maandag, november 2, 2026
10.3 C
Groningen

Nederlandse economie groeit verder dankzij sterke industrie en export

Nederlandse machinefabrikanten hebben opnieuw een sterk kwartaal achter de rug. Hun producten vonden wereldwijd meer afnemers, terwijl ook consumenten en de overheid hun uitgaven verhoogden. De Nederlandse economie groeide daardoor tussen juli en september met 0,6 procent, blijkt uit de eerste berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het is het tweede kwartaal op rij waarin de groei boven een half procent uitkomt.

Dat is meer dan eerder werd verwacht. De economie heeft te maken met hogere energieprijzen en onzekerheid over de internationale handel, maar weet zich daar voorlopig goed onder te houden. In het tweede kwartaal werd al een groei van 0,7 procent behaald. Vergeleken met de zomer van vorig jaar is de Nederlandse economie inmiddels 2,1 procent groter.

Vooral de industrie valt op. Die was verantwoordelijk voor meer dan de helft van de economische groei, met de machinebouw als belangrijkste aanjager. Toch kwam niet alle groei voort uit een hogere productie of meer bestellingen. Ook de opbouw van aardgasvoorraden leverde een flinke bijdrage. Dat maakt de kwartaalcijfers interessant, maar vraagt tegelijkertijd om enige voorzichtigheid bij het doortrekken ervan naar de rest van het jaar.

Machinebouw profiteert van investeringen in technologie

De toegevoegde waarde van de industrie nam in het derde kwartaal met 2,7 procent toe. Vooral fabrikanten van gespecialiseerde machines deden goede zaken. Nederland heeft in deze sector een sterke internationale positie, met bedrijven die apparatuur leveren aan producenten over de hele wereld.

Een belangrijk voorbeeld is de chipindustrie. ASML en zijn toeleveranciers maken machines en onderdelen die worden gebruikt bij de productie van halfgeleiders. De belangstelling voor die technologie is groot, mede doordat internationale ondernemingen fors investeren in kunstmatige intelligentie en datacenters.

Voor steeds krachtigere AI-systemen zijn geavanceerde chips nodig. Chipfabrikanten investeren daarom in hun productiecapaciteit, wat weer opdrachten oplevert voor bedrijven die de benodigde machines bouwen. ABN AMRO ziet in die ontwikkeling een belangrijke verklaring voor de sterke prestaties van de Nederlandse industrie. Volgens de bank is de Nederlandse halfgeleidersector in zes jaar tijd ongeveer verdubbeld, zowel in omzet als in werkgelegenheid.

De groei beperkt zich niet tot de grote namen. Rond machinefabrikanten werken gespecialiseerde toeleveranciers die onderdelen produceren, technische diensten uitvoeren of betrokken zijn bij het onderhoud van apparatuur. Wanneer internationale klanten hun productie uitbreiden, kan dat ook bij deze bedrijven voor extra werk zorgen.

CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen wees tegenover de NOS op de sterke internationale positie van Nederlandse machinebouwers. Terwijl verschillende Europese industrielanden al langer moeite hebben om hun productie op peil te houden, weten Nederlandse fabrikanten hun producten wereldwijd te verkopen.

Dat betekent overigens niet dat de volledige industrie profiteert. Bedrijven die veel gas of elektriciteit nodig hebben, kampen nog altijd met hoge kosten. Ook de concurrentie uit landen waar energie goedkoper is, blijft voor sommige fabrikanten een probleem.

Die verschillen zijn terug te zien in de kwartaalcijfers. Bij handel, horeca, vervoer en opslag daalde de toegevoegde waarde met 0,3 procent. De bouw kwam nauwelijks vooruit en groeide slechts 0,1 procent. De sterke prestaties van de machinebouw trekken het landelijke cijfer omhoog, maar zeggen weinig over hoe goed het bij een afzonderlijk bouwbedrijf, transporteur of winkelier gaat.

Gasvoorraden geven groeicijfers een extra zet

Naast de industrie speelde de buitenlandse handel een belangrijke rol. Nederland voerde in het derde kwartaal 0,5 procent meer goederen en diensten uit dan in het kwartaal ervoor. Vooral machines en transportmiddelen werden vaker verkocht aan buitenlandse afnemers. De invoer steeg met 0,3 procent, waardoor het handelssaldo een positieve bijdrage leverde aan de economische groei.

Voor Nederlandse bedrijven blijft de ontwikkeling van andere Europese economieën belangrijk. Duitsland is een grote afnemer van Nederlandse producten en diensten. De Duitse economie groeide afgelopen kwartaal met 0,2 procent, na een lange periode van zwakke prestaties. Dat is geen spectaculair herstel, maar voor Nederlandse leveranciers is iedere verbetering van belang.

Opvallend in de nieuwste cijfers is verder de voorraadopbouw. Vooral het aanvullen van aardgasopslagen droeg volgens het CBS aanzienlijk bij aan de economische groei. Dat gebeurde dit jaar later dan gebruikelijk. Volgens ABN AMRO speelden de hoge gasprijzen en de onzekerheid over de internationale energievoorziening daarbij waarschijnlijk een rol.

Doorgaans worden gasvoorraden gedurende de warmere maanden aangevuld, zodat er voldoende beschikbaar is wanneer de vraag in de winter stijgt. Dit jaar kwam een groter deel van die voorraadopbouw in het derde kwartaal terecht. Daardoor viel de bijdrage aan de economische groei in deze periode relatief hoog uit.

Dat is wel een ander soort ontwikkeling dan een fabrikant die structureel meer bestellingen ontvangt. Het vullen van gasopslagen kan de kwartaalcijfers sterk beïnvloeden, zonder dat hetzelfde effect in de volgende drie maanden opnieuw optreedt. De timing van grote goederenstromen speelt bij het bruto binnenlands product nu eenmaal een rol.

ABN AMRO wijst daarnaast op bedrijven die uit voorzorg extra goederen hebben ingekocht. Door de internationale spanningen en zorgen over leveringen wilden sommige ondernemingen minder afhankelijk zijn van aanvoer op het laatste moment. Ook dergelijke voorraadvorming kan tijdelijk voor extra economische activiteit zorgen.

De exportcijfers zijn daarmee gunstig, maar het groeicijfer van 0,6 procent bestaat uit verschillende onderdelen. Een deel hangt samen met de sterke internationale vraag naar Nederlandse producten. Een ander deel wordt beïnvloed door het moment waarop bedrijven voorraden aanvullen.

Consumenten laten zich niet volledig leiden door onzekerheid

Ondanks het lage consumentenvertrouwen blijven Nederlandse huishoudens geld uitgeven. De consumptie steeg in het derde kwartaal met 0,4 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Vooral voedingsmiddelen en kleding werden vaker gekocht. Volgens de NOS gaven Nederlanders ook meer geld uit aan vakanties.

Dat consumenten blijven besteden, is niet vanzelfsprekend. De afgelopen jaren zijn boodschappen, energie en wonen aanzienlijk duurder geworden. Veel huishoudens kijken daardoor kritischer naar hun uitgaven. Toch hebben loonstijgingen bij een groot deel van de werkenden voor extra financiële ruimte gezorgd.

ABN AMRO ziet bovendien aanwijzingen dat huishoudens een kleiner deel van hun inkomen sparen. Dat geld kan vervolgens terechtkomen bij winkels, horeca, reisorganisaties en andere dienstverleners. Hoe groot die verschuiving precies is, verschilt per huishouden.

De consumptiegroei is wel wat afgezwakt. In het tweede kwartaal stegen de uitgaven van huishoudens nog met 0,8 procent. Het tempo ligt nu dus lager, al blijft de ontwikkeling positief.

Ook de overheid gaf meer uit. De overheidsconsumptie nam met 0,4 procent toe, vooral door hogere uitgaven aan zorg en salarissen van ambtenaren. Volgens Van Mulligen kwamen er ongeveer 5.000 ambtenarenbanen bij, met name bij politie en defensie. Dat is opvallend, omdat het kabinet tegelijkertijd plannen heeft om het totale aantal ambtenaren de komende jaren terug te brengen.

Bij de investeringen was nauwelijks beweging zichtbaar. Die daalden met 0,1 procent, vooral doordat er minder vliegtuigen werden ingevoerd dan in het voorgaande kwartaal. Grote aankopen van vervoermiddelen kunnen veel invloed hebben op de statistieken. Een kleine daling betekent daarom niet dat bedrijven massaal hun investeringen stilleggen.

Ondertussen laat de arbeidsmarkt een ontwikkeling zien die niet direct bij de economische groei lijkt te passen. Er kwamen in het derde kwartaal 14.000 banen bij, maar het aantal werklozen nam eveneens toe. De werkloosheid steeg van 3,9 naar 4,0 procent.

Het aantal openstaande vacatures bleef met ongeveer 375.000 vrijwel gelijk. Voor iedere honderd werklozen waren er 92 vacatures. Een paar jaar geleden waren er nog meer vacatures dan werklozen, waardoor werkgevers vaak grote moeite hadden personeel te vinden.

Dat de arbeidsmarkt iets minder krap wordt, betekent niet dat personeelstekorten voorbij zijn. In de zorg, bouw en techniek blijft de vraag naar geschikte medewerkers groot. Vooral specialistische functies kunnen moeilijk worden ingevuld, ook wanneer het aantal werkzoekenden landelijk toeneemt.

Voor ondernemingen is de situatie dus wisselend. Machinefabrikanten hebben volop vraag naar hun producten, terwijl andere bedrijven te maken hebben met hoge kosten of voorzichtigere klanten. En hoewel er iets meer ruimte op de arbeidsmarkt ontstaat, blijft het vinden van personeel met de juiste ervaring een uitdaging.

Nederland presteert beter dan eerder werd verwacht

Het groeicijfer van 0,6 procent past in een jaar waarin de Nederlandse economie verschillende verwachtingen overtreft. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verhoogde in oktober zijn groeiraming voor Nederland naar 1,5 procent over heel 2026. Eerder ging het fonds nog uit van 1 procent.

Volgens het IMF heeft Nederland de gevolgen van de internationale energieproblemen tot dusver relatief goed weten op te vangen. Ook het voorzichtig verbeterende economische beeld in Duitsland kan gunstig uitpakken voor Nederlandse bedrijven.

De vergelijking met andere Europese landen laat zien hoe opvallend de Nederlandse prestaties zijn. Duitsland groeide in het derde kwartaal met 0,2 procent. Frankrijk kende volgens de cijfers die ABN AMRO aanhaalt juist een lichte economische krimp van 0,1 procent.

Toch zijn er redenen waarom economen voorzichtig blijven. De inflatie blijft hoog en de lonen stijgen minder hard dan eerder het geval was. Daardoor kan de ruimte voor extra consumentenbestedingen kleiner worden. Ook zijn de hoge energieprijzen en onzekerheid rond internationale handelsstromen nog niet verdwenen.

Voor de machinebouw is bovendien veel afhankelijk van investeringsbeslissingen in het buitenland. De wereldwijde belangstelling voor AI zorgt momenteel voor grote opdrachten, maar zulke investeringsgolven kunnen veranderen. Wanneer technologiebedrijven minder nieuwe datacenters laten bouwen of chipfabrikanten hun uitbreidingen uitstellen, zullen ook Nederlandse leveranciers dat merken.

De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de woningmarkt maken het beeld eveneens minder eenduidig. De werkloosheid loopt langzaam op en de stijging van de huizenprijzen vlakt af. Dat hoeft de economische groei niet direct te stoppen, maar het laat wel zien dat niet overal dezelfde sterke ontwikkeling zichtbaar is.

Daar komt bij dat de cijfers van het CBS voorlopig zijn. De eerste berekening wordt een maand na afloop van het kwartaal gepubliceerd, wanneer nog niet alle informatie beschikbaar is. Op 24 december volgt een nieuwe raming. Bij eerdere kwartalen kwamen soms ook bijstellingen voor. Zo werd de groei over het tweede kwartaal inmiddels verhoogd van 0,6 naar 0,7 procent.

De Nederlandse economie heeft daarmee twee sterke kwartalen achter de rug, maar het vervolg zal vooral afhangen van de vraag of de industrie haar tempo weet vast te houden. Consumenten en de overheid blijven voorlopig bijdragen en ook de uitvoer ontwikkelt zich gunstig. De extra impuls van het vullen van gasopslagen zal echter niet ieder kwartaal terugkeren.

Voor Nederlandse ondernemers zijn de internationale orderportefeuilles daarom minstens zo interessant als het landelijke groeicijfer. Vooral de machine-industrie heeft de economie dit jaar vooruitgeholpen. Of ook andere bedrijfstakken daarvan meer gaan profiteren, zal de komende maanden duidelijker worden.

Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), CBS Arbeidsmarkt, NOS, ABN AMRO Research en Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Recente publicaties

Nederland sterk afhankelijk van China voor cruciale grondstoffen

Gallium is geen metaal waar veel mensen dagelijks bij...

Quote 500 opgeschud: nieuwe rijkste Nederlander en opmars van AI-miljardairs

Voor het eerst in veertien jaar heeft Nederland een...

Chinese AI wint terrein bij bedrijven door lagere kosten en meer controle

Steeds meer bedrijven kijken verder dan de bekende Amerikaanse...

Veel meer bedrijven gestart, ondanks strengere regels voor zzp’ers

Van de terughoudendheid rond zelfstandig ondernemerschap is in het...

Gerelateerde artikelen