De Nederlandse economie heeft de afgelopen tien jaar een duidelijke voorsprong genomen op de bevolkingsgroei. Uit berekeningen van het CBS blijkt dat de productie van goederen en diensten sinds 2014 met ruim een vijfde is toegenomen, terwijl het aantal inwoners slechts enkele procenten steeg. Het gevolg: er is per Nederlander gemiddeld meer welvaart beschikbaar.
Meer economische waarde per persoon
Reken je de totale economie om naar de portemonnee van de gemiddelde inwoner, dan komt het bedrag in 2024 uit boven de 62 duizend euro. Dat ligt een stuk hoger dan tien jaar geleden. Toch benadrukt het CBS dat dit soort gemiddelden weinig zeggen over hoe eerlijk de welvaart verdeeld is of hoe mensen hun levenskwaliteit ervaren.
Europa laat gemengd beeld zien
Ook binnen de Europese Unie werd vooruitgang geboekt, al was die minder sterk dan in Nederland. Vooral Ierland en Malta vallen op: daar groeide de economie spectaculair, grotendeels door de aanwezigheid van internationale bedrijven, terwijl de bevolking amper toenam. In Oost-Europese landen als Polen en Roemenië werd eveneens een flinke inhaalslag gemaakt, mede doordat de bevolking daar juist kromp.
In landen dichter bij huis, zoals Duitsland, Frankrijk en België, liep de groei minder ver voor op de bevolkingsontwikkeling. Nederland hoort daarmee tot de groep landen waar de economische motor relatief krachtig draaide.
Consumptie blijft achter bij bbp
Toch profiteren huishoudens niet in dezelfde mate van de economische groei. De uitgaven die mensen zelf doen, aangevuld met wat de overheid uitgeeft aan zorg en onderwijs, stegen in Nederland minder snel dan het bbp per persoon. In de Europese Unie is dat beeld vergelijkbaar: de consumptie groeide wel, maar blijft achter bij de productiegroei.
