zondag, april 26, 2026
12.6 C
Groningen

Rabobank: groei stagneert door Iran-conflict, alle sectoren voelen het

De Nederlandse economie komt door de escalatie rond Iran in rustiger vaarwater terecht. Niet omdat bedrijven ineens minder kunnen, maar omdat onzekerheid en hogere kosten een rem zetten op besluiten die normaal gesproken groei leveren. Minder investeren, minder uitbreiden, voorzichtigere inkoop, uitstel van grote aankopen. Volgens Rabobank stagneert de economische groei daardoor in alle sectoren.

Het patroon is herkenbaar bij geopolitieke schokken: de eerste pijn zit in energie en transport, maar de echte rem ontstaat wanneer bedrijven en consumenten tegelijk op de rem trappen. Dat is precies wat economen nu zien gebeuren. Een hogere olieprijs werkt snel door in brandstof en logistiek. Tegelijk groeit de onzekerheid over hoe lang de verstoring aanhoudt en hoe snel de inflatie weer kan oplopen. Dat maakt ondernemers voorzichtig, juist op momenten dat ze normaal vooruit zouden plannen.

Van oorlog naar winkelmandje

De route van een conflict naar de Nederlandse economie loopt zelden via één duidelijke lijn. Het is eerder een optelsom van kleine verschuivingen die samen groot worden. Stijgende olieprijzen maken transport duurder. Dat tikt door in de keten, van grondstoffen tot distributie en bezorging. Bedrijven proberen kosten door te berekenen, maar niet iedereen kan dat. Wie het niet kan, ziet marges onder druk komen. Wie het wel kan, duwt prijzen omhoog en dat raakt koopkracht.

Daar komt het effect op vertrouwen bovenop. Als het nieuws dagenlang gaat over spanningen, blokkades, aanvallen en het risico op verdere escalatie, worden bedrijven en huishoudens terughoudender. Niet altijd bewust, soms heel praktisch. Een uitbreiding wordt een kwartaal doorgeschoven. Een nieuwe machine komt toch nog niet. Een verbouwing wacht tot er meer rust is. Dat soort uitstel is op macroniveau precies het verschil tussen groei en stilstand.

Waarom alle sectoren worden geraakt

Rabobank spreekt nadrukkelijk over stagnatie in alle sectoren, omdat het conflict meerdere onderdelen van de economie tegelijk raakt. Energieprijzen drukken op vrijwel iedere bedrijfstak. In de industrie gaat het om directe energiekosten en om vraaguitval als klanten internationaal afwachtender worden. In de bouw en installatie spelen materiaalprijzen, transport en planning. In de handel gaat het om inkoopkosten en consumentengedrag. In diensten draait het vaker om vertrouwen: als bedrijven minder investeren en huishoudens minder besteden, volgt de dienstensector vanzelf.

Zelfs sectoren die minder energie-intensief zijn, voelen de rem via de vraagkant. Economie is ook psychologie. Als onzekerheid stijgt, neemt de bereidheid om risico te nemen af. En precies die bereidheid maakt in normale tijden groei mogelijk.

Stagflatie-angst in de achtergrond

De term die rond dit soort schokken snel terugkomt, is stagflatie: lage groei gecombineerd met hoge inflatie. Niemand wil dat hardop als basisscenario neerzetten, maar de ingrediënten zijn in elk geval zichtbaar. Olie boven de 100 dollar per vat is een psychologische grens. En als energie langdurig duur blijft, kan inflatie langer hoog blijven dan waar centrale banken comfortabel mee zijn.

Dat raakt Nederland op een gevoelig moment. Veel huishoudens hebben de afgelopen jaren ervaren hoe snel prijzen kunnen oplopen en hoe langzaam dat gevoel weer verdwijnt. Ook bedrijven zijn al jaren bezig met kostenstijgingen, loondruk en het herstellen van marges. Een nieuwe energieprijsschok komt dan niet op een leeg vel papier, maar bovenop een economie die al langer gevoelig is voor prijsbewegingen.

Centrale banken kijken mee

De hypotheekrente en financieringskosten van bedrijven zijn geen losse verhalen. Ze hangen samen met de kapitaalmarktrente, en die reageert weer op inflatieverwachtingen en op het beleid van centrale banken. Als markten denken dat inflatie opnieuw oploopt, verschuift ook de verwachting over renteverlagingen. Die kunnen worden uitgesteld, of minder snel komen dan eerder gedacht.

Voor ondernemingen is dat relevant, omdat investeringen vaak leunen op voorspelbare financiering. Voor de woningmarkt geldt hetzelfde. Een rente die langer hoger blijft, beperkt de leencapaciteit en drukt de ruimte om te bieden. De Nederlandse woningmarkt blijft door krapte vaak veerkrachtig, maar duurdere financiering voelt iedere starter direct.

De Rabobank-scenario’s: van kort naar hardnekkig

Rabobank rekent met scenario’s waarin de duur van de verstoring bepalend is. Een kortdurende schok geeft tijdelijke prijsdruk, maar als energieaanvoer langdurig verstoord blijft, verandert het karakter. Dan wordt de energieprijs niet alleen een piek, maar een nieuw niveau. En juist dat is het punt waarop de economie breder afremt. Bedrijven gaan niet alleen kosten doorberekenen, ze passen plannen aan. Huishoudens gaan niet alleen minder tanken, ze stellen uitgaven uit.

In die wereld wordt “stagnatie in alle sectoren” logisch. Niet omdat iedere sector even hard daalt, maar omdat overal dezelfde reflex ontstaat: afwachten en uitstellen.

Wat merken ondernemers als eerste

In de praktijk zie je dit eerst bij bedrijven die afhankelijk zijn van vervoer, materialen en energie. Transporteurs en logistiek voelen brandstofkosten. Productiebedrijven zien inkoopprijzen en energie stijgen. Handelaren merken dat klanten voorzichtiger worden met grote bestellingen. Zakelijke dienstverlening merkt het als projecten worden uitgesteld.

Maar ook personeel speelt een rol. Als marges onder druk staan en orders minder zeker zijn, worden vaste uitbreidingen lastiger. Dat betekent niet meteen ontslag, maar wel meer terughoudendheid bij aanname, investeringen in groei en nieuwe initiatieven.

Wat dit betekent voor de rest van 2026

De kernvraag is hoe lang de onzekerheid duurt en hoe hard energieprijzen zich vastzetten. Als de situatie stabiliseert en markten kalmeren, kan het effect op groei beperkt blijven tot een dip. Als de verstoring aanhoudt, wordt het een bredere economische rem.

Het opvallende aan deze fase is dat er geen “veilige” sector is. De een krijgt het via kosten, de ander via vraag, de derde via financiering. Dat is precies waarom Rabobank spreekt van stagnatie over de hele breedte.

Voor ondernemers en huishoudens betekent dat vooral: het economische verhaal van 2026 wordt minder een groeiverhaal en meer een verhaal van beheersen, keuzes maken en buffers op orde houden. Niet uit paniek, maar omdat de omgeving sneller verandert dan plannen kunnen bijhouden.

Bronnen: NOS, Rabobank, Reuters, Financial Times, The Guardian, Accountant.nl, Europese Centrale Bank

Recente publicaties

Stroomnet gaat voor het eerst helemaal op slot: wat zijn de gevolgen?

Het volle stroomnet was de afgelopen jaren vooral een...

Grote zorgen over persoonlijke financiën door oorlog in Midden-Oosten

De oorlog in het Midden-Oosten speelt zich ver van...

Arbeidsproductiviteit Nederlandse economie stijgt fors in 2025

De Nederlandse economie groeide in 2025 met 1,8 procent....

De kracht van het noorden en ondernemerschap

In Familiehotel Paterswolde vond een tafelgesprek plaats met zeven...

Van baan wisselen in 2026 kan pensioencompensatie kosten

Van baan veranderen voelt vaak als een stap vooruit....

Gerelateerde artikelen