De woningbouw kan in 2027 uitkomen op ongeveer 100.000 nieuwe woningen. Dat zou voor het eerst sinds 1990 zijn. Onderzoeksbureau ABF Research verwacht dat de productie de komende twee jaar aantrekt, vooral doordat er sinds eind 2023 meer bouwvergunningen zijn afgegeven.
Voor woningzoekenden klinkt dat als goed nieuws. Het woningtekort blijft groot en de afgelopen jaren lukte het niet om de landelijke ambitie van 100.000 woningen per jaar te halen. De nieuwe prognose laat zien dat de bouwproductie mogelijk eindelijk dichter bij dat doel komt.
Toch is het geen garantie. De verwachting gaat ervan uit dat knelpunten zoals stikstof, netcongestie, lange procedures en lokale beperkingen de bouw niet te veel vertragen. Juist daar zit nog veel onzekerheid.
Meer vergunningen werken pas later door in de bouw
Dat de woningbouw mogelijk aantrekt, heeft vooral te maken met de stijging van het aantal afgegeven bouwvergunningen vanaf oktober 2023. Tussen een vergunning en een opgeleverde woning zit gemiddeld ruim twee jaar. De vergunningen uit die periode beginnen daardoor nu pas zichtbaar door te werken in de cijfers.
Volgens ABF Research worden dit jaar ongeveer 91.000 woningen gerealiseerd. Voor 2027 ligt de verwachting rond de 100.000 woningen. Daarmee zou de bouwproductie duidelijk hoger liggen dan in de jaren hiervoor.
De woningbouw kent vaker periodes waarin plannen hoopvol lijken, maar later toch vertragen. Een vergunning is een belangrijke stap, maar geen garantie dat een project snel wordt gebouwd. Grondkosten, financiering, bezwaarprocedures, stikstofregels, personeelstekorten en problemen met het stroomnet kunnen alsnog roet in het eten gooien.
Woningvoorraad groeit minder hard dan het aantal opleveringen
Zelfs wanneer er in 2027 daadwerkelijk 100.000 woningen worden gebouwd, groeit de woningvoorraad niet met precies hetzelfde aantal. Jaarlijks verdwijnen ook woningen door sloop, samenvoeging of andere vormen van onttrekking.
ABF verwacht dat er volgend jaar ongeveer 10.000 woningen worden gesloopt. Per saldo groeit de woningvoorraad daardoor naar verwachting met ongeveer 90.000 woningen.
Dat verschil is belangrijk. In het maatschappelijke debat wordt vaak gesproken over het aantal nieuwbouwwoningen, maar voor het woningtekort telt vooral hoeveel woningen er uiteindelijk netto bijkomen. Wanneer er veel woningen verdwijnen, is meer bouw nodig om dezelfde groei van de voorraad te bereiken.
Woningtekort daalt, maar blijft groot
Het woningtekort wordt dit jaar geschat op 384.000 woningen. Dat is iets lager dan in 2025, toen het tekort nog op 396.000 woningen lag. In 2024 ging het om 401.000 woningen.
De daling is positief, maar de omvang laat zien hoe groot de opgave nog altijd is. Een tekort van 384.000 woningen betekent dat veel mensen geen woning kunnen vinden die past bij hun inkomen, gezinssituatie of woonwensen. Het gaat om starters die geen koopwoning kunnen betalen, huishoudens die vastzitten in een te kleine woning, mensen die na een scheiding snel woonruimte nodig hebben en ouderen die willen doorstromen naar een passende woning.
De bouw van meer woningen helpt, maar het tekort verdwijnt niet vanzelf met één sterk jaar. De vraag naar woningen blijft hoog en ook het aantal huishoudens groeit nog steeds.
Minister spreekt van belangrijke mijlpaal
De prognose is opgesteld in opdracht van de overheid. Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting noemt het vooruitzicht van 100.000 woningen in 2027 een belangrijke stap voor woningzoekenden.
“Dat zou voor het eerst sinds 1990 zijn. Een belangrijke mijlpaal en goed nieuws voor alle woningzoekenden”, zegt zij in reactie op de prognose.
De ambitie van 100.000 woningen per jaar bestaat al langere tijd, maar werd tot nu toe niet gehaald. In 2024 kwamen er ongeveer 82.000 woningen bij. De jaren daarna bleven de verwachtingen wisselend, mede door hogere rente, stijgende bouwkosten en onzekerheid bij ontwikkelaars.
De nieuwe cijfers wijzen erop dat de dip mogelijk achter de rug is. Maar juist omdat woningbouwprojecten jaren voorbereiding vragen, blijft het lastig om snel bij te sturen wanneer plannen vastlopen.
Netcongestie blijft een risico voor nieuwe woningen
Een van de grootste praktische obstakels is het overvolle stroomnet. Nieuwe woonwijken hebben elektriciteitsaansluitingen nodig voor woningen, laadpalen, warmtepompen, verlichting en voorzieningen. In steeds meer gebieden is die capaciteit niet vanzelfsprekend beschikbaar.
Netbeheerders werken aan uitbreiding van kabels, transformatorstations en onderstations. Toch kost dat tijd. Wanneer de energie-infrastructuur niet op tijd wordt aangelegd, kunnen woningbouwprojecten vertraging oplopen.
Dit speelt niet alleen bij grote nieuwbouwwijken. Ook kleinere projecten, woningtransformaties en optoppen kunnen tegen problemen aanlopen wanneer een zwaardere aansluiting nodig is. Daardoor is woningbouw steeds sterker verbonden geraakt met de vraag of het elektriciteitsnet op tijd kan meegroeien.
Stikstof en lokale regels blijven bouwplannen raken
Ook stikstof blijft een onzeker factor. Bouwprojecten kunnen vertraging oplopen wanneer de gevolgen voor natuurgebieden onvoldoende duidelijk zijn of wanneer vergunningen worden aangevochten. Dat geldt vooral bij grotere projecten en locaties in de buurt van kwetsbare natuur.
Daarnaast noemt ABF Research ook beperkingen door geitenhouderijen en zogenoemde gifspuitzones. Rond geitenhouderijen gelden in sommige gemeenten afstandsregels vanwege zorgen over gezondheid. Gifspuitzones spelen vooral bij woningbouw in de buurt van landbouwgrond waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.
Dit soort regels maakt woningbouw niet onmogelijk, maar kan ervoor zorgen dat plannen moeten worden aangepast, vertraagd of op een andere locatie moeten worden gerealiseerd. Bij een woningmarkt met grote tekorten telt iedere vertraging mee.
Niet alleen nieuwbouw is nodig
De woningbouwopgave draait niet uitsluitend om grote nieuwbouwwijken aan de rand van steden. Ook transformatie van kantoren, het splitsen van woningen, optoppen op bestaande gebouwen en het ombouwen van leegstaand vastgoed kunnen woningen toevoegen.
Juist binnen bestaande steden is ruimte vaak schaars. Tegelijk liggen daar veel voorzieningen, openbaar vervoer en werkgelegenheid. Daardoor is binnenstedelijke bouw aantrekkelijk, maar meestal ook ingewikkelder. Grond is duurder, omwonenden kunnen bezwaar maken en er moet rekening worden gehouden met verkeer, groen, parkeren en energievoorziening.
De komende jaren zal daarom niet alleen worden gekeken naar hoeveel woningen worden gebouwd, maar ook naar welk type woningen erbij komt. Starters hebben andere woonbehoeften dan gezinnen, ouderen of mensen die zorg nodig hebben. Alleen bouwen in aantallen is niet genoeg wanneer de woningen niet passen bij de vraag.
Vergunningen dalen recent alweer
In de prognose zit ook een waarschuwing voor de jaren na 2027. ABF verwacht dat de woningbouw daarna weer onder de grens van 100.000 woningen kan zakken, omdat het aantal nieuwe bouwvergunningen de laatste tijd opnieuw is afgenomen.
Dat laat zien hoe kwetsbaar de woningbouwproductie blijft. De sterke vergunningverlening vanaf eind 2023 werkt nu nog positief door, maar als er daarna minder projecten worden vergund, ontstaat later opnieuw een dip.
Woningbouw werkt daardoor vertraagd. Problemen die nu ontstaan bij vergunningen, financiering of grondposities zijn vaak pas over enkele jaren zichtbaar in de oplevercijfers. Om langdurig rond de 100.000 woningen per jaar te bouwen, zijn dus niet alleen genoeg projecten voor 2027 nodig, maar ook voldoende plannen voor de jaren daarna.
De opgave blijft groter dan één goed jaar
De verwachting van 100.000 woningen in 2027 is hoopgevend, zeker na jaren waarin de doelstelling buiten bereik leek. Toch blijft de woningmarkt krap. De voorraad groeit netto minder hard door sloop en het tekort loopt nog steeds in de honderdduizenden.
De komende tijd wordt vooral bepalend of projecten daadwerkelijk van vergunning naar bouwplaats gaan. Daarvoor zijn voldoende bouwers, betaalbare financiering, ruimte op het stroomnet en voorspelbare regels nodig.
Een sterk bouwjaar kan de druk op de woningmarkt verlichten. Maar pas wanneer de productie meerdere jaren hoog blijft, ontstaat er ruimte voor starters, huurders, doorstromers en gezinnen die nu nog wachten op een passende woning.
Bronnen: NOS en ABF Research.