De Nederlandse industrie heeft in augustus opnieuw stevig meer geproduceerd. Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek lag de kalendergecorrigeerde productie 12,0 procent hoger dan in augustus vorig jaar. Dat is de grootste stijging in ruim vier jaar.
Ook vergeleken met juli ging de productie omhoog. Gecorrigeerd voor seizoen- en kalendereffecten produceerde de industrie in augustus 3,3 procent meer dan een maand eerder. Daarmee zet het herstel dat eerder dit jaar zichtbaar werd duidelijk door.
Toch is het beeld niet overal even sterk. Vooral de machine-industrie trekt het gemiddelde flink omhoog. Andere bedrijfstakken groeien gematigder en in de chemie en rubber- en kunststofindustrie daalde de productie juist. De industrie herstelt dus duidelijk, maar niet elke branche profiteert in dezelfde mate.
Grootste stijging in ruim vier jaar
De plus van 12,0 procent is opvallend. In juli groeide de industriële productie ook al stevig, met 9,3 procent ten opzichte van een jaar eerder. In augustus kwam daar nog een grotere stijging overheen.
Dat is een duidelijke omslag ten opzichte van 2023 en 2024. In die jaren stond de industriële productie geregeld onder druk. Hogere energieprijzen, zwakke buitenlandse vraag, oplopende kosten en onzekerheid over investeringen drukten op veel bedrijven.
Begin 2026 werd het beeld langzaam positiever. In januari lag de productie 1,0 procent hoger dan een jaar eerder. Daarna volgden wisselende maanden, maar vanaf april werd de groei duidelijker. April kwam uit op 5,7 procent, mei op 7,0 procent, juni op 5,0 procent, juli op 9,3 procent en augustus op 12,0 procent.
Dat patroon laat zien dat de opleving niet op één maand rust. De industrie zit al meerdere maanden in een sterkere fase.
Productie ook hoger dan in juli
Voor de korte termijn kijkt het CBS vooral naar cijfers die zijn gecorrigeerd voor seizoen- en kalendereffecten. Die laten zien dat de productie in augustus 3,3 procent hoger lag dan in juli.
Dat is belangrijk, omdat jaar-op-jaarvergelijkingen soms worden beïnvloed door een zwakke maand een jaar eerder. De stijging ten opzichte van juli laat zien dat de industrie ook op maandbasis verder aantrekt.
De productie-index kwam in augustus uit op 114,8, met 2021 als basisjaar. Dat is het hoogste niveau ooit in deze reeks. De industrie produceerde dus niet alleen meer dan vorig jaar, maar bereikte ook een nieuw piekniveau.
Dat geeft de cijfers extra gewicht. Het gaat niet alleen om herstel na een zwakker moment, maar om een niveau dat boven eerdere toppen uitkomt.
Machine-industrie springt eruit
De grootste bijdrage komt opnieuw uit de machine-industrie. Deze branche produceerde in augustus 45,1 procent meer dan een jaar eerder. Daarmee steekt de machinebouw ver boven de rest van de industrie uit.
Dat is economisch belangrijk. Machinebouw is vaak verbonden met investeringen, export, technologie en toeleveringsketens. Als deze sector hard groeit, kan dat wijzen op sterke vraag naar kapitaalgoederen. Bedrijven investeren dan in machines, installaties en productiecapaciteit.
Ook voor toeleveranciers kan dit gunstig zijn. Machinebouw vraagt onderdelen, metaalbewerking, elektronica, engineering, software, logistiek en onderhoud. Een sterke machine-industrie werkt daardoor vaak door in andere delen van de economie.
Tegelijk maakt de sterke groei in één branche het totale cijfer kwetsbaarder. Als een groot deel van de stijging uit machinebouw komt, zegt de plus van 12 procent minder over alle industrietakken samen. Het herstel is duidelijk, maar niet overal even breed.
Transportmiddelen groeien ook stevig
Naast machines groeide ook de productie van transportmiddelen. Deze branche produceerde 8,3 procent meer dan een jaar eerder.
Dat past bij een industrie waarin mobiliteit, logistiek en internationale ketens een belangrijke rol spelen. Transportmiddelen kunnen variëren van onderdelen tot voertuigen en andere vervoersgerelateerde productie.
Een stijging in deze branche kan wijzen op betere orderposities, herstel in toelevering of meer vraag vanuit het buitenland. Tegelijk blijft de transportmiddelenindustrie gevoelig voor internationale ontwikkelingen. Veranderingen in autoproductie, elektrificatie, handelsbeleid en vraag uit Duitsland en andere exportmarkten kunnen snel doorwerken.
Voor Nederland is dit vooral relevant omdat de industrie sterk verweven is met buitenlandse markten. Groei in transportmiddelen is positief, maar blijft afhankelijk van internationale vraag.
Meer dan zes op tien branches groeien
Volgens het CBS produceerde ruim 60 procent van de onderscheiden industriële bedrijfsklassen in augustus meer dan een jaar eerder. Daarmee is de groei breder dan in sommige eerdere maanden.
Dat is een goed teken. In juli produceerde iets minder dan de helft van de bedrijfsklassen meer dan een jaar eerder. In augustus is het herstel dus breder zichtbaar.
Toch blijft er verschil tussen sectoren. Reparatie en installatie van machines groeide met 4,7 procent. Metaalproducten gingen 1,9 procent omhoog. Elektrische en elektronische apparaten stegen met 1,1 procent en voedingsmiddelen met 0,9 procent.
Dat zijn positieve cijfers, maar ze zijn veel gematigder dan de groei in de machine-industrie. De totale plus van 12 procent wordt dus sterk gekleurd door enkele grote uitschieters.
Chemie blijft achter
Niet alle bedrijfstakken laten groei zien. De chemische industrie produceerde in augustus 4,1 procent minder dan een jaar eerder. Daarmee was chemie de grootste daler onder de acht grootste branches.
Ook rubber en kunststof daalden, met 3,0 procent. Dat laat zien dat energie-intensieve en grondstofgevoelige sectoren nog steeds kwetsbaar kunnen zijn.
De chemie heeft de afgelopen jaren vaker te maken gehad met hoge energieprijzen, internationale concurrentie, zwakkere vraag en druk op marges. Voor zulke bedrijven is herstel minder vanzelfsprekend. Als energie, grondstoffen of afzetmarkten ongunstig blijven, kan de productie achterblijven terwijl andere sectoren juist groeien.
Dat maakt de industrie als geheel minder eenduidig. De productie stijgt sterk, maar niet elke fabriek of branche ervaart herstel.
Producenten positiever over komende maanden
Naast de productiecijfers keek het CBS ook naar het vertrouwen van producenten. Dat vertrouwen liep in september verder op. De indicator ging van 3,7 in augustus naar 4,2 in september.
Daarmee ligt het producentenvertrouwen duidelijk boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar. Producenten waren vooral positiever over de verwachte bedrijvigheid in de komende drie maanden.
Dat is belangrijk, omdat vertrouwen vaak vooruitloopt op investeringen, productieplanning en personeelskeuzes. Als producenten meer bedrijvigheid verwachten, houden zij sneller capaciteit aan of bereiden zij uitbreiding voor.
Ook hier zit nuance. In de elektrotechnische en machine-industrie daalde het vertrouwen juist iets. Toch bleef deze branche wel het meest positief van alle industrietakken.
Industrie profiteert van beter economisch beeld
De sterke productiecijfers passen bij een bredere verbetering in het economische beeld. De export groeit, huishoudens consumeren meer en de conjunctuur oogt minder negatief dan eerder dit jaar.
Voor de industrie is vooral de export belangrijk. Veel Nederlandse industriële productie is bestemd voor buitenlandse klanten of hangt samen met internationale ketens. Wanneer de vraag naar machines, transportmiddelen en industriële onderdelen aantrekt, merken Nederlandse producenten dat snel.
Ook binnenlandse vraag kan helpen. Meer consumptie en hogere investeringen in bepaalde sectoren zorgen voor extra vraag naar producten, onderdelen en installaties.
Toch blijft de internationale omgeving onzeker. Handelsspanningen, geopolitieke risico’s, energieprijzen en de ontwikkeling van Duitsland blijven belangrijke factoren. Nederland kan industrieel groeien, maar blijft gevoelig voor wat er buiten de landsgrenzen gebeurt.
Nieuw piekniveau betekent niet dat alle zorgen weg zijn
Dat de productie-index in augustus het hoogste niveau ooit bereikte, is een sterk signaal. Het laat zien dat de industrie zich krachtig kan herstellen na zwakkere jaren.
Maar een recordniveau betekent niet automatisch dat de sector zorgeloos draait. Bedrijven blijven te maken houden met hoge kosten, personeelstekorten, netcongestie, internationale concurrentie en verduurzamingsdruk.
Vooral energie-intensieve bedrijven blijven kwetsbaar. Als stroom, gas of netkosten stijgen, kan dat de concurrentiepositie aantasten. Ook bedrijven die willen elektrificeren of uitbreiden lopen soms tegen beperkte netcapaciteit aan.
Daarnaast blijft personeel een rem. Meer productie vraagt vakmensen, technici, operators, engineers en onderhoudspersoneel. In veel technische beroepen is de arbeidsmarkt nog altijd krap.
Productiviteitsvraag wordt belangrijker
De sterke groei van de industriële productie raakt ook aan de bredere discussie over productiviteit. Nederland heeft te maken met een arbeidsmarkt die niet meer vanzelf groeit. Het aantal werkenden tot de AOW-leeftijd neemt nauwelijks nog toe en personeel blijft schaars.
Als bedrijven meer willen produceren, moet dat dus vaker met dezelfde mensen of met slimmer ingerichte processen. Automatisering, robotisering, digitalisering en betere planning worden daardoor steeds belangrijker.
De industrie is bij uitstek een sector waar productiviteit veel kan betekenen. Nieuwe machines, software, datagedreven onderhoud en efficiëntere productielijnen kunnen de output per gewerkt uur verhogen.
De productiegroei in augustus kan deels samenhangen met zulke verbeteringen. Maar ook hogere vraag, betere bezetting van bestaande capaciteit en herstel na zwakkere maanden spelen waarschijnlijk mee.
Betekenis voor ondernemers en toeleveranciers
Voor ondernemers in en rond de industrie zijn de cijfers positief. Meer productie kan leiden tot extra opdrachten voor toeleveranciers, transporteurs, technische dienstverleners, installatiebedrijven en onderhoudspartijen.
Ook zakelijke dienstverleners kunnen profiteren. Denk aan engineering, ontwerp, consultancy, arbeidsbemiddeling, ICT, logistieke planning en kwaliteitscontrole.
Voor bedrijven in de keten is het wel belangrijk om goed te kijken waar de groei zit. Een toeleverancier aan machinebouw kan een ander beeld zien dan een bedrijf dat vooral chemie of kunststof bedient.
De industrie groeit dus, maar de kansen zitten niet overal gelijk verdeeld. Wie actief is in de sterkste ketens kan duidelijk meer vraag merken. Wie afhankelijk is van zwakkere branches kan nog steeds druk voelen.
Groei kan ook druk op capaciteit geven
Een sterke productiestijging is goed nieuws, maar kan ook nieuwe druk opleveren. Als orders snel aantrekken, moeten bedrijven capaciteit, personeel, voorraden en logistiek op orde krijgen.
Na een periode van voorzichtigheid hebben sommige bedrijven mogelijk minder buffer. Voorraadniveaus zijn aangepast, flexibele schillen zijn kleiner geworden of investeringen zijn uitgesteld. Als de vraag dan snel stijgt, kan opschalen lastig zijn.
Ook levertijden kunnen weer een rol gaan spelen. Meer productie in machinebouw en transportmiddelen vraagt onderdelen, materialen en planning. Als toeleveringsketens niet soepel meebewegen, ontstaan nieuwe knelpunten.
Daarom is de vraag niet alleen of de productie groeit, maar ook of bedrijven die groei kunnen vasthouden zonder dat kosten, levertijden of personeelsdruk te hard oplopen.
Herstel sterker dan eerder verwacht
De cijfers over augustus zijn sterker dan het beeld dat eerder dit jaar nog over de industrie hing. In 2024 kromp de productie in veel maanden. Begin 2026 was het herstel nog wisselend. Nu lijkt de industrie duidelijk meer vaart te krijgen.
Dat is belangrijk voor de economie als geheel. De industrie is niet de grootste werkgever van Nederland, maar wel een belangrijke motor achter export, innovatie, productiviteit en technische ketens.
Sterke industriële productie kan daardoor meer betekenen dan alleen fabrieksoutput. Het raakt logistiek, handel, zakelijke diensten, investeringen en regionale bedrijvigheid.
Vooral regio’s met veel maakindustrie kunnen de opleving merken. Denk aan bedrijvenparken, technische toeleveranciers en opleidingen die verbonden zijn met industrie en techniek.
Verschil tussen volume en omzet blijft belangrijk
De cijfers gaan over productievolume, niet simpelweg over omzet in euro’s. Dat is een belangrijk verschil. Een bedrijf kan meer omzet draaien doordat prijzen stijgen, zonder dat er meer geproduceerd wordt. In deze cijfers gaat het juist om de hoeveelheid productie, gecorrigeerd voor prijsontwikkelingen.
Dat maakt de stijging extra relevant. De industrie produceerde daadwerkelijk meer, niet alleen duurder.
Tegelijk zegt productievolume niet alles over winstgevendheid. Een bedrijf kan meer produceren, maar toch druk op marges ervaren door hogere kosten voor energie, personeel, financiering of grondstoffen.
Daarom is het sterke productiecijfer positief, maar niet automatisch hetzelfde als hogere winst voor alle industriële bedrijven.
Voorzichtig optimisme in de maakindustrie
De combinatie van hogere productie, een stijgende trend sinds begin 2026 en positiever producentenvertrouwen geeft reden voor voorzichtig optimisme. De industrie lijkt uit de zwakkere fase van eerdere jaren te komen.
Maar het woord voorzichtig blijft belangrijk. De groei wordt sterk gedragen door de machine-industrie. Chemie en rubber en kunststof blijven achter. Internationale onzekerheid is niet verdwenen. En structurele problemen zoals personeelstekorten, energieprijzen en netcapaciteit blijven bestaan.
Voor de komende maanden wordt vooral belangrijk of de groei breed genoeg blijft. Als meer branches aansluiten en producentenvertrouwen hoog blijft, kan het herstel steviger worden. Als de groei vooral door enkele uitschieters wordt gedragen, blijft de industrie gevoeliger voor terugval.
Sterke maand, maar nog geen zorgeloos herstel
Augustus was voor de Nederlandse industrie een sterke maand. De productie lag 12 procent hoger dan een jaar eerder, steeg ook ten opzichte van juli en bereikte het hoogste niveau ooit in de reeks van het CBS.
Dat is goed nieuws voor de economie, zeker omdat de industrie nauw verbonden is met export, innovatie en toeleveringsketens. De machine-industrie springt eruit met een zeer sterke groei en producenten kijken positiever naar de komende maanden.
Tegelijk blijft het herstel ongelijk verdeeld. Niet alle branches groeien mee en vooral de chemie blijft onder druk staan. De industrie laat dus kracht zien, maar ook verschillen.
Voorlopig is de conclusie nuchter positief. De Nederlandse industrie draait duidelijk beter dan een jaar geleden. De volgende stap is dat het herstel breder wordt en langer aanhoudt. Pas dan kan worden gesproken van een echt stevig industrieel herstel.
Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek en StatLine.