De prijzen van bestaande koopwoningen zijn in april opnieuw hoger uitgekomen dan een jaar eerder, maar het tempo van die stijging vlakt wel verder af. Volgens het CBS en het Kadaster lagen koopwoningen in april gemiddeld 4,3 procent hoger in prijs dan in dezelfde maand van 2025. In maart stond die jaar-op-jaarstijging nog op 5 procent. Daarmee zet de afkoeling van de prijsstijging door, zonder dat er al sprake is van een daling op de woningmarkt.
Dat maakt deze nieuwe cijfers interessant, juist omdat ze twee bewegingen tegelijk laten zien. Aan de ene kant blijven huizen duurder worden. Aan de andere kant is de vaart waarmee dat gebeurt minder groot dan vorig jaar. Wie naar de reeks van het CBS kijkt, ziet dat de prijsstijging in 2025 nog begon met percentages van boven de 10 procent, terwijl dat tempo in de loop van het jaar steeds verder terugliep. In januari 2026 kwam de stijging uit op 5,4 procent, in februari opnieuw op 5,4 procent, in maart op 5 procent en in april dus op 4,3 procent.
Huizenprijzen in april bleven gelijk ten opzichte van maart
Op maandbasis was er in april geen verdere stijging. Vergeleken met maart bleven de prijzen van bestaande koopwoningen gelijk. Dat is een opvallend verschil met het beeld op jaarbasis, waar nog altijd sprake is van een plus. De woningmarkt beweegt dus nog steeds omhoog als je een jaar terugkijkt, maar binnen de laatste maanden lijkt de rust wat groter te worden.
Die stabiliteit van maand op maand betekent niet dat de woningmarkt weer terug is op het niveau van een paar jaar geleden. Integendeel. Volgens het CBS lagen de prijzen in april gemiddeld 15,8 procent hoger dan bij de vorige piek in juli 2022. De prijsindex bereikte toen een top, zakte daarna een tijd weg en begon vanaf juni 2023 weer op te lopen. Sindsdien is de trend opnieuw stijgend, al is het ritme van die stijging inmiddels minder scherp dan in 2024 en begin 2025.
Afvlakking betekent nog geen ontspannen woningmarkt
De ontwikkeling van de huizenprijzen in april laat vooral zien dat de markt minder hard oploopt, niet dat de spanning verdwenen is. Een jaar-op-jaarstijging van 4,3 procent is nog altijd stevig. Voor kopers blijft dat merkbaar, zeker in een markt waar de financieringsruimte niet automatisch even snel meegroeit. Dat de prijzen in april niet verder stegen ten opzichte van maart, zal voor woningzoekers eerder voelen als een korte adempauze dan als een echte omslag. Die duiding volgt uit de cijfers van CBS en Kadaster, ook al trekken zij die conclusie zelf niet letterlijk.
Juist daarom is de afvlakking van de prijsontwikkeling een belangrijker signaal dan een losse maandstand. In 2024 lag de prijsstijging van koopwoningen in veel maanden nog boven de 10 procent. In april 2024 kwam die zelfs uit op 7,5 procent, waarna de stijging later in het jaar verder opliep tot dubbele cijfers. Vergeleken met dat beeld oogt april 2026 duidelijk gematigder. De markt stijgt nog, maar niet meer in hetzelfde tempo als eerder.
Meer woningtransacties in april 2026
Naast de prijsontwikkeling laat de nieuwste update ook zien dat er meer woningen zijn verkocht. Het Kadaster registreerde in april 19.454 woningtransacties. Dat is bijna 3 procent meer dan een jaar eerder. Over de eerste vier maanden van 2026 samen zijn 75.403 woningen verkocht, ruim 7 procent meer dan in dezelfde periode van 2025.
Dat is een relevant detail, omdat een woningmarkt niet alleen draait om prijzen, maar ook om hoeveel huizen daadwerkelijk van eigenaar wisselen. Meer transacties wijzen erop dat er nog altijd beweging in de markt zit. De combinatie van iets meer verkopen en een minder snelle prijsstijging past bij een markt die nog actief is, maar waarin de extreme oververhitting iets afneemt. Dat beeld is voorzichtiger dan tijdens de sterkste prijsrally’s van de afgelopen jaren, toen stijgende prijzen en beperkte keuze elkaar voortdurend versterkten.
Gemiddelde transactieprijs bestaande koopwoning bijna 486 duizend euro
In april bedroeg de gemiddelde transactieprijs van een bestaande koopwoning 486.101 euro. Dat is een bedrag dat direct opvalt, maar het CBS plaatst daar zelf een belangrijke kanttekening bij. Voor het meten van de prijsontwikkeling van bestaande koopwoningen wordt niet naar de kale transactieprijs gekeken, maar naar de prijsindex. Die index corrigeert voor kwaliteitsverschillen tussen woningen. De gemiddelde transactieprijs doet dat niet. Een maand met relatief veel grotere of duurdere woningen in de verkoop kan het gemiddelde dus omhoogtrekken, zonder dat alle woningen evenveel duurder zijn geworden.
Dat onderscheid is belangrijk, juist omdat de gemiddelde transactieprijs in het nieuws vaak sneller blijft hangen dan de prijsindex. Voor wie wil weten hoe de markt zich echt ontwikkelt, is die index betrouwbaarder. Voor wie wil weten hoeveel er feitelijk op tafel werd gelegd bij verkopen in april, zegt de gemiddelde prijs van 486.101 euro weer meer. Beide cijfers vertellen dus iets anders over dezelfde woningmarkt.
Woningmarkt blijft stijgen, maar in rustiger tempo
Per saldo schetsen de cijfers over april een woningmarkt die nog altijd duurder wordt, maar niet meer in hetzelfde tempo als een jaar geleden. De stijging van 4,3 procent op jaarbasis is duidelijk lager dan de dubbele cijfers die in 2025 nog werden genoteerd. Op maandbasis was er zelfs geen verdere stijging. Tegelijk blijven de prijzen hoog, liggen ze ruim boven de piek van juli 2022 en worden er nog steeds meer woningen verkocht dan een jaar eerder.
Voor kopers en verkopers betekent dat een markt die minder heet aanvoelt, maar nog lang niet koel is. De prijsdruk neemt af, maar is nog niet verdwenen. Huizen worden nog steeds duurder en het prijsniveau blijft hoog. April 2026 laat daarmee geen ommekeer zien, maar wel een volgende stap in een woningmarkt die nog omhoog gaat, alleen met minder haast dan voorheen.
Bron: CBS, Kadaster.