Nederlanders zijn zich meer bewust van klimaatverandering, maar de urgentie ervan wordt minder gevoeld. Vooral jongeren maken zich minder zorgen dan voorheen, ondanks het besef dat de gevolgen groot kunnen zijn. Dat blijkt uit representatief onderzoek van Ipsos I&O.
Klimaat minder vaak topprioriteit
Het onderzoeksbureau spreekt van de vijfde meting in de serie en constateert dat de bezorgdheid over het klimaat sinds 2019 niet eerder zo laag was. Vooral jongeren geven aan dat klimaatverandering een “abstract begrip” is met “nog weinig tastbare impact op hun directe omgeving”.
Ook blijkt uit het onderzoek dat 42 procent van de Nederlanders vindt dat het kabinet meer moet doen tegen klimaatverandering. Twee jaar geleden was dat nog 47 procent. Onder jongeren tussen de 18 en 24 jaar daalde dit percentage van 61 naar 54 procent. Bij 25- tot 34-jarigen zakte het van 54 naar 48 procent.
Dagelijkse zorgen zwaarder dan klimaat
Ipsos I&O stelt dat jongeren zich vooral bezighouden met opleiding, werk en rondkomen. Lokale thema’s als wonen en migratie staan dichter bij hun belevingswereld. Ze zien daarnaast veel nieuws over andere mondiale thema’s zoals Donald Trump en de oorlogen in Oekraïne en Gaza.
Gevoel van onmacht
Volgens onderzoeker Maartje van Will: “Ze zien best dat het probleem bestaat, maar ze voelen zich op allerlei manieren tegengehouden om er iets aan te doen.” Ook zegt ze: “Ze beschrijven dat ze vastzitten in een systeem en dat ze daar geen oplossing voor zien. En ze zeggen ook: als bedrijven en landen geen maatregelen treffen, is mijn eigen inzet ook zinloos.”
Een aanzienlijk deel van de jongeren ervaart moeite om af te wijken van consumptietrends. Ze zijn kritisch over overconsumptie in relatie tot het klimaat, maar vinden het lastig om zich eraan te onttrekken. Ook speelt geld een rol: drie op de tien Nederlanders zeggen het zich niet te kunnen veroorloven om duurzamer te leven.
Somber toekomstbeeld overheerst
De omvang van de klimaatproblematiek werkt verlammend, zeker bij jongeren. Zij weten vaak niet waar te beginnen. 59 procent van de 18- tot 24-jarigen ziet de toekomst somber in, tegenover 51 procent van alle Nederlanders. Onder 25- tot 34-jarigen is dit zelfs 63 procent.
Opvallende verschuivingen onder kiezers
Hoewel het onderzoek werd uitgevoerd vóór de val van het kabinet, kunnen de bevindingen relevant zijn voor politieke partijen die aan hun verkiezingsprogramma’s werken. Van Will zegt daarover: “Als je kijkt naar deze resultaten zie je ook dat jongeren heel duidelijk laten weten dat ze de overheid nodig hebben om verandering te brengen.”
Uitgesplitst naar politieke voorkeuren blijkt dat vooral stemmers op GroenLinks-PvdA en de Partij voor de Dieren meer overheidsmaatregelen willen. Van Will merkt op: “Specifiek voor de VVD-stemmers zie je dat de groep die vindt dat het kabinet meer moet doen groter is dan in 2023. Dat zegt misschien ook wel wat over het pad dat de VVD zou kunnen kiezen bij de verkiezingen.”
Meer bewustzijn van eigen gedrag
Volgens Ipsos I&O beseffen steeds meer Nederlanders dat hun eigen gedrag invloed heeft op het klimaat. Slechts 20 procent van de jongeren denkt nog dat het niet uitmaakt wat zij doen of laten, terwijl dit twee jaar geleden nog bijna het dubbele was. Jongeren weten vaker dan gemiddeld dat vleesproductie schadelijk is voor het klimaat (60 procent tegenover 41 procent van alle Nederlanders), en kunnen vaker duurzame keuzes benoemen zoals minder vliegen, minder kleding kopen en beter isoleren van woningen.
Bron: NOS