Pensioenfondsen die al zijn overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel hebben een beter kwartaal achter de rug. Na onrust op de financiële markten eerder dit jaar, vooral door de oorlog in het Midden-Oosten, leverden beleggingen in het tweede kwartaal weer positieve resultaten op.
Voor pensioengerechtigden bij onder meer Pensioenfonds Metaal en Techniek, Pensioenfonds Zorg en Welzijn en bpfBOUW kwam het rendement in het tweede kwartaal uit tussen 4,2 en 5,7 procent. Vooral aandelen droegen bij aan het herstel. De beurs profiteerde van optimisme rond kunstmatige intelligentie en stevige winsten bij grote technologiebedrijven.
Daarmee is het beeld duidelijk anders dan na het eerste kwartaal. Toen zorgden dalende beurzen en geopolitieke spanningen juist voor zorgen over de ontwikkeling van pensioenen in 2027. Inmiddels is die druk deels weggenomen. Toch betekent een goed kwartaal niet dat pensioenen volgend jaar hard omhooggaan.
Beurzen trekken pensioenpotten weer omhoog
Pensioenfondsen beleggen de ingelegde premies om op lange termijn genoeg vermogen op te bouwen voor uitkeringen. Aandelen, obligaties, vastgoed en andere beleggingen bewegen mee met de financiële markten. Dat was in het eerste kwartaal goed zichtbaar, toen beursdalingen direct doorwerkten in de resultaten.
In het tweede kwartaal draaide dat beeld. De financiële markten herstelden en vooral aandelen deden het goed. Bedrijven rond kunstmatige intelligentie bleven populair bij beleggers, waardoor technologieaandelen opnieuw een belangrijke motor waren.
Ook hielp dat de onrust op de markten rond het Midden-Oosten iets afnam. In het eerste kwartaal woog die onzekerheid zwaarder op beleggers. In het tweede kwartaal keerde meer rust terug, waardoor verliezen deels werden goedgemaakt.
Voor pensioenfondsen betekent zo’n herstel niet alleen een mooier kwartaalrapport. In het nieuwe stelsel worden beleggingsresultaten directer zichtbaar voor deelnemers dan vroeger. Dat maakt positieve kwartalen concreter, maar negatieve kwartalen ook.
Nieuw stelsel maakt beweging zichtbaarder
In het oude pensioenstelsel werd vooral gekeken naar de dekkingsgraad van een pensioenfonds. Die gaf aan hoe het totale vermogen zich verhield tot alle toekomstige pensioenverplichtingen. In het nieuwe stelsel verschuift de aandacht meer naar persoonlijke pensioenvermogens.
Iedere deelnemer heeft een eigen pensioenvermogen. Dat vermogen beweegt mee met premie-inleg, rendement en de manier waarop het fonds risico’s verdeelt. Jongere deelnemers krijgen doorgaans meer beleggingsrisico toegewezen, omdat zij langer de tijd hebben om tegenvallers later goed te maken. Voor ouderen en gepensioneerden wordt voorzichtiger belegd, omdat hun pensioenuitkering stabieler moet blijven.
Dat betekent dat dezelfde marktomstandigheden verschillend kunnen uitpakken per leeftijdsgroep. Jongeren kunnen grotere uitslagen zien in hun pensioenvermogen. Dat kan gunstig zijn bij stijgende beurzen, maar pijnlijk bij dalingen. Gepensioneerden zien meestal minder grote schommelingen, omdat fondsen hun uitkering zoveel mogelijk willen beschermen.
Het nieuwe stelsel is daarmee niet automatisch beter of slechter in elk kwartaal. Het maakt de link met financiële markten vooral directer en persoonlijker.
Mogelijke verhoging blijft klein
Door de positieve resultaten is de kans op een kleine pensioenverhoging in 2027 toegenomen. Bij Pensioenfonds Metaal en Techniek wordt voorlopig gerekend met een mogelijke verhoging van 0,5 procent. Bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn gaat het om 0,6 procent. bpfBOUW doet nog geen uitspraak over een mogelijke aanpassing.
Dat zijn beperkte percentages, zeker vergeleken met de forse verhogingen die sommige fondsen begin dit jaar konden doorvoeren bij de overstap naar het nieuwe stelsel. Die eerdere verhogingen kwamen mede doordat buffers werden verdeeld. Een groter deel van het pensioenvermogen kon daardoor direct worden toegekend aan deelnemers en gepensioneerden.
De mogelijke verhoging per 2027 werkt anders. Die hangt af van de beleggingsresultaten en de afspraken binnen de nieuwe regeling. Fondsen spreiden mee- en tegenvallers bovendien over meerdere jaren, zodat pensioenen niet te hard schommelen.
Daarom leidt een sterk kwartaal niet automatisch tot een grote verhoging. Het is eerder een verbetering van de uitgangspositie.
Stand op 30 september wordt bepalend
De cijfers over het tweede kwartaal zijn nog geen definitieve basis voor de pensioenaanpassing in 2027. Daarvoor kijken fondsen naar de stand op 30 september. Pas dan wordt duidelijk welk deel van de resultaten kan doorwerken in de pensioenuitkeringen.
Dat maakt de komende maanden belangrijk. Als beurzen verder herstellen, kan de ruimte voor een verhoging iets groter worden. Als markten opnieuw dalen door geopolitieke spanningen, renteontwikkelingen of tegenvallende bedrijfsresultaten, kan het beeld weer veranderen.
Die onzekerheid hoort bij het nieuwe pensioenstelsel. Pensioenen kunnen makkelijker meebewegen met rendementen. Dat geeft meer kans op verhogingen wanneer het goed gaat, maar ook meer zichtbaarheid van tegenvallers wanneer markten dalen.
Voor gepensioneerden blijft daarbij de solidariteitsreserve belangrijk. Die reserve is bedoeld om dalingen van pensioenuitkeringen op te vangen of te verzachten. PMT, PFZW en bpfBOUW geven aan dat zij voldoende buffers hebben om eventuele nieuwe tegenvallers op te vangen. Een verlaging in 2027 lijkt daardoor op dit moment zeer onwaarschijnlijk.
Grote overstap is nog bezig
De pensioentransitie is nog niet afgerond. Een deel van de fondsen is al overgestapt, maar veel regelingen volgen nog. Uiteindelijk moeten alle pensioenregelingen uiterlijk op 1 januari 2028 zijn aangepast aan het nieuwe stelsel.
Begin 2026 was meer dan de helft van de deelnemers met een pensioenregeling al over. Volgens de overheid waren toen 30 pensioenfondsen of pensioenkringen overgestapt. Later volgen nog tientallen fondsen, waaronder ook grote partijen die nog met het oude dekkingsgraadsysteem werken.
Dat maakt de huidige cijfers extra interessant. De fondsen die nu al in het nieuwe stelsel zitten, laten voor het eerst goed zien hoe deelnemers en gepensioneerden kwartaalresultaten kunnen terugzien in hun pensioenontwikkeling.
Tegelijk is voorzichtigheid nodig. Eén kwartaal zegt weinig over de werking van het stelsel op lange termijn. Pensioen is bedoeld voor tientallen jaren. Beurswinsten en beursverliezen zullen elkaar blijven afwisselen.
Voor jongeren grotere uitslagen
Voor jongere deelnemers kan het nieuwe stelsel sterker schommelen dan zij gewend waren. Omdat hun pensioenvermogen nog lang belegd blijft, kunnen fondsen meer risico nemen. Dat vergroot de kans op een hoger pensioen later, maar ook de kans op tijdelijke dalingen.
In een goed kwartaal kan dat gunstig uitpakken. Jongere deelnemers profiteren dan meer van aandelenrendement. In een slecht kwartaal kan hun pensioenvermogen juist harder dalen. Dat betekent niet dat hun uiteindelijke pensioen meteen in gevaar is, maar het maakt de ontwikkeling wel zichtbaarder.
Voor veel deelnemers zal dat wennen zijn. In het oude stelsel zagen mensen vooral een verwacht pensioenbedrag, terwijl veel marktschommelingen achter de schermen bleven. Nu wordt duidelijker dat pensioenvermogen geen vast bedrag is, maar meebeweegt met rendement en risico.
Dat vraagt om betere uitleg van fondsen. Een tijdelijke daling bij een jonge deelnemer hoeft niet direct alarmerend te zijn. Een tijdelijke stijging is ook geen garantie voor later. Het gaat om de lange termijn.
Gepensioneerden krijgen meer bescherming
Voor mensen die al pensioen ontvangen, ligt de nadruk juist op stabiliteit. Hun uitkering moet niet van kwartaal tot kwartaal hard op en neer gaan. Daarom worden resultaten voor gepensioneerden meestal gespreid en worden buffers gebruikt om dalingen te dempen.
Dat verklaart waarom de mogelijke verhogingen voor 2027 beperkt zijn, ondanks positieve kwartaalrendementen. Fondsen kiezen niet voor directe en volledige doorwerking van één goed kwartaal. Ze willen voorkomen dat een verhoging later snel weer moet worden teruggedraaid.
Voor gepensioneerden is dat begrijpelijk. Zij hebben minder mogelijkheden om financiële tegenvallers later nog op te vangen. Een stabiele uitkering is voor deze groep vaak belangrijker dan maximale meebeweging met de beurs.
AI-rally helpt, maar vergroot afhankelijkheid van marktsentiment
Dat het herstel mede komt door aandelen rond kunstmatige intelligentie laat ook een kwetsbaarheid zien. De beurswinsten zijn sterk geconcentreerd in populaire technologiebedrijven. Als dat sentiment omslaat, kan het effect ook de andere kant op werken.
Pensioenfondsen beleggen breed en proberen risico’s te spreiden over landen, sectoren en beleggingscategorieën. Toch zijn grote marktbewegingen moeilijk volledig te vermijden. Zeker wanneer een beperkt aantal grote bedrijven wereldwijd veel invloed heeft op aandelenindices.
Daarom blijft spreiding belangrijk. Pensioenfondsen moeten voldoende rendement halen, maar ook voorkomen dat deelnemers te afhankelijk worden van één hype, regio of sector. De discussie over AI-aandelen past daarmee in een bredere vraag: hoeveel risico is verantwoord voor geld dat bedoeld is voor later?
Meer transparantie, maar ook meer onrust
Een van de doelen van het nieuwe pensioenstelsel is dat deelnemers duidelijker zien hoeveel pensioenvermogen zij hebben opgebouwd en hoe dat vermogen zich ontwikkelt. Dat kan het pensioen transparanter maken.
Maar meer zichtbaarheid kan ook voor onrust zorgen. Niet iedereen is gewend om pensioen te zien meebewegen met beursontwikkelingen. Zeker wanneer kwartaalcijfers negatief zijn, kan dat leiden tot zorgen over de toekomst.
De positieve resultaten van het tweede kwartaal laten de gunstige kant van het nieuwe stelsel zien. Pensioenen kunnen sneller profiteren wanneer markten herstellen. Maar dezelfde systematiek maakt ook duidelijker wanneer markten tegenzitten.
Voor pensioenfondsen ligt daar een grote communicatieopgave. Deelnemers moeten begrijpen dat kwartaalcijfers geen definitief oordeel zijn over hun pensioen. Het gaat om langjarig rendement, risicospreiding en bescherming voor wie dicht bij of al in pensioen zit.
Kleine plus na onrustig begin
De pensioenfondsen die al in het nieuwe stelsel zitten, staan er na het tweede kwartaal beter voor dan na de eerste drie maanden van dit jaar. De beurs werkte mee, AI-aandelen stegen stevig en de geopolitieke druk op markten nam iets af.
Voor gepensioneerden kan dat in 2027 mogelijk leiden tot een kleine verhoging. Voor werkenden betekent het vooral dat hun pensioenvermogen weer is meegegroeid met de markten. Toch blijft de boodschap nuchter: de uiteindelijke aanpassing hangt af van de stand later dit jaar en van de regels per fonds.
Het nieuwe pensioenstelsel laat daarmee precies zien waarvoor het is ontworpen: pensioenen bewegen sneller mee met financiële resultaten. Dat kan positief uitpakken, zoals in het tweede kwartaal. Maar het maakt ook duidelijk dat pensioen minder vast voelt dan veel mensen gewend waren.
Bronnen: NOS, Rijksoverheid, De Nederlandsche Bank, PMT, PFZW en bpfBOUW.