verschillen blijven groot

Nederlandse huishoudens dragen een kleiner deel van hun bruto...

Gerelateerde artikelen