donderdag, april 23, 2026
13.3 C
Groningen

Driekwart Nederlanders verwacht banenverlies door AI

Dat kunstmatige intelligentie steeds vaker wordt ingezet op de werkvloer, is voor veel mensen geen abstract toekomstverhaal meer. Teksten worden automatisch gegenereerd, planningen worden met één druk op de knop gemaakt en analyses kosten nog maar een fractie van de tijd. Die zichtbare veranderingen zorgen voor een duidelijke verwachting onder Nederlanders: banen gaan verdwijnen.

Uit recent onderzoek blijkt dat ongeveer driekwart van de volwassenen denkt dat door AI bepaalde beroepen zullen verdwijnen. Die overtuiging is breed gedragen en beperkt zich niet tot één sector of opleidingsniveau. Het idee dat technologie structureel invloed krijgt op werk, lijkt inmiddels gemeengoed.

Bijna helft werkenden ziet eigen werk deels overgenomen worden

Onder mensen met betaald werk denkt bijna de helft dat kunstmatige intelligentie hun werk gedeeltelijk kan uitvoeren. Een kleinere groep verwacht zelfs dat hun functie volledig door technologie kan worden overgenomen.

Dat betekent niet automatisch dat deze werknemers hun baan als verloren beschouwen. Veel respondenten lijken eerder te denken aan verschuivende taken dan aan het volledig verdwijnen van hun functie. Administratieve controles, standaardrapportages of eenvoudige analyses kunnen bijvoorbeeld worden geautomatiseerd, terwijl complexere beslissingen of persoonlijk contact bij mensen blijven liggen.

Opvallend is dat werknemers die zelf al met AI werken vaker aangeven dat hun werk geraakt kan worden. Wie ziet hoe snel systemen teksten schrijven of gegevens verwerken, krijgt een concreet beeld van wat mogelijk is. Die ervaring maakt de discussie minder theoretisch.

Zorgen over kennis en vaardigheden

Naast de verwachting van banenverlies leeft er nog een andere zorg. Een meerderheid van de volwassenen denkt dat AI kan leiden tot het verlies van kennis en vaardigheden. Wanneer systemen structureel taken overnemen, oefenen mensen die vaardigheden minder.

Dat roept vragen op over vakmanschap en inhoud van werk. Als berekeningen, tekstcorrecties of data-analyses standaard door software worden uitgevoerd, verandert de rol van de werknemer. Werk wordt minder uitvoerend en meer controlerend. Voor sommigen voelt dat als vooruitgang, voor anderen als verschraling.

Het debat gaat daarom niet alleen over werkgelegenheid, maar ook over de kwaliteit van arbeid. Wat blijft er over van expertise als een deel van het denkwerk wordt uitbesteed aan algoritmes?

Tegelijkertijd erkenning van voordelen

De cijfers laten ook zien dat veel Nederlanders voordelen zien. Meer dan de helft verwacht dat AI de productiviteit verhoogt. Werk kan sneller worden uitgevoerd en processen kunnen efficiënter worden ingericht.

In sectoren waar personeelstekorten aanhouden, wordt technologie soms gezien als praktische oplossing. Als repetitieve taken minder tijd kosten, ontstaat ruimte voor werkzaamheden waarbij menselijke interactie of creativiteit belangrijker is.

Die dubbele houding is kenmerkend. Mensen zien de risico’s, maar erkennen ook dat innovatie economische voordelen kan hebben.

Jongeren en hoger opgeleiden zien meer impact

Jongeren geven relatief vaak aan dat AI hun werk kan overnemen. Toch lijken zij daar niet automatisch meer zorgen over te hebben dan oudere werknemers. Mogelijk speelt mee dat jongere generaties gewend zijn aan snelle technologische veranderingen en minder uitgaan van een vast carrièrepad.

Ook hoger opgeleiden verwachten vaker dat hun werk deels door AI kan worden uitgevoerd. Veel toepassingen richten zich op kennisintensieve taken zoals analyse, rapportage en communicatie. Daarmee verschuift automatisering steeds meer naar functies die voorheen als veilig werden beschouwd.

Dat betekent echter niet dat andere groepen buiten beeld blijven. De technologische ontwikkeling raakt vrijwel alle sectoren, al verschilt de impact per beroep.

Arbeidsmarkt in overgangsfase

De uitkomsten schetsen geen beeld van paniek, maar wel van realisme. Nederlanders houden er rekening mee dat werk verandert. Niet iedereen verwacht massaal banenverlies, maar vrijwel niemand gaat ervan uit dat alles bij het oude blijft.

Historisch gezien leidde technologische vooruitgang vaak tot nieuwe beroepen naast het verdwijnen van oude functies. De onzekerheid zit vooral in het tempo waarmee AI zich ontwikkelt. Hoe sneller systemen complex werk kunnen uitvoeren, hoe groter de druk op aanpassing.

Scholing en bijscholing worden daarom steeds belangrijker. Wie zich ontwikkelt in vaardigheden die minder eenvoudig te automatiseren zijn, vergroot de kans om mee te bewegen met de verandering.

Wat duidelijk is, is dat kunstmatige intelligentie het gesprek over werk fundamenteel heeft verschoven. Niet langer gaat het alleen over efficiëntie, maar over de vraag welke rol mensen in de toekomst nog spelen binnen organisaties.

Of AI uiteindelijk vooral banen kost of juist nieuwe kansen creëert, zal afhangen van hoe bedrijven, werknemers en beleidsmakers hiermee omgaan. Voor nu overheerst een gemengd beeld: bezorgdheid over verlies, gecombineerd met de erkenning dat technologische vooruitgang niet te stoppen is.

Bronnen; CBS, NOS

Recente publicaties

Stroomnet gaat voor het eerst helemaal op slot: wat zijn de gevolgen?

Het volle stroomnet was de afgelopen jaren vooral een...

Grote zorgen over persoonlijke financiën door oorlog in Midden-Oosten

De oorlog in het Midden-Oosten speelt zich ver van...

Arbeidsproductiviteit Nederlandse economie stijgt fors in 2025

De Nederlandse economie groeide in 2025 met 1,8 procent....

De kracht van het noorden en ondernemerschap

In Familiehotel Paterswolde vond een tafelgesprek plaats met zeven...

Van baan wisselen in 2026 kan pensioencompensatie kosten

Van baan veranderen voelt vaak als een stap vooruit....

Gerelateerde artikelen