woensdag, september 30, 2026
15.1 C
Groningen

Economisch beeld minder negatief, maar herstel blijft voorzichtig

Het economische beeld in Nederland is in september minder negatief geworden. Dat blijkt uit de Conjunctuurklok van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Verschillende indicatoren wijzen op verbetering: de industrie produceert meer, de export groeit en huishoudens blijven meer besteden dan een jaar eerder.

Toch is van breed optimisme nog geen sprake. Consumenten blijven somber, de koopbereidheid is nog altijd laag en de investeringen waren in juli vrijwel gelijk aan een jaar eerder. De economie beweegt dus wel de goede kant op, maar zonder dat het beeld al echt sterk voelt.

Dat maakt de nieuwste conjunctuurcijfers vooral genuanceerd. Nederland lijkt niet stil te vallen, maar bedrijven en huishoudens blijven voorzichtig. De groei zit op sommige plekken, terwijl andere onderdelen van de economie nog duidelijk achterblijven.

Conjunctuurklok iets gunstiger

De Conjunctuurklok van het CBS brengt verschillende economische indicatoren samen. Denk aan productie, export, consumptie, vertrouwen, investeringen en arbeidsmarktgegevens. Daardoor ontstaat een breder beeld dan alleen het bruto binnenlands product.

In september was dat beeld minder negatief dan een maand eerder. Dat betekent niet dat alle seinen op groen staan. Het betekent vooral dat de economie minder zwak oogt dan eerder dit jaar.

Dat past bij het beeld van de afgelopen maanden. De economie groeit nog, maar niet uitbundig. De arbeidsmarkt blijft relatief sterk, maar groeit niet meer vanzelf door. Consumenten geven nog wel geld uit, maar blijven voorzichtig. En ondernemers zien op sommige punten verbetering, terwijl kosten en onzekerheid hoog blijven.

De economie zit daarmee in een tussenfase. Niet slecht genoeg om van duidelijke neergang te spreken, maar ook niet sterk genoeg om van overtuigend herstel te spreken.

Industrie geeft positief signaal

Een van de opvallendste cijfers komt uit de industrie. De kalendergecorrigeerde productie lag in juli 9 procent hoger dan in juli vorig jaar. Dat is de grootste stijging in vier jaar tijd. Vooral de machine-industrie produceerde meer.

Ook ten opzichte van juni nam de productie toe. Dat wijst erop dat de groei niet alleen komt door een zwakke vergelijkingsbasis van vorig jaar, maar dat er ook maand-op-maand verbetering zichtbaar is.

Voor de economie is dat belangrijk. De industrie is sterk verbonden met export, investeringen, logistiek en toeleveranciers. Als fabrieken meer produceren, werkt dat vaak door in andere sectoren. Denk aan transport, technische dienstverlening, onderhoud, verpakking, energieverbruik en zakelijke diensten.

Toch moet ook dit cijfer voorzichtig worden gelezen. Niet alle industrietakken groeien. Volgens het CBS produceerde iets minder dan de helft van de onderliggende branches meer dan een jaar eerder. De plus is dus stevig, maar niet overal gelijk verdeeld.

Export blijft groeien

Ook de export draagt bij aan het minder negatieve beeld. Het volume van de goederenexport was in juli 2,1 procent groter dan een jaar eerder. Vooral machines en apparaten werden meer uitgevoerd. Ook chemische producten en transportmiddelen lieten groei zien.

Voor Nederland is export een belangrijke motor. De Nederlandse economie is sterk verweven met het buitenland. Wanneer de export aantrekt, profiteren niet alleen grote industriebedrijven, maar ook logistiek, havens, zakelijke dienstverlening en toeleveranciers.

Toch is de exportgroei lager dan in juni, toen de goederenexport nog met 3,4 procent toenam. Dat maakt het beeld positief, maar niet uitbundig. De internationale omgeving blijft onzeker door geopolitieke spanningen, handelspolitiek, energieprijzen en wisselkoersen.

Volgens het CBS waren de omstandigheden voor de export in september minder ongunstig dan in juli. Dat komt onder meer door gunstigere reële wisselkoersen en minder negatief producentenvertrouwen in belangrijke afzetmarkten. Tegelijk blijft Duitsland, een cruciale handelspartner voor Nederland, een punt van zorg.

Huishoudens blijven besteden

Huishoudens hebben in juli 1,2 procent meer geconsumeerd dan een jaar eerder, gecorrigeerd voor prijsveranderingen en koopdagen. Vooral aan goederen werd meer uitgegeven. Ook de bestedingen aan diensten lagen hoger.

Dat is een belangrijk signaal. Als huishoudens blijven besteden, ondersteunt dat winkels, horeca, recreatie, vervoer, cultuur en andere consumentgerichte sectoren. Zeker na jaren van hoge inflatie is het relevant dat de consumptie niet wegvalt.

Maar ook hier zit nuance. Een groei van 1,2 procent is positief, maar geen uitbundige koopgolf. Veel huishoudens blijven letten op vaste lasten, zorgpremie, energie, boodschappen en woonkosten. De koopkracht is in eerdere jaren deels hersteld, maar het gevoel van ruime financiële ademruimte is niet overal terug.

Dat verklaart waarom consumptie kan groeien terwijl consumentenvertrouwen laag blijft. Mensen blijven geld uitgeven aan noodzakelijke en geplande aankopen, maar voelen zich nog niet vanzelfsprekend positief over de economie.

Consumenten blijven somber

Het consumentenvertrouwen verbeterde in september licht, van -34 naar -33. Dat is een kleine stap, maar het vertrouwen blijft ver onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar. Vooral het oordeel over de economie blijft zwak.

Opvallend is dat de koopbereidheid wel iets verbetert. Die ging van -19 in augustus naar -17 in september. Consumenten waren iets positiever over hun financiële situatie in de komende twaalf maanden en vonden het moment voor grote aankopen iets minder ongunstig.

Daar staat tegenover dat het oordeel over het economisch klimaat juist iets verslechterde. De deelindicator economisch klimaat daalde van -57 naar -58. Mensen zijn dus iets minder negatief over hun eigen bestedingsruimte, maar juist iets somberder over de economie als geheel.

Dat is een bekend spanningsveld. Huishoudens kunnen persoonlijk iets meer grip ervaren, bijvoorbeeld door loonstijgingen of stabielere prijzen, terwijl het algemene nieuws over economie, oorlog, energie en politiek onzeker blijft.

Producenten staan er beter in

Aan de bedrijfskant is het beeld positiever. Het producentenvertrouwen in de industrie lag in september boven nul. Dat betekent dat producenten per saldo positiever zijn dan negatief. Vooral de verwachte bedrijvigheid draagt daaraan bij.

Voor ondernemers is verwachting vaak net zo belangrijk als de huidige situatie. Als bedrijven denken dat de productie of vraag de komende maanden aantrekt, durven ze eerder personeel vast te houden, voorraden aan te vullen of nieuwe orders aan te nemen.

Toch is ook hier geen reden voor overdreven optimisme. Het oordeel over orderposities blijft niet overal sterk en de verschillen tussen branches zijn groot. Sommige sectoren draaien duidelijk beter, terwijl andere te maken hebben met zwakkere vraag, hogere kosten of internationale onzekerheid.

Daarmee blijft het producentenvertrouwen vooral een voorzichtig lichtpunt. Het helpt het conjunctuurbeeld, maar trekt niet automatisch de hele economie mee omhoog.

Investeringen trekken nauwelijks aan

Een zwakker punt zit bij de investeringen. In juli waren de investeringen in materiële vaste activa slechts 0,1 procent hoger dan een jaar eerder. Dat is praktisch vlak. Er werd wel meer geïnvesteerd in machines, waaronder defensiematerieel, maar minder in vliegtuigen, gebouwen, infrastructuur en personenauto’s.

Investeringen zijn belangrijk omdat ze iets zeggen over vertrouwen in de toekomst. Bedrijven investeren in machines, gebouwen, voertuigen en infrastructuur als zij verwachten dat die capaciteit later nodig is.

Wanneer investeringen nauwelijks groeien, wijst dat op voorzichtigheid. Bedrijven kunnen opdrachten hebben en toch terughoudend blijven met grote uitgaven. Hogere rente, netcongestie, personeelstekorten, vergunningstrajecten en internationale onzekerheid kunnen investeringsbesluiten vertragen.

Dat maakt de investeringscijfers een rem op het optimisme. Productie en export geven verbetering, maar bedrijven lijken nog niet massaal door te pakken met nieuwe investeringen.

Economie groeit, maar zonder vaart

Het bruto binnenlands product groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 0,6 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor. Dat is beter dan de eerdere eerste berekening, die uitkwam op 0,4 procent. De bijstelling geeft het conjunctuurbeeld iets meer steun.

Toch blijft ook hier de vraag hoe breed die groei is. Een kwartaalgroei van 0,6 procent is positief, maar de economie heeft te maken met veel tegenkrachten. Denk aan hogere financieringskosten, dure energie, personeelstekorten, geopolitieke onzekerheid en terughoudende consumenten.

De groei is dus welkom, maar voelt niet als vanzelfsprekend herstel. Daarvoor moet de verbetering langer doorzetten en breder zichtbaar worden in investeringen, vertrouwen, inkomens en bedrijfsplannen.

Arbeidsmarkt blijft belangrijk fundament

De arbeidsmarkt blijft een van de sterke punten van de Nederlandse economie. De werkloosheid is laag en veel werkgevers zoeken nog steeds personeel. Tegelijk is de arbeidsmarkt minder strak dan in de jaren direct na corona.

Het aantal werkenden groeit niet meer vanzelf door en de werkloosheid loopt langzaam op. Dat hoeft niet direct problematisch te zijn, maar het verandert wel de dynamiek. Werknemers stappen minder makkelijk over, bedrijven kijken kritischer naar kosten en sommige sectoren zien meer reorganisaties.

Voor de economie is dat dubbel. Een krappe arbeidsmarkt ondersteunt inkomens en consumptie, maar remt bedrijven die willen groeien. Een iets ruimere arbeidsmarkt kan werkgevers helpen, maar mag niet doorslaan naar onzekerheid en oplopende werkloosheid.

Daarom blijft de arbeidsmarkt de komende maanden een belangrijke graadmeter. Als werkgelegenheid op peil blijft, heeft de economie een stevige basis. Als bedrijven meer gaan snijden, kan het vertrouwen sneller omslaan.

Minder negatief is nog geen positief

De titel van de CBS-publicatie is veelzeggend: minder negatief. Dat is iets anders dan positief. De economie laat verbeteringen zien, maar veel indicatoren zijn nog kwetsbaar.

Dat verschil is belangrijk. Een minder negatief conjunctuurbeeld kan betekenen dat de bodem achter ons ligt, maar het kan ook een tijdelijke verbetering zijn. Pas wanneer meerdere maanden achter elkaar groei, vertrouwen en investeringen aantrekken, wordt het beeld sterker.

Voor huishoudens is vooral merkbaar wat er gebeurt met koopkracht, prijzen en werkzekerheid. Voor ondernemers tellen opdrachten, marges, personeel, financiering en regelgeving. Voor de overheid speelt mee of groei genoeg belastinginkomsten oplevert om stijgende uitgaven aan zorg, defensie, infrastructuur en rente op te vangen.

Een kleine verbetering in de Conjunctuurklok is dus positief nieuws, maar geen reden om de problemen van tafel te schuiven.

Ondernemers blijven voorzichtig

Voor bedrijven is het huidige beeld vooral een uitnodiging tot voorzichtig optimisme. De productie groeit, export blijft toenemen en consumenten besteden meer. Dat zijn goede signalen.

Maar investeringen blijven vlak, de consument is somber en kosten blijven hoog. Lonen, energie, financiering, huur, verzekeringen en zakelijke diensten drukken nog steeds op marges. Daarnaast blijven personeelstekorten in veel sectoren een rem op groei.

Vooral mkb-bedrijven zullen de verbetering niet overal direct voelen. Een stijgende industriële productie of exportgroei betekent niet automatisch dat de lokale ondernemer meer omzet draait. Het economische beeld verschilt sterk per sector en regio.

Daarom zal veel afhangen van de laatste maanden van 2026. Als consumenten blijven besteden en bedrijven meer durven investeren, kan de economie steviger worden. Als onzekerheid terugkeert, blijft herstel broos.

Consument houdt sleutelpositie

De consument blijft belangrijk voor het vervolg. De consumptie groeit, maar het vertrouwen is nog negatief. Dat betekent dat huishoudens wel geld uitgeven, maar niet onbevangen.

Dat kan snel veranderen. Als prijzen rustiger worden, lonen verder stijgen en werkzekerheid op peil blijft, kan koopbereidheid langzaam verbeteren. Als zorgpremies, energie of huur juist harder oplopen, kan die ruimte weer verdwijnen.

De lichte verbetering van de koopbereidheid is daarom interessant. Mensen lijken iets minder terughoudend met grote aankopen, maar het niveau blijft laag. Voor detailhandel, woninginrichting, elektronica, recreatie en horeca is dat een belangrijk signaal om te volgen.

Huishoudens bepalen uiteindelijk voor een groot deel hoe breed economisch herstel voelt. Als zij voorzichtig blijven, blijft herstel beperkter.

Herstel moet breder worden

De Nederlandse economie laat in september tekenen van herstel zien, maar dat herstel is nog niet breed genoeg om echt overtuigend te zijn. De industrie en export geven positieve signalen. Huishoudens blijven iets meer besteden. Producenten zijn relatief positiever. Tegelijk blijven consumenten somber en trekken investeringen nauwelijks aan.

Dat maakt het conjunctuurbeeld minder negatief, maar niet zorgeloos. Het herstel leunt op een paar sterke onderdelen en heeft nog te weinig vanzelfsprekendheid.

Voor de komende maanden wordt vooral belangrijk of de verbetering doorzet in vertrouwen en investeringen. Als bedrijven meer gaan investeren en consumenten minder terughoudend worden, kan de economie steviger groeien. Als investeringen vlak blijven en consumenten voorzichtig blijven, blijft het herstel kwetsbaar.

Voorlopig is de conclusie dus nuchter: de economie staat er beter voor dan eerder, maar de echte overtuiging ontbreekt nog. Minder negatief is goed nieuws, maar het is nog geen brede opleving.

Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek en StatLine.

Recente publicaties

Hitte kost Nederlandse economie miljarden en legt zwakke plekken bloot

De uitzonderlijke hitte van afgelopen zomer heeft de Nederlandse...

Stressverzuim groeit hard en zet werkgevers steeds meer onder druk

Werkgevers krijgen steeds vaker te maken met werknemers die...

WeldingSynergy helpt metaalbedrijven hun laswerk aantoonbaar op orde te krijgen en te houden

Goed laswerk is voor veel bedrijven letterlijk en figuurlijk...

Ondernemen in beweging: keuzes, risico’s en verduurzaming

Ondernemen betekent voortdurend keuzes maken. Over groei en personeel,...

Ontslag vaker door economische redenen, minder vaak door nieuwe baan

De arbeidsmarkt blijft in beweging, maar de reden waarom...

Gerelateerde artikelen