woensdag, juli 29, 2026
34.5 C
Groningen

Strengere regels zetten kleine cryptobedrijven onder druk

De Nederlandse cryptomarkt verandert snel. Waar een paar jaar geleden nog veel nieuwe aanbieders, brokers en handelsplatformen opdoken, wordt de sector nu kleiner en zakelijker. Strengere Europese regels, hogere toezichtseisen en een minder uitbundige markt zorgen ervoor dat vooral kleinere cryptobedrijven het lastig krijgen.

De druk is niet alleen zichtbaar in Nederland, maar hier komt die wel scherp naar voren. Sinds de invoering van de Europese cryptowet MiCAR moeten aanbieders van cryptoactivadiensten aan zwaardere eisen voldoen. Een registratie bij De Nederlandsche Bank is niet langer genoeg om zomaar door te gaan. Bedrijven hebben een vergunning of notificatie nodig van de Autoriteit Financiële Markten of een andere Europese toezichthouder.

Voor grote partijen kan zo’n vergunning juist een kans zijn. Zij kunnen met een Europese vergunning in meerdere landen actief worden en hebben vaak de schaal om juristen, compliance-medewerkers en toezichtexperts in te huren. Voor kleinere partijen ligt dat anders. Zij krijgen te maken met extra kosten en verplichtingen, terwijl de inkomsten uit handel en nieuwe klanten minder hard groeien dan in de hoogtijdagen van crypto.

Van snelle groei naar streng toezicht

De cryptosector groeide jarenlang op enthousiasme, koersstijgingen en de belofte van vernieuwing. Veel bedrijven verdienden aan transacties, bewaarkosten, spreads of aanvullende diensten. Hoe actiever klanten handelden, hoe beter het verdienmodel werkte.

Dat maakte de sector gevoelig voor sentiment. In periodes waarin bitcoin, ethereum en andere munten hard stegen, nam de interesse toe. Nieuwe beleggers stapten in, bestaande klanten handelden vaker en marketingcampagnes leverden snel resultaat op. In rustigere periodes viel die dynamiek terug.

Daar komt nu strengere regelgeving bovenop. MiCAR moet de cryptomarkt meer in lijn brengen met andere financiële markten. Aanbieders moeten hun bedrijfsvoering op orde hebben, duidelijke informatie geven, belangenconflicten beheersen en klanten beter beschermen. Ook marktmisbruik en misleidende communicatie krijgen meer aandacht.

Voor consumenten klinkt dat logisch. De sector kende de afgelopen jaren genoeg incidenten, van omgevallen platforms tot klanten die hun tegoeden niet meer konden opnemen. Voor bedrijven betekent het echter dat crypto minder vrij en goedkoop te organiseren is dan voorheen.

Vergunning wordt scheidslijn in de markt

Sinds eind 2024 is MiCAR gefaseerd van kracht. Voor cryptodienstverleners die al onder het oude Nederlandse regime actief waren, gold nog een overgangsperiode. Die liep in Nederland af op 30 juni 2025. Sindsdien mogen aanbieders alleen doorgaan als zij beschikken over een vergunning of notificatie.

Dat maakt de vergunning een harde scheidslijn. Bedrijven die voldoen aan de eisen kunnen verder. Partijen die dat niet lukt, moeten stoppen, hun activiteiten aanpassen of vanuit een andere Europese lidstaat werken als zij daar wel toestemming krijgen.

De AFM houdt een register bij van aanbieders die cryptoactivadiensten mogen aanbieden in Nederland. Voor consumenten wordt dat register belangrijker. Een bedrijf dat daarin staat, heeft een vergunning of notificatie van de AFM of een andere Europese toezichthouder. Staat een aanbieder er niet in, dan is voorzichtigheid nodig.

Voor kleinere cryptobedrijven is het traject zwaar. Een vergunningaanvraag vraagt om documentatie, kapitaal, governance, risicobeheer, IT-beveiliging, klachtenprocedures en duidelijke scheiding van klanttegoeden. Dat zijn zaken die voor een volwassen financiële onderneming normaal zijn, maar voor een kleine cryptospeler een flinke belasting kunnen vormen.

Kosten stijgen terwijl de markt rustiger is

De timing is voor veel bedrijven lastig. Juist nu toezicht en compliance duurder worden, is de markt minder koortsachtig dan tijdens eerdere cryptohypes. Koersen kunnen nog altijd hard bewegen, maar de brede toestroom van nieuwe particuliere beleggers is minder vanzelfsprekend.

Dat raakt vooral bedrijven die afhankelijk zijn van handelsvolume. Als klanten minder vaak kopen en verkopen, vallen commissies en spreads lager uit. Tegelijk lopen vaste kosten door. Personeel, technologie, juridische ondersteuning, beveiliging, marketing en toezicht worden niet goedkoper.

Voor grote platforms is schaal dan een voordeel. Zij kunnen kosten uitsmeren over veel klanten en transacties. Voor kleine aanbieders is dat moeilijker. Een bedrijf met een beperkte klantenbasis moet aan grotendeels dezelfde basiseisen voldoen, maar heeft minder omzet om die kosten te dragen.

Daarmee ontstaat een klassieke sanering. Niet iedere partij die in een groeimarkt kon bestaan, is sterk genoeg voor een streng gereguleerde markt met lagere marges.

Faillissement Knaken laat risico’s zien

De problemen rond het Rotterdamse cryptoplatform Knaken laten zien hoe scherp de gevolgen kunnen zijn. Het Openbaar Ministerie vroeg eind juni het faillissement aan van Knaken Cryptohandel B.V. en de gelieerde Stichting Knaken Payments. Volgens de NOS kregen klanten te maken met onzekerheid over hun tegoeden, terwijl het bedrijf niet beschikte over de noodzakelijke MiCAR-vergunning.

De zaak staat niet op zichzelf als teken van een sector waarin vergunningen, klantgelden en bedrijfsvoering steeds belangrijker worden. Voor klanten is vooral de vraag relevant of hun geld en crypto’s gescheiden en veilig worden bewaard wanneer een aanbieder in problemen komt.

Onder nieuwe regels moeten aanbieders daar duidelijker over zijn. Maar regelgeving voorkomt niet ieder risico. Ook de AFM benadrukt dat crypto’s zelf risicovol blijven en dat het toezicht niet alle gevaren uit de markt haalt. De waarde van cryptoactiva kan sterk schommelen en niet alle vormen van cryptodienstverlening vallen automatisch volledig onder toezicht.

Voor consumenten is dat een belangrijk onderscheid. Een vergunning zegt dat een aanbieder aan bepaalde eisen voldoet, maar betekent niet dat beleggen in crypto veilig of gegarandeerd winstgevend is.

Kleine spelers verdwijnen of zoeken een uitweg

De druk op kleinere cryptobedrijven kan op verschillende manieren uitpakken. Sommige ondernemingen stoppen volledig. Andere verkopen hun klantenbestand, beperken hun diensten of proberen samen te gaan met een grotere partij. Ook kunnen bedrijven ervoor kiezen om zich op een kleinere niche te richten, bijvoorbeeld advies, educatie, zakelijke dienstverlening of technologie achter de schermen.

Voor de Nederlandse markt betekent dat waarschijnlijk minder aanbieders, maar wel professionelere partijen. De tijd van tientallen kleine platforms met beperkte organisatiekracht lijkt voorbij. Crypto schuift dichter naar de reguliere financiële sector, met alle regels en kosten die daarbij horen.

Dat hoeft voor klanten niet negatief te zijn. Minder aanbieders kan overzichtelijker zijn en strengere eisen kunnen misleiding en rommelige bedrijfsvoering tegengaan. Tegelijk kan minder concurrentie ook nadelen hebben. Als vooral grote spelers overblijven, kunnen kosten voor gebruikers stijgen en wordt de markt minder divers.

Nederland kiest relatief streng spoor

Nederland stond al vóór MiCAR bekend om stevig toezicht op cryptodienstverleners. Sinds 2020 moesten aanbieders die diensten rond het wisselen en bewaren van crypto aanboden zich registreren bij DNB vanwege antiwitwasregels. DNB legde in eerdere jaren ook boetes en dwangsommen op aan partijen die zonder registratie actief waren.

Onder MiCAR is het toezicht verschoven. De AFM is de belangrijkste toezichthouder voor cryptodienstverleners, terwijl DNB een rol houdt bij prudentieel toezicht, gekwalificeerde deelnemingen en bepaalde stablecoins. Ook antiwitwas- en sanctietoezicht ligt in beginsel bij de AFM, met uitzonderingen voor banken en elektronischgeldinstellingen.

Voor bedrijven betekent dit dat zij met een toezichtomgeving te maken hebben die meer lijkt op die van financiële instellingen. Dat vraagt om professionalisering. Niet alleen de techniek achter een platform telt, maar ook bestuur, compliance, klantinformatie, kapitaalpositie en risicobeheer.

Voor start-ups kan dat wringen. Crypto begon juist deels vanuit het idee van snelheid, innovatie en weinig centrale controle. De nieuwe praktijk is bijna het tegenovergestelde: wie klanten wil bedienen, moet aantonen dat de organisatie stevig genoeg is.

Europese regels veranderen de concurrentie

MiCAR is bedoeld om binnen Europa meer duidelijkheid te geven. In theorie kan een cryptobedrijf met een vergunning in één EU-land ook in andere lidstaten actief worden. Dat Europese paspoort kan vooral aantrekkelijk zijn voor grotere spelers.

Daar zit meteen de concurrentiedruk. Nederlandse bedrijven concurreren niet alleen met elkaar, maar ook met aanbieders uit andere EU-landen. Als een groot buitenlands platform elders een vergunning krijgt en via passporting de Nederlandse markt bedient, moet een Nederlandse aanbieder daartegen opboksen.

Voor kleine Nederlandse partijen kan dat moeilijk zijn. Zij dragen de kosten van vergunningverlening en toezicht, maar concurreren met bedrijven die internationaal veel groter zijn. De markt kan daardoor verder concentreren rond enkele grote namen.

Tegelijk kan Nederland aantrekkelijk blijven voor partijen die juist waarde hechten aan stevig toezicht. Een vergunning van een betrouwbare toezichthouder kan richting klanten, banken en zakelijke partners vertrouwen geven.

Banken blijven voorzichtig met crypto

Een ander probleem voor cryptobedrijven is de relatie met banken. Veel aanbieders hebben bankrekeningen, betaalverkeer en toegang tot financiële infrastructuur nodig. Banken zijn echter voorzichtig, omdat cryptodiensten worden gezien als gevoelig voor witwassen, fraude en sanctierisico’s.

Strenger toezicht kan op termijn helpen om die relatie te verbeteren. Als cryptobedrijven aantoonbaar voldoen aan MiCAR, antiwitwasregels en operationele eisen, kunnen banken minder terughoudend worden. Maar dat proces gaat niet vanzelf.

Voor jonge of kleinere cryptobedrijven kan banktoegang een grote hindernis blijven. Zonder betrouwbare betaalrails is het moeilijk om klanten goed te bedienen. Ook dat vergroot de kans dat vooral grotere, beter georganiseerde partijen overblijven.

Consument krijgt meer bescherming, maar niet alle zekerheid

Voor consumenten is de nieuwe fase dubbel. Aan de ene kant neemt de bescherming toe. Misleidende reclame, gebrekkige informatie en onduidelijke bedrijfsvoering worden strenger aangepakt. Aanbieders moeten duidelijker uitleggen welke risico’s klanten lopen en mogen klanttegoeden niet zomaar voor eigen handel gebruiken.

Aan de andere kant blijft crypto een volatiele markt. De AFM waarschuwt dat de risico’s blijven bestaan, ook met de komst van regelgeving. Crypto’s zoals bitcoin en ethereum vallen als belegging zelf niet op dezelfde manier onder toezicht als traditionele financiële producten.

Ook De Nederlandsche Bank wijst erop dat crypto’s beperkt worden gebruikt als betaalmiddel. De meeste mensen kopen ze via tussenpersonen en houden ze aan als belegging of speculatieve positie. Dat maakt de rol van platforms belangrijk, maar verandert niets aan het koersrisico.

Voor consumenten blijft daarom gelden dat zij niet alleen moeten kijken naar rendement of gemak, maar ook naar vergunning, bewaarmodel, kosten, risico’s en betrouwbaarheid van de aanbieder.

De sector wordt volwassener, maar ook kleiner

De huidige druk op cryptobedrijven past bij een markt die volwassen wordt. In jonge sectoren kunnen veel partijen ontstaan omdat regels beperkt zijn, groei snel gaat en investeerders bereid zijn risico te nemen. Zodra toezicht, kosten en concurrentie toenemen, valt een deel van die bedrijven af.

Dat gebeurt nu in crypto. De hypefase maakt plaats voor een fase waarin schaal, compliance en vertrouwen belangrijker worden. Bedrijven die alleen konden groeien op marketing, lage kosten of snelle transacties krijgen het moeilijker. Partijen die hun organisatie op orde hebben, kunnen juist sterker uit deze periode komen.

Voor Nederland betekent dat waarschijnlijk een kleinere maar strakker gereguleerde cryptosector. De vraag is hoeveel ruimte er dan nog blijft voor nieuwe toetreders en kleinere innovatieve bedrijven.

De komende periode moet blijken of MiCAR vooral leidt tot meer vertrouwen en betere bescherming, of dat de markt zo sterk concentreert dat alleen grote platforms overblijven. Voorlopig is duidelijk dat de vrijblijvende tijd voorbij is. Crypto blijft bestaan, maar cryptobedrijf zijn wordt steeds minder makkelijk.

Bronnen: FD, AFM, DNB, NOS en Rijksoverheid.

Recente publicaties

Meer keuze op woningmarkt zorgt voor flinke stijging verkopen

De woningmarkt kwam in het tweede kwartaal duidelijk meer...

Waar ondernemers onbewust tijd en geld verliezen op kantoor

Als ondernemer let je scherp op de grote posten....

Inflatie is 3 procent, maar voelt veel hoger voor consumenten

De officiële inflatie in Nederland ligt al langere tijd...

Minder bedrijven investeren in verduurzaming in 2026

Nederlandse bedrijven investeren minder vaak in verduurzaming dan een...

Hogere hypotheekrente remt stijging van huizenprijzen af

De huizenprijzen blijven stijgen, maar het tempo gaat omlaag....

Gerelateerde artikelen