Van baan veranderen voelt vaak als een stap vooruit. Een nieuwe functie, een beter salaris of simpelweg een andere omgeving kan op het juiste moment precies zijn wat iemand zoekt. Maar in 2026 zit er voor veel werknemers een financieel risico aan zo’n overstap waar lang niet iedereen meteen aan denkt. Door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel kunnen sommige mensen bij een baanwissel duizenden euro’s aan compensatie mislopen. In bepaalde gevallen loopt dat verschil zelfs op tot tienduizenden euro’s.
Dat risico ontstaat niet omdat pensioenfondsen plotseling minder uitkeren, maar omdat Nederland midden in een overgangsfase zit. Een deel van de fondsen is al over op het nieuwe pensioenstelsel, terwijl andere fondsen later volgen, uiterlijk op 1 januari 2028. Volgens de NOS zijn inmiddels dertig fondsen overgestapt, goed voor ruim de helft van alle werkenden en gepensioneerden die deelnemen in een pensioenfonds. Juist doordat niet iedereen tegelijk overgaat, kunnen er scheve situaties ontstaan voor werknemers die dit jaar van sector of werkgever wisselen.
Waarom juist midden in een loopbaan compensatie nodig is
Om te begrijpen waar het risico zit, moet je terug naar de oude manier van pensioen opbouwen. In dat systeem betaalden jongere werknemers relatief meer mee aan de opbouw van oudere generaties. Dat werkte zolang iedere nieuwe generatie op haar beurt weer profiteerde van jongere werknemers onder zich. Maar die systematiek verdwijnt nu. Daardoor kunnen vooral mensen midden in hun loopbaan nadeel ondervinden: zij hebben jarenlang meebetaald aan het oude systeem, maar krijgen niet automatisch dezelfde steun terug van jongere generaties in het nieuwe stelsel. Daarom is voor een deel van hen compensatie afgesproken.
Hoe hoog die compensatie uitvalt, verschilt per pensioenfonds, omdat werkgevers en werknemers daar per fonds eigen afspraken over maken. Op verzoek van de NOS maakte pensioenadviseur Aon indicatieve berekeningen. Daaruit blijkt dat het om serieuze bedragen kan gaan. Voor een werknemer van 40 jaar met een modaal inkomen gaat het ruwweg om 7.000 tot 11.000 euro. Voor een 50-jarige met een modaal inkomen loopt dat op naar ongeveer 12.000 tot 23.000 euro. Bij hogere inkomens kunnen de bedragen nog veel verder oplopen. Voor een 50-jarige met een jaarinkomen van 72.000 euro noemt de berekening zelfs een bandbreedte van 22.000 tot 41.000 euro.
Het probleem zit in het woord ‘actief’
De grootste valkuil zit in een detail dat voor veel werknemers helemaal geen detail voelt: compensatie geldt meestal alleen voor deelnemers die actief pensioen opbouwen op het moment dat hun pensioenfonds overstapt naar het nieuwe stelsel. Wie wel pensioen heeft staan bij een fonds, maar daar geen nieuwe opbouw meer doet, wordt een zogenoemde slaper. En juist die groep krijgt die compensatie doorgaans niet meer mee vanuit het oude fonds.
Dat maakt een baanwissel in 2026 extra gevoelig. Iemand kan bij het oude fonds te vroeg stoppen met opbouwen en daardoor de compensatie daar mislopen, terwijl het nieuwe fonds misschien al eerder is overgestapt en de compensatie daar dus ook al achter de rug is. Dan ontstaat er precies het gat waar nu voor wordt gewaarschuwd. De NOS noemt als voorbeeld een ambtenaar die pensioen opbouwt bij ABP, dat pas per 2027 overgaat, en in 2026 overstapt naar de zorg, waar PFZW al wel over is. In zo’n situatie kan die werknemer aan beide kanten naast de compensatie grijpen.
Dat voorbeeld is niet klein of theoretisch. Alleen al ABP heeft ruim 3 miljoen deelnemers, van wie 1,3 miljoen nog actief werken en maandelijks premie inleggen. Voor juist die grote groep kan een overstap in 2026 dus meer betekenen dan alleen een nieuw arbeidscontract. Het kan ook invloed hebben op het pensioen dat later maandelijks wordt uitgekeerd. Volgens de NOS kan dat verschil in sommige voorbeeldsituaties oplopen tot ongeveer 170 euro bruto per maand na pensionering, nog los van het effect van beleggingsrendement over de jaren heen.
Veel mensen weten niet wanneer ze ‘slaper’ worden
De gevoeligheid van dit onderwerp zit ook in de timing. Bij een baanwissel denken mensen meestal aan salaris, proeftijd, leaseauto, reistijd of aantal vrije dagen. Pensioen zakt in de praktijk al snel naar de achtergrond. Dat is precies waar de AFM zich zorgen over maakt. De toezichthouder waarschuwde eerder al dat deelnemers die van baan wisselen, zzp’er worden of minder gaan werken onbedoeld minder compensatie kunnen ontvangen als zij niet goed begrijpen wat hun status is rond het moment van invaren. De AFM vindt daarom dat pensioenuitvoerders veel eerder en concreter moeten uitleggen wie wel en wie niet in aanmerking komt.
Dat is niet overdreven. In Nederland zijn er volgens de NOS ongeveer 8,5 miljoen pensioen-slapers, al zitten daar veel dubbeltellingen tussen omdat mensen vaak bij meerdere fondsen pensioen hebben opgebouwd. Voor veel van hen is dat geen probleem, omdat zij elders nog actief pensioen opbouwen en daar later alsnog compensatie kunnen krijgen. Maar voor werknemers die juist in dit overgangsjaar van fonds wisselen, ligt dat ineens anders. Dan kan een technisch pensioentermpje als ‘slaper’ grote financiële gevolgen krijgen.
Niet iedere overstap is per definitie onverstandig
Dat betekent overigens niet dat niemand in 2026 meer verstandig van baan kan wisselen. Wel betekent het dat werknemers vóór een overstap beter moeten uitzoeken wat hun oude en nieuwe pensioenfonds doen, wanneer het fonds overgaat en welke compensatieregels daar precies gelden. Pensioenfondsen gaan daar namelijk niet allemaal hetzelfde mee om. ABP schrijft bijvoorbeeld expliciet dat compensatie alleen geldt voor wie op 31 december 2026 nog pensioen opbouwt bij het fonds. Tegelijk vermeldt ABP ook dat vrijwillige voortzetting onder voorwaarden mogelijk is. Wie daarvoor kiest en de opbouw op eigen kosten doorzet, kan het recht op compensatie in sommige gevallen behouden.
Dat maakt het onderwerp meteen minder zwart-wit. Het is niet alleen de vraag óf iemand van baan wisselt, maar ook hoe die overstap eruitziet. Is er meteen een nieuwe baan met pensioenopbouw? Zit die bij een fonds dat nog moet overstappen of juist al over is? Is vrijwillige voortzetting mogelijk? En wat kost dat dan weer? Juist omdat die antwoorden per fonds verschillen, is een snelle vuistregel hier vaak niet genoeg. Wat voor de ene werknemer een beperkt effect heeft, kan voor een ander juist een stevig pensioengat opleveren.
Pensioen wordt ineens een onderwerp voor vóór het tekenen
De waarschuwing rond baanwissels in 2026 laat vooral zien hoe ingewikkeld de pensioentransitie in de praktijk kan uitpakken. Op papier gaat het om compensatie voor het verdwijnen van een oud systeem. In het echte leven gaat het om mensen die misschien zonder het te weten geld laten liggen dat later bedoeld was als aanvulling op hun pensioen. Daardoor is pensioen dit jaar niet alleen iets voor later, maar ook iets om mee te nemen vóór het zetten van een handtekening onder een nieuw contract.
Wie dit jaar een carrièreswitch overweegt, doet er dus goed aan niet alleen te kijken naar wat een nieuwe baan vandaag oplevert, maar ook naar wat er morgen mogelijk wegvalt. Zeker voor werknemers midden in hun loopbaan kan dat verschil groter zijn dan vooraf gedacht. En juist omdat de bedragen zo kunnen oplopen, is dit een van die zeldzame momenten waarop een pensioencheck geen formaliteit is, maar gewoon verstandig huiswerk.
Bronnen: NOS, AFM, ABP.