Paus Franciscus is op 88-jarige leeftijd overleden. Kardinaal Kevin Farrell, die als camerlengo de lopende zaken van het Vaticaan behartigt na het overlijden van een paus, maakte het nieuws bekend. Hij verklaarde dat “vanmorgen om 07.35 uur de bisschop van Rome, Franciscus, terugkeerde naar het huis van de Vader” en dat “zijn hele leven gewijd was aan de dienst aan de Heer en zijn Kerk.”
Paus verscheen nog tijdens paasviering
Ondanks zijn slechte gezondheid verscheen de paus gisteren nog op het balkon van de Sint-Pietersbasiliek tijdens de traditionele paasviering. Zittend in een rolstoel sprak hij de zegen urbi et orbi uit en wenste hij iedereen een zalig Pasen. Hij was verstaanbaar, groette het publiek en oogde vermoeid maar aanwezig. De volledige paasboodschap werd door een ander voorgelezen. Tijdens de ochtendmis, die hij zelf aan zich voorbij liet gaan, namen kardinalen zijn rol over.
Reeks gezondheidsproblemen
Franciscus kampte al langer met fysieke klachten. Begin dit jaar verbleef hij meerdere weken in het ziekenhuis met een zware longontsteking, en in 2021 onderging hij een zware darmoperatie. Hoewel hij eind vorige maand nog het ziekenhuis verliet, was zijn aanwezigheid bij liturgieën in de Goede Week beperkt. Hij liet onder andere Witte Donderdag en Goede Vrijdag aan zich voorbijgaan, en ook de paasnacht werd niet door hem geleid.
Historisch pontificaat
Franciscus werd geboren op 17 december 1936 in Buenos Aires als Jorge Mario Bergoglio. Op 13 maart 2013 werd hij gekozen tot paus, als opvolger van Benedictus XVI. Zijn benoeming was verrassend, mede omdat hij op dat moment 76 jaar oud was. Bovendien was hij de eerste paus van buiten Europa sinds de achtste eeuw en de eerste uit Latijns-Amerika.
Bron: NOS