Twee personen en een bedrijf zijn door de rechtbank Rotterdam veroordeeld wegens het onjuist verwerken van staalslakken op landbouwgrond in Hellevoetsluis. De staalslakken, een restproduct uit de staalindustrie, zijn in 2018 zonder naleving van de juiste veiligheidsmaatregelen gestort. De veroordeling volgt uit de eerste zaak van de landelijke WED-kamer, een gespecialiseerde rechtbank die zich richt op economische milieudelicten.
Staalslakken zonder beschermlaag gestort
Op een perceel aan de Sliklandweg werd in de zomer van 2018 circa 63.000 ton staalslakken aangevoerd voor de aanleg van een tijdelijke weg en wal. Volgens voorschriften had onder de slakken een zandbed van vijftig centimeter moeten worden aangebracht, wat slechts deels is gebeurd. Daarnaast werd onvoldoende gesproeid tegen stofvorming en ontbrak een adequate opvang voor vervuild regenwater.
Gezondheidsklachten en milieuschade
Omwonenden kregen te maken met oog- en luchtwegklachten. Ook dieren, waaronder paarden, vertoonden gezondheidsproblemen. Uitspoeling van kalkhoudend water leidde bovendien tot vervuiling van het bodemwater. De rechtbank stelt dat de betrokkenen hun zorgplicht onder de Wet Bodembescherming en Wet Milieubeheer hebben geschonden.
Reactie bleef uit na waarschuwingen
Hoewel het bedrijf in juli 2018 door de gemeente werd geïnformeerd, werd de aanvoer van staalslakken niet direct gestopt. Pas na klachten in augustus werd de werkzaamheden stilgelegd. De staalslakken zijn in 2019 verwijderd, maar volgens de rechtbank kwam dat te laat en handelde het bedrijf onvoldoende voortvarend.
Straffen en gevolgen
De afnemer van de staalslakken kreeg een taakstraf van 180 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk. De begeleider van de werkzaamheden kreeg 80 uur taakstraf opgelegd. Het bedrijf werd veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €25.000. De zaak had voor alle betrokkenen grote persoonlijke en financiële gevolgen, waaronder beslaglegging op eigendommen en het verlies van werk.
Nieuwe WED-kamer behandelt complexe milieuzaken
De uitspraak is de eerste van de Landelijke WED-kamer, waarin rechters uit Rotterdam, Oost-Brabant en Overijssel samenwerken. Volgens rechter Lucas Daum helpt deze samenwerking bij de behandeling van complexe milieuzaken: “Het zijn vaak zaken die veel kennis vereisen en slechts bij enkele rechtbanken voorkomen. Door de krachten te bundelen kunnen we effectiever rechtspreken.”
Bron: rechtspraak