De totale studieschuld in Nederland is voor het eerst gedaald. Begin 2026 hadden studenten en oud-studenten samen 28 miljard euro aan studieschuld. Dat is 0,8 miljard euro minder dan een jaar eerder. Daarmee lijkt de jarenlange stijging van de totale studieschuld voorlopig te zijn doorbroken.
De daling hangt sterk samen met de herinvoering van de basisbeurs in het hoger onderwijs. Sinds studiejaar 2023/’24 vragen minder studenten een lening aan. Dat is terug te zien in de cijfers: het aantal studenten met een studieschuld neemt snel af.
Toch is het beeld niet alleen positief. De totale schuld daalt, maar de gemiddelde schuld blijft stijgen. Ook het aantal mensen met een hoge studieschuld is de afgelopen jaren flink toegenomen. Vooral oud-studenten dragen nog steeds een groeiende schuld met zich mee.
Totale studieschuld naar 28 miljard euro
Begin 2026 stond de totale studieschuld op 28 miljard euro. Een jaar eerder was dat nog 28,8 miljard euro. Het is volgens het CBS de eerste keer sinds 2011 dat de totale studieschuld daalt.
Die ontwikkeling is opvallend, omdat de studieschuld jarenlang bijna alleen maar opliep. In 2011 ging het nog om 9,5 miljard euro. Daarna steeg de totale schuld stap voor stap naar 28,8 miljard euro in 2024 en 2025. Pas in 2026 is er een duidelijke daling zichtbaar.
De invoering van het leenstelsel in 2015 speelde een grote rol in de eerdere stijging. Studenten kregen toen minder ondersteuning via een basisbeurs en moesten vaker lenen om hun studie en levensonderhoud te betalen. Sinds de basisbeurs is teruggekeerd, verandert dat beeld langzaam.
Maar langzaam is hier het sleutelwoord. De totale schuld daalt nu, maar blijft met 28 miljard euro historisch hoog.
Minder studenten lenen
Het aantal mensen met een studieschuld daalde begin 2026 naar 1,5 miljoen. Dat is het derde jaar op rij dat deze groep kleiner wordt.
Vooral onder huidige studenten is de afname duidelijk. Begin 2026 hadden ongeveer 400 duizend studenten een studieschuld. In 2023, het jaar waarin de basisbeurs opnieuw werd ingevoerd, waren dat er nog ruim 609 duizend. Dat betekent een daling van ongeveer 210 duizend studenten in drie jaar tijd.
Dat laat zien dat de basisbeurs effect heeft. Studenten hoeven minder snel of minder veel te lenen. Zeker voor nieuwe lichtingen studenten kan dat op termijn verschil maken in de financiële start na hun studie.
Toch betekent minder lenen niet dat studeren ineens goedkoop is. Studenten hebben nog steeds te maken met collegegeld, boeken, huur, boodschappen, vervoer en andere kosten. Maar de noodzaak om structureel te lenen lijkt wel kleiner te worden.
Oud-studenten blijven schuld dragen
Bij oud-studenten is het beeld anders. Ruim 1,1 miljoen oud-studenten hebben nog een studieschuld. Dat aantal nam in 2026 opnieuw toe, al vlakt de stijging wel af.
Begin 2026 hadden 1.134.300 oud-studenten een studieschuld. Een jaar eerder waren dat er 1.128.000. De stijging is dus beperkt. In het jaar daarvoor kwamen er nog 28 duizend oud-studenten met studieschuld bij.
Dat is logisch. Studenten die tijdens het leenstelsel hebben gestudeerd, stromen nog altijd door naar de groep oud-studenten. Zij zijn klaar met studeren, maar nemen hun schuld mee. Daardoor kan het aantal studenten met schuld dalen, terwijl de groep oud-studenten met schuld nog blijft groeien.
Dat maakt de studieschuld vooral een langlopend probleem. Minder nieuwe studenten lenen, maar veel oud-studenten zitten nog jaren vast aan de gevolgen van eerder beleid.
Hoge studieschulden blijven toenemen
De grootste zorg zit bij de hoge schulden. Begin 2026 hadden 145 duizend mensen een studieschuld van 50 duizend euro of meer. Dat is ongeveer twee keer zoveel als zes jaar eerder.
Bijna 5 duizend mensen hebben zelfs een studieschuld van minstens 100 duizend euro. Dat is een kleine groep vergeleken met het totaal, maar de bedragen zijn groot genoeg om lang door te werken in iemands financiële leven.
Een hoge studieschuld kan invloed hebben op keuzes na de studie. Denk aan samenwonen, sparen, een huis kopen, minder werken, ondernemen of gezinsvorming. De maandelijkse aflossing hangt af van inkomen en regels, maar de schuld blijft voor veel mensen jarenlang op de achtergrond aanwezig.
Daarom is de daling van de totale studieschuld niet het hele verhaal. Voor een groeiende groep is de schuld juist zwaar.
Bijna de helft heeft minder dan 10 duizend euro schuld
Niet iedereen met een studieschuld heeft een groot bedrag openstaan. Bijna de helft van de mensen met een studieschuld heeft minder dan 10 duizend euro schuld. Ongeveer 4 procent heeft zelfs minder dan 500 euro openstaan.
Dat nuanceert het beeld. De groep met studieschuld is groot, maar de hoogte van de schuld verschilt sterk. Voor de één gaat het om een relatief beperkt bedrag dat goed af te lossen is. Voor de ander gaat het om een bedrag dat nog lang meespeelt.
De spreiding is daardoor belangrijker dan het gemiddelde alleen. Een dalende totale schuld kan positief zijn, terwijl de groep met hoge schulden tegelijk groot blijft.
Gemiddelde schuld stijgt nog steeds
Ondanks de daling van de totale studieschuld nam de gemiddelde studieschuld opnieuw toe. Begin 2026 bedroeg de gemiddelde studieschuld 18.300 euro. Dat is iets meer dan een jaar eerder.
Sinds de invoering van het leenstelsel in 2015 is de gemiddelde schuld met 5.900 euro gestegen. Dat laat zien hoe sterk het leenstelsel heeft doorgewerkt in de individuele schulden van studenten en oud-studenten.
Voor huidige studenten daalt de gemiddelde schuld juist. Zij hadden begin 2026 gemiddeld 15.600 euro schuld, duizend euro minder dan een jaar eerder. Dat past bij het effect van de basisbeurs.
Bij oud-studenten stijgt de gemiddelde schuld wel. Zij hadden begin 2026 gemiddeld 19.200 euro studieschuld. Dat komt doordat steeds meer mensen die onder het leenstelsel studeerden inmiddels zijn afgestudeerd.
Basisbeurs verandert vooral de nieuwe instroom
De herinvoering van de basisbeurs remt vooral de nieuwe opbouw van studieschuld. Studenten die nu beginnen of nog studeren, hoeven minder te lenen dan eerdere cohorten. Dat effect is duidelijk zichtbaar in het dalende aantal studenten met schuld en de lagere gemiddelde schuld onder huidige studenten.
Maar de basisbeurs lost bestaande schulden niet op. Wie al een hoge schuld heeft opgebouwd, blijft die schuld meenemen. Daardoor ontstaat een verschil tussen generaties studenten.
Nieuwe studenten profiteren van een ander stelsel. Oud-studenten uit de leenstelselperiode blijven nog lang zichtbaar in de cijfers. Dat verklaart waarom de totale studieschuld nu kan dalen, terwijl de gemiddelde schuld onder oud-studenten nog oploopt.
Pechgeneratie blijft herkenbaar in cijfers
De term pechgeneratie wordt vaak gebruikt voor studenten die onder het leenstelsel vielen. Zij hadden geen volledige basisbeurs en bouwden daardoor vaker hogere schulden op. De nieuwe CBS-cijfers laten zien dat deze groep nog niet uit de statistieken verdwijnt.
Juist de hoge schulden zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dat past bij studenten die langere opleidingen volgden, op kamers woonden of weinig financiële steun hadden. Ook studenten die door omstandigheden studievertraging opliepen, konden veel meer schuld opbouwen.
De politieke discussie over compensatie is daarmee niet los te zien van deze cijfers. De totale schuld daalt nu, maar een deel van de oud-studenten blijft met hoge bedragen zitten.
Studieschuld werkt lang door
Een studieschuld is anders dan veel andere schulden. De aflossing is gekoppeld aan inkomen en de voorwaarden zijn vaak gunstiger dan bij commerciële leningen. Toch betekent dat niet dat de schuld geen gevolgen heeft.
Een studieschuld kan invloed hebben op hoeveel iemand kan lenen voor een woning. Ook kan het psychologisch meespelen. Wie met tienduizenden euro’s schuld start op de arbeidsmarkt, kijkt anders naar sparen, risico’s nemen of grote financiële beslissingen.
Voor zelfstandigen of starters op de woningmarkt kan dat extra zwaar voelen. Zij hebben vaak al te maken met hoge woonlasten, onzeker inkomen of lastige financiering. Een studieschuld komt daar bovenop.
Daarom is het belangrijk om niet alleen naar betaalbaarheid van de maandlast te kijken, maar ook naar de bredere financiële startpositie van jongeren en oud-studenten.
Minder nieuwe schuld is goed nieuws
De daling van het aantal studenten met een studieschuld is positief. Het betekent dat minder jongeren hun volwassen leven beginnen met een lening voor hun opleiding. Dat kan op termijn helpen om financiële druk te verminderen.
Ook de daling van de totale studieschuld is een belangrijk kantelpunt. Jarenlang leek de schuld alleen maar verder op te lopen. Nu is voor het eerst zichtbaar dat het totaal omlaag kan.
Maar dat effect zal tijd nodig hebben. Studieschulden worden over lange periodes afgelost. De cijfers van oud-studenten blijven daardoor nog jaren worden beïnvloed door het leenstelsel.
De komende jaren wordt vooral interessant of de groep met hoge schulden ook gaat dalen. Pas dan is echt sprake van verlichting aan de zware kant van de studieschuldproblematiek.
Verschil tussen studenten en oud-studenten groeit
Het contrast tussen huidige studenten en oud-studenten wordt groter. Huidige studenten lenen minder vaak en hebben gemiddeld minder schuld dan een jaar eerder. Oud-studenten hebben juist gemiddeld meer schuld.
Dat zegt veel over de overgang tussen twee stelsels. De basisbeurs remt nieuwe schulden, maar de oude schulden blijven nog lang bestaan.
Voor onderwijsbeleid is dat belangrijk. Een stelselwijziging werkt niet meteen volledig door. Eerst verandert het gedrag van huidige studenten. Daarna pas, jaren later, verandert de samenstelling van de groep oud-studenten.
Daarom zal het nog even duren voordat de herinvoering van de basisbeurs ook duidelijk zichtbaar wordt in lagere gemiddelde schulden onder oud-studenten.
Daling met een kanttekening
De boodschap van de nieuwste CBS-cijfers is dus dubbel. De totale studieschuld is voor het eerst gedaald en minder studenten lenen. Dat is duidelijk goed nieuws.
Tegelijk blijft de schuld hoog. Er zijn nog altijd 1,5 miljoen mensen met een studieschuld. De gemiddelde schuld stijgt door en 145 duizend mensen hebben een schuld van minstens 50 duizend euro.
Voor beleidsmakers, studenten en ouders is vooral die combinatie belangrijk. Het nieuwe stelsel lijkt de opbouw van nieuwe schulden te beperken, maar de erfenis van het leenstelsel blijft nog jaren zichtbaar.
Nederland is dus niet ineens van het studieschuldprobleem af. Wel lijkt de richting voor nieuwe studenten veranderd. Minder jongeren bouwen schuld op, maar veel oud-studenten dragen de oude rekening nog mee.
Bronnen: Centraal Bureau voor de Statistiek en StatLine.