woensdag, augustus 26, 2026
16.3 C
Groningen

Gasvoorraad blijft achter, maar tekort lijkt deze winter niet waarschijnlijk

Nederland gaat de winter waarschijnlijk in met minder gevulde gasopslagen dan gewenst. De ondergrondse gasvoorraden zijn op dit moment voor ongeveer 45 procent gevuld. Dat is duidelijk lager dan vorig jaar, toen de vulgraad rond deze periode op 63 procent lag. In 2023 waren de voorraden zelfs voor 94 procent gevuld.

Toch betekent dat niet dat huishoudens of bedrijven direct bang hoeven te zijn voor een tekort. Gasunie benadrukt dat er bij een normale winter naar verwachting genoeg gas beschikbaar is. De zorgen zitten vooral bij zwaardere scenario’s: een uitzonderlijk koude winter, langdurige storingen aan pijpleidingen of problemen met lng-terminals.

Daarmee is de boodschap dubbel. Nederland lijkt niet af te stevenen op een acute gascrisis, maar de veiligheidsmarge is kleiner dan in eerdere jaren.

Opslagen worden minder snel gevuld

Normaal worden gasopslagen in de lente en zomer aangevuld, zodat er in de winter voldoende voorraad beschikbaar is. In de koude maanden daalt de voorraad weer, omdat huishoudens, bedrijven en energiecentrales dan meer gas gebruiken.

Dit jaar verloopt het vullen trager. Energiebedrijven kopen minder snel gas in om de opslag te vullen, vooral omdat de prijzen relatief hoog zijn. Gas inkopen tegen een hoge prijs en later mogelijk goedkoper moeten verkopen, is commercieel onaantrekkelijk.

Daarom is Energie Beheer Nederland in opdracht van het kabinet sinds april begonnen met het vullen van de gasopslagen. Omdat commerciële partijen minder hard meedoen, gaat dat aanvullen langzamer dan gewenst.

Het resultaat is dat Nederland waarschijnlijk niet het niveau haalt dat als wenselijk wordt gezien voor een zeer strenge winter.

Vuldoel is gebaseerd op een streng scenario

Het gewenste vulniveau is niet zomaar gekozen. Het is gebaseerd op de hoeveelheid gas die nodig kan zijn in een van de strengste winters van de afgelopen dertig jaar. Dat is dus een stevig veiligheidsscenario, niet het gemiddelde winterverbruik.

Bij een normale winter hoeft de lagere voorraad daarom niet meteen een probleem te zijn. De vraag naar gas blijft dan beheersbaar en Nederland kan ook gas blijven importeren.

Maar als de winter uitzonderlijk koud wordt, verandert het beeld. Dan stijgt het gasverbruik snel, vooral voor verwarming. Als er tegelijk problemen ontstaan met import of lng-aanvoer, wordt de situatie kwetsbaarder.

Gasunie waarschuwt daarom vooral voor onvoldoende voorbereiding op zo’n zwaar scenario. Niet omdat er nu al een tekort dreigt, maar omdat de buffer kleiner is dan wenselijk.

Minder buffer maakt Nederland gevoeliger

Een lagere gasvoorraad werkt vooral door in de weerbaarheid van het energiesysteem. Zolang alles normaal draait, is er meestal voldoende aanvoer via pijpleidingen, lng-terminals en internationale handel. Maar juist bij verstoringen telt de voorraad.

Denk aan problemen met een belangrijke gasleiding, vertraging bij lng-leveringen, technische storingen of geopolitieke spanningen die de markt raken. In zulke situaties kan een goed gevulde opslag helpen om tijd te winnen en prijsschokken te dempen.

Met een lagere voorraad is die bescherming kleiner. Nederland kan dan sneller afhankelijk worden van dure import of noodmaatregelen. Dat hoeft niet direct te betekenen dat huishoudens zonder gas komen te zitten, maar het kan wel gevolgen hebben voor prijzen, industrie en energiezekerheid.

Sinds de gascrisis van 2022 is duidelijk geworden dat leveringszekerheid niet vanzelfsprekend is. Nederland gebruikt minder Russisch gas dan vroeger, maar is daardoor wel sterker afhankelijk geworden van andere bronnen.

Noorwegen blijft belangrijk

Nederland haalt een groot deel van zijn gas uit het buitenland. Noorwegen speelt daarin een belangrijke rol. In 2024 kwam ongeveer een kwart van het Nederlandse gas uit Noorwegen.

Dat maakt de recente Noorse plannen om door te gaan met olie- en gaswinning in het Noordpoolgebied relevant voor Europa. Voor Nederland is Noors gas een belangrijke pijler onder de energievoorziening, zeker nu de productie uit Groningen is gestopt en eigen gaswinning veel kleiner is geworden.

Tegelijk laat die afhankelijkheid zien dat Nederland kwetsbaar blijft voor ontwikkelingen buiten de eigen landsgrenzen. Onderhoud, politieke keuzes, weersomstandigheden, marktprijzen en geopolitieke spanningen kunnen allemaal invloed hebben op de beschikbaarheid en prijs van gas.

Gasopslagen zijn daarom niet alleen een technische voorziening, maar ook een strategische buffer.

Hoge prijzen remmen het vullen

Dat gasopslagen minder snel worden gevuld, heeft veel te maken met prijsverwachtingen. Bedrijven vullen opslag vooral als zij verwachten dat gas later duurder kan worden dan nu. Dan kunnen zij in de winter gas verkopen tegen een betere prijs.

Als de huidige prijs al hoog is, wordt dat risico groter. Een bedrijf kan gas duur inkopen en later verlies maken als de prijs daalt. Daardoor stellen commerciële partijen aankopen uit of vullen zij minder snel.

Voor de overheid is de afweging anders. Zij kijkt niet alleen naar winst of verlies, maar ook naar leveringszekerheid. Daarom speelt EBN nu een grotere rol in het vullen van de opslagen.

Dat roept wel de vraag op hoeveel verantwoordelijkheid bij marktpartijen moet liggen en wanneer de overheid moet ingrijpen. Gasvoorraad is namelijk geen gewone handelsvoorraad. Het is ook een verzekering tegen kou, verstoring en prijspieken.

Noodvoorraad opnieuw op de agenda

Gasunie adviseerde de politiek eerder dit jaar al om werk te maken van een strategische noodvoorraad. Zo’n voorraad is bedoeld om Nederland beter te beschermen tegen langdurige verstoringen van de gasaanvoer.

Het idee is vergelijkbaar met strategische olievoorraden. Je legt niet alleen voorraad aan omdat je die morgen nodig hebt, maar omdat je voorbereid wilt zijn op situaties waarin de markt tijdelijk niet goed werkt.

Een noodvoorraad kan helpen om extreme prijspieken te dempen en huishoudens en bedrijven door een moeilijke periode te helpen. Tegelijk kost zo’n voorraad geld. Gas moet worden ingekocht, opgeslagen en beheerd. Ook moet duidelijk zijn wie betaalt en wanneer de voorraad mag worden aangesproken.

De huidige lage vulgraad maakt die discussie opnieuw actueel. Als Nederland vaker afhankelijk is van import en internationale marktprijzen, wordt de vraag naar strategische buffers belangrijker.

Huishoudens merken vooral de prijsrisico’s

Voor huishoudens is de belangrijkste vraag vaak simpel: wordt gas duurder en komt er genoeg beschikbaar? Een fysiek tekort lijkt bij een normale winter niet waarschijnlijk. De grotere onzekerheid zit bij de prijs.

Gasprijzen reageren sterk op nieuws over voorraden, oorlog, storingen, koude verwachtingen en internationale vraag. Als de markt merkt dat voorraden achterblijven, kan dat bijdragen aan nervositeit. Zeker wanneer er later in het jaar nog koude verwachtingen of leveringsproblemen bijkomen.

Voor mensen met een variabel of dynamisch energiecontract kan dat sneller zichtbaar worden. Bij vaste contracten werkt een hogere marktprijs later of indirect door. Maar uiteindelijk beïnvloeden groothandelsprijzen wel het prijsniveau waar leveranciers mee rekenen.

Voor huishoudens met een laag inkomen of een slecht geïsoleerde woning blijft gas daarom een kwetsbare kostenpost. Zij kunnen minder makkelijk besparen en hebben vaak minder ruimte om prijsschokken op te vangen.

Industrie blijft extra gevoelig

Ook de industrie kijkt scherp naar de gasvoorraad. Voor energie-intensieve bedrijven is gas niet alleen een verwarmingsbron, maar soms ook onderdeel van het productieproces. Chemie, voedselproductie, glas, papier en metaal kunnen gevoelig zijn voor hoge gasprijzen.

Een lagere voorraad hoeft niet direct te leiden tot beperkingen, maar kan wel bijdragen aan onzekerheid. Bedrijven nemen investeringsbeslissingen op basis van verwachte kosten en leveringszekerheid. Als gas duur of onzeker blijft, kan dat productie, marges en investeringen raken.

Daarmee is gasvoorraad ook een economisch onderwerp. Het gaat niet alleen om warme huizen, maar ook om concurrentiekracht, productie en werkgelegenheid.

Energietransitie verandert de rol van gas

Nederland wil minder afhankelijk worden van gas. Huizen worden geïsoleerd, warmtepompen worden geplaatst en bedrijven elektrificeren steeds meer processen. Toch blijft gas voorlopig belangrijk.

Gascentrales leveren elektriciteit wanneer zon en wind onvoldoende beschikbaar zijn. Industrie gebruikt gas als brandstof of grondstof. Veel huishoudens verwarmen hun woning nog met een cv-ketel.

De energietransitie vermindert de afhankelijkheid op termijn, maar lost de kwetsbaarheid deze winter niet op. Juist in de overgangsfase blijft gas nodig als back-up. Dat maakt voldoende opslag en betrouwbare import nog steeds belangrijk.

Op lange termijn kan meer isolatie, opslag van elektriciteit, vraagsturing en duurzame warmte de druk op gas verminderen. Maar zolang die alternatieven nog niet volledig zijn opgeschaald, blijft de gasvoorraad een belangrijke graadmeter voor energiezekerheid.

Geen paniek, wel minder ruimte voor tegenvallers

De huidige situatie vraagt om nuance. De gasopslagen zijn minder gevuld dan gewenst en Nederland is daardoor kwetsbaarder dan in eerdere jaren. Tegelijk is er bij een normale winter weinig reden om uit te gaan van een fysiek tekort.

Het probleem zit vooral in de marge. Als de winter koud wordt, als lng-aanvoer hapert of als internationale spanningen de markt verder verstoren, is er minder buffer om dat op te vangen. Dan kunnen prijzen sneller stijgen en kan de overheid sneller onder druk komen te staan om maatregelen te nemen.

Daarom is de lagere vulgraad vooral een waarschuwingssignaal. Niet omdat Nederland deze winter zonder gas dreigt te zitten, maar omdat de voorbereiding op extreme scenario’s minder sterk is dan gewenst.

De komende maanden worden bepalend. Hoe verder de voorraden nog gevuld worden, hoe rustiger Nederland de winter ingaat. Maar de discussie over een strategische gasvoorraad zal daarmee niet verdwijnen. Sinds de energiecrisis is duidelijk dat gasopslag niet alleen een marktkwestie is, maar ook een onderdeel van nationale weerbaarheid.

Bronnen: NOS, Gasunie, Nationaal Energie Dashboard en Energie Beheer Nederland.

Recente publicaties

Werkgeluk in een kopje koffie met mkb coffee

Een goede kop koffie doet meer dan cafeïne leveren....

Krimpflatie neemt af, maar blijft zichtbaar in het supermarktschap

Krimpflatie lijkt minder vaak voor te komen dan een...

Infrastructuurcrisis dreigt rem te zetten op innovatie en groei

Nederland dreigt vast te lopen op zijn eigen infrastructuur....

Bedrijven investeren weer meer, maar herstel blijft voorzichtig

De investeringen in Nederland zijn in juni weer gegroeid....

Werkloosheid loopt op naar 4 procent, maar arbeidsmarkt blijft krap

De werkloosheid in Nederland is in juli gestegen naar...

Gerelateerde artikelen