dinsdag, november 3, 2026
9.4 C
Groningen

Twee miljoen gepensioneerden kunnen rekenen op flinke pensioenverhoging in 2027

Oud-winkelmedewerkers die pensioen ontvangen van Pensioenfonds Detailhandel, kunnen volgend jaar mogelijk ruim 22 procent meer pensioen krijgen. Voor gepensioneerde ambtenaren en onderwijspersoneel bij ABP wordt rekening gehouden met bijna 14 procent. Het zijn opvallende bedragen, zeker na de jaren waarin pensioenverhogingen regelmatig achterbleven bij de stijgende prijzen. De oorzaak ligt bij de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel, waarbij een deel van de opgebouwde financiële reserves onder de deelnemers kan worden verdeeld.

Pensioenadviseur Aon heeft op verzoek van de NOS berekend hoeveel de uitkeringen bij de grootste pensioenfondsen kunnen stijgen. Gemiddeld komt het adviesbureau uit op ongeveer 17 procent. Zo’n twee miljoen gepensioneerden kunnen daarvan profiteren wanneer hun fonds op 1 januari 2027 overgaat naar de nieuwe regeling. Of die verhogingen werkelijk worden gehaald, hangt af van de financiële situatie aan het einde van dit jaar.

De fondsen staan er momenteel goed voor. Ze hebben de afgelopen jaren voldoende vermogen opgebouwd om hun verplichtingen te kunnen nakomen en beschikken in veel gevallen over aanzienlijke reserves. Die reserves krijgen bij de overstap een andere bestemming. Een deel blijft nodig om risico’s op te vangen, maar wat overblijft kan worden toegevoegd aan het pensioenvermogen van deelnemers.

Er bereiden zich 37 pensioenfondsen voor op de overstap. Samen hebben zij ongeveer 7,7 miljoen deelnemers, van wie er twee miljoen al met pensioen zijn. Aon onderzocht de tien grootste fondsen. Zij vertegenwoordigen ongeveer 95 procent van alle deelnemers die begin 2027 naar het nieuwe stelsel moeten overgaan.

Niet ieder pensioenfonds kan evenveel uitdelen

De verschillen zijn groot. Pensioenfonds Detailhandel voert de berekeningen van Aon aan met een mogelijke verhoging van 22,4 procent. Bij BPL, het pensioenfonds voor de agrarische en groene sector, wordt gerekend op 21,7 procent. Ook Pensioenfonds PGB, waar onder meer werknemers uit de grafische sector pensioen hebben opgebouwd, komt met een verwachte stijging van 20,8 procent boven de twintig procent uit.

Voor gepensioneerden uit het vervoer schat Aon de verhoging op 18,1 procent. Bij Philips bedraagt de verwachting 18,2 procent, terwijl voormalige werknemers van ABN AMRO volgens de berekeningen gemiddeld 15,3 procent meer kunnen ontvangen. Rabobank volgt met 14,3 procent. Bij PME, het pensioenfonds voor de metaal- en technologische industrie, ligt de geschatte verhoging met 12,6 procent wat lager.

De aandacht gaat vooral uit naar ABP. Het pensioenfonds voor ambtenaren en onderwijspersoneel telt ruim drie miljoen deelnemers, onder wie ongeveer 1,1 miljoen gepensioneerden. Alleen al door die omvang heeft een verhoging bij ABP gevolgen voor een groot aantal Nederlandse huishoudens. Aon verwacht voor deze groep gemiddeld 13,9 procent meer pensioen.

ABP zelf wil die verwachting nog niet bevestigen. Het fonds heeft wel laten weten dat het financieel goed op koers ligt voor de overgang, maar noemt bewust geen bedragen. De uiteindelijke verhoging wordt namelijk niet alleen bepaald door de hoeveelheid beschikbaar geld. Ook afspraken over compensatie en de persoonlijke omstandigheden van deelnemers tellen mee.

Daarbij kunnen leeftijdsverschillen een rol spelen. Aon verwacht dat oudere gepensioneerden gemiddeld een wat kleinere procentuele verhoging krijgen dan jongere gepensioneerden. De percentages per fonds zijn daarom gemiddelden en geen individuele toezeggingen.

Bovendien is de overstap nog niet bij alle fondsen definitief. Pensioenfonds Detailhandel en PGB hadden volgens het NOS-onderzoek nog geen toestemming van toezichthouder De Nederlandsche Bank om op de geplande datum over te gaan. Ook die onzekerheid moet worden meegenomen wanneer over de verwachte verhogingen wordt gesproken.

ABP staat sterker ondanks miljardenverlies op beleggingen

Hoe ingewikkeld de financiële berekeningen kunnen zijn, blijkt uit de kwartaalcijfers van ABP. Het fonds verloor tussen juli en september ruim 24 miljard euro op zijn beleggingen. Het rendement kwam uit op min 4,3 procent. Desondanks verbeterde de financiële positie.

Eind september had ABP ongeveer 543 miljard euro aan belegd vermogen en bedroeg de actuele dekkingsgraad 132,2 procent. Drie maanden eerder was dat nog 126,9 procent. Die stijging kwam vooral door de rente, die in dezelfde periode flink opliep.

Een hogere rente kan de waarde van beleggingen drukken, maar heeft bij pensioenfondsen ook invloed op de berekening van wat zij in de toekomst moeten uitbetalen. Bij ABP daalde de waarde van die verplichtingen in het derde kwartaal van 447 miljard naar 411 miljard euro. Omdat de verplichtingen sterker in waarde afnamen dan het belegd vermogen, steeg de dekkingsgraad.

Die dekkingsgraad is voor de overgang van groot belang. Een percentage van 100 betekent dat een pensioenfonds volgens de berekening voldoende vermogen heeft voor zijn opgebouwde pensioenverplichtingen. Bij een hogere dekkingsgraad is er meer financiële ruimte, al moet een deel daarvan beschikbaar blijven voor buffers en andere afspraken.

Voor ABP betekent de huidige stand dat er bij de overgang waarschijnlijk geld te verdelen valt. Hoeveel, wordt pas duidelijk wanneer de cijfers van 31 december bekend zijn. Het fonds heeft aangekondigd de definitieve verhoging daarom niet zoals gebruikelijk in november vast te stellen, maar in januari 2027.

Daarmee blijft de ontwikkeling op de financiële markten de komende weken bepalend. Een dalende rente kan ervoor zorgen dat pensioenverplichtingen weer duurder worden. Ook verliezen op beleggingen kunnen de financiële positie veranderen.

Aon wees er onlangs op dat de gemiddelde dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen in oktober iets is teruggelopen. De uitgangspositie is nog altijd gunstig, maar de verwachte verhogingen zijn gebaseerd op een momentopname. De eindstand van december kan daarvan afwijken.

Waarom gepensioneerden er ineens zoveel bij kunnen krijgen

Dat pensioenfondsen nu met verhogingen van vijftien of zelfs twintig procent in verband worden gebracht, heeft vooral te maken met de overgang naar het nieuwe stelsel. Onder de oude regels moesten fondsen gezamenlijk voldoende vermogen aanhouden om alle toekomstige pensioenen te kunnen betalen. De financiële eisen konden ertoe leiden dat uitkeringen jarenlang nauwelijks stegen, ook wanneer een fonds over grote reserves beschikte.

Met de nieuwe regels verandert de verdeling van het opgebouwde vermogen. De pensioenaanspraken worden omgerekend naar een persoonlijk pensioenvermogen, waarbij pensioenfondsen vaststellen welk bedrag aan iedere deelnemer wordt toegerekend. Ook bepalen zij welk deel van de bestaande reserves nodig blijft voor bijvoorbeeld financiële tegenvallers en compensatie.

Het geld dat daarna beschikbaar is, kan onder de deelnemers worden verdeeld. Die extra toedeling wordt ook wel de invaarbonus genoemd.

Voor iemand die nog werkt, wordt het bedrag toegevoegd aan het opgebouwde pensioenvermogen. Het blijft vervolgens belegd totdat diegene met pensioen gaat. Wie al gepensioneerd is, kan de extra toedeling terugzien in een hogere maandelijkse uitkering.

Het gaat daarbij om een eenmalige stap. Een verhoging van bijvoorbeeld 17 procent bij de overgang betekent niet dat het pensioen in de jaren daarna steeds opnieuw met hetzelfde percentage groeit. Het nieuwe bedrag vormt het uitgangspunt voor toekomstige uitkeringen, die volgens de nieuwe pensioenregels worden vastgesteld.

De pensioenfondsen blijven het vermogen beheren en beleggen. Deelnemers krijgen dus geen eigen bankrekening waarop zij hun volledige pensioen kunnen opnemen. Wel worden de resultaten van beleggingen onder de nieuwe regels directer verwerkt in de persoonlijke pensioenvermogens en uitkeringen. Bij goede resultaten kunnen pensioenen sneller stijgen, terwijl tegenvallers ook tot verlagingen kunnen leiden. Fondsen houden buffers aan om grote schommelingen zoveel mogelijk te beperken.

Hoeveel iemand bij de overgang krijgt, verschilt bovendien per fonds. Werkgevers en werknemers hebben afspraken gemaakt over de manier waarop het beschikbare vermogen wordt verdeeld. Daarbij kunnen bepaalde groepen deelnemers extra compensatie krijgen, bijvoorbeeld vanwege veranderingen in de pensioenopbouw of gemiste verhogingen uit het verleden.

Bij ABP is dat laatste nadrukkelijk onderdeel van de berekening. Daardoor kan iemand die jarenlang pensioen heeft opgebouwd en inmiddels met pensioen is, een andere verhoging ontvangen dan een deelnemer met een andere achtergrond. Het gemiddelde percentage van Aon geeft een indruk van de financiële ruimte, maar zegt nog niet wat er straks precies op een persoonlijk pensioenoverzicht staat.

Eerdere overstap leverde al hogere pensioenen op

De verwachtingen voor 2027 komen niet helemaal uit de lucht vallen. Begin 2026 stapten 24 pensioenfondsen over naar de nieuwe regels. Daaronder waren grote fondsen voor onder meer de zorg, bouw, horeca, schoonmaak en delen van de techniek. Ongeveer 1,5 miljoen gepensioneerden kregen bij die overgang een hogere uitkering.

Bij de grootste fondsen bedroeg de gemiddelde stijging volgens eerdere berekeningen van Aon ruim 13 procent. Sommige gepensioneerden kregen ongeveer 20 procent extra. Voor de groep die nu aan de beurt is, liggen de verwachtingen gemiddeld nog wat hoger.

Dat komt doordat veel fondsen die begin 2027 willen overstappen op dit moment over ruime financiële reserves beschikken. Ze hebben bovendien langer van de gunstige ontwikkeling van de dekkingsgraden kunnen profiteren. Of die voorsprong volledig behouden blijft, moet in de laatste twee maanden van het jaar blijken.

De eerdere overstap betekent overigens niet dat de betrokken gepensioneerden opnieuw op zo’n grote verhoging kunnen rekenen. Hun pensioen valt inmiddels onder de nieuwe regels. Hoe hun uitkering zich in 2027 ontwikkelt, hangt af van de financiële resultaten en de afspraken binnen het eigen fonds.

Definitieve bedragen worden pas in 2027 duidelijk

Voor de twee miljoen gepensioneerden die nu op de overstap wachten, volgt de belangrijkste informatie na de jaarwisseling. De pensioenfondsen moeten eerst de financiële positie per 31 december vaststellen. Daarna wordt berekend hoeveel vermogen nodig is voor de verschillende onderdelen van de nieuwe regeling en wat er per deelnemer beschikbaar komt.

Die berekeningen vragen tijd. Pensioenfondsen moeten de opgebouwde rechten omzetten, de verdeling controleren en vaststellen of de persoonlijke gegevens van deelnemers correct zijn verwerkt. Het kan daardoor gebeuren dat gepensioneerden in januari nog niet meteen het definitieve nieuwe bedrag ontvangen.

De verhogingen gelden volgens de geplande overstap wel vanaf 1 januari. Wanneer de administratieve verwerking langer duurt, wordt het verschil over de eerste maanden achteraf uitbetaald.

Gepensioneerden hoeven normaal gesproken geen aanvraag te doen om van de overgang te profiteren. Het eigen pensioenfonds informeert hen over de nieuwe regeling en de gevolgen voor hun uitkering. Wie pensioen heeft opgebouwd bij meerdere fondsen, kan te maken krijgen met verschillende overgangsmomenten en uiteenlopende percentages.

Ook het nettobedrag verdient aandacht. De berekeningen van Aon gaan over de bruto pensioenuitkeringen. Hoeveel daarvan uiteindelijk op de bankrekening verschijnt, hangt af van de belastinginhouding, het totale inkomen en eventuele inkomensafhankelijke regelingen. De AOW valt buiten de overstap en wordt niet door deze pensioenverhoging aangepast.

Voorlopig zijn de vooruitzichten voor de betrokken gepensioneerden gunstig. De financiële positie van de grote pensioenfondsen biedt ruimte voor verhogingen die aanzienlijk groter kunnen uitvallen dan de gebruikelijke jaarlijkse aanpassingen. Het exacte bedrag blijft echter afhankelijk van de laatste weken van 2026. Pas wanneer de pensioenfondsen hun definitieve berekeningen hebben afgerond, weten deelnemers hoeveel zij er volgend jaar werkelijk bij krijgen.

Bronnen: NOS, pensioenadviseur Aon, ABP, De Nederlandsche Bank en Pensioenduidelijkheid.

Recente publicaties

Nederlandse economie groeit verder dankzij sterke industrie en export

Nederlandse machinefabrikanten hebben opnieuw een sterk kwartaal achter de...

Nederland sterk afhankelijk van China voor cruciale grondstoffen

Gallium is geen metaal waar veel mensen dagelijks bij...

Quote 500 opgeschud: nieuwe rijkste Nederlander en opmars van AI-miljardairs

Voor het eerst in veertien jaar heeft Nederland een...

Chinese AI wint terrein bij bedrijven door lagere kosten en meer controle

Steeds meer bedrijven kijken verder dan de bekende Amerikaanse...

Gerelateerde artikelen