Vanaf medio februari zullen mensen tussen de achttien en de zestig jaar met een medische indicatie worden gevaccineerd tegen COVID-19. Deze mensen zijn dus vlak na de meest kwetsbare mensen en een deel van de zorgmedewerkers aan de beurt.
Verpleeghuisbewoners en mensen met een verstandelijke beperking in een instelling zijn de eerste mensen die gevaccineerd zullen worden die niet in de zorg werken. Zij zullen vanaf januari of februari worden ingeënt. Na deze groep volgt dus de groep tussen de achttien en zestig jaar met een medische indicatie, die volgens de vaccinatiestrategie het coronavaccin van Astrazeneca en Oxford University zullen krijgen, dat nog moet worden goedgekeurd.
Daarna volgen de thuiswonende senioren tussen de 60 en 75 jaar vanaf medio maart, wat neerkomt op zo’n 3 miljoen mensen. Voor hun is het vaccin van pfizer en BioNTech, waarvan de allereerste doses vanaf woensdag ook naar medewerkers in onder meer de acute zorg en verpleeghuizen gaan.
De vaccinaties van thuiswonenden die ouder dan 75 jaar zijn en niet-mobiele thuiswonende mensen tussen de 60 en 75 jaar beginnen ongeveer tegelijk en krijgen volgens planning het Moderna-vaccin. Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) zal waarschijnlijk uiterlijk woensdag met een oordeel over dit vaccin komen.
Dit betekent dus dat het grootste deel van Nederland, mensen tussen de 18 en 60 jaar zonder medische klachten, in het tweede en derde kwartaal van dit jaar zullen worden ingeënt. Deze 7,1 miljoen mensen zullen worden ingeënt met het Astrazeneca-vaccin of andere beschikbare vaccins via de huisartsen en GGD’s.
Door Annelien Bosboom; bron: nu.nl; foto: Afbeelding van Jeyaratnam Caniceus via Pixabay