De werkloosheid in Nederland bleef in mei op 3,9 procent van de beroepsbevolking. Daarmee waren 399 duizend mensen zonder betaald werk, maar wel actief op zoek naar een baan en direct beschikbaar om te beginnen. Op papier veranderde er weinig ten opzichte van april. Toch laat het nieuwe CBS-cijfer zien dat de arbeidsmarkt iets minder strak aanvoelt dan de afgelopen jaren.
In de afgelopen drie maanden nam het aantal werklozen gemiddeld met 6 duizend per maand af. Tegelijkertijd waren er gemiddeld 7 duizend minder mensen met betaald werk. Die combinatie is opvallend. Een daling van de werkloosheid betekent namelijk niet altijd dat meer mensen werk vinden. Ook mensen die stoppen met zoeken of tijdelijk niet beschikbaar zijn, vallen buiten de werkloosheidsstatistiek.
Het CBS wijst er bovendien op dat de cijfers over april en mei voorlopig zijn. Door een technische storing was de respons op de enquête lager dan normaal. Kleine verschuivingen kunnen daarom later nog worden bijgesteld.
Aantal werkenden daalt licht
Nederland telde in mei iets minder werkenden dan in de maanden daarvoor. Vooral de uitstroom uit werk speelde daarbij een rol. Mensen gingen met pensioen, stopten tijdelijk met werken of kwamen in een situatie terecht waarin zij niet direct beschikbaar waren voor een nieuwe baan.
De arbeidsmarkt is daarmee niet ineens zwak geworden. De werkloosheid blijft laag en in veel sectoren is personeel nog altijd moeilijk te vinden. Wel is het beeld anders dan een paar jaar geleden, toen het aantal werkenden vrijwel elke maand groeide en werkgevers op grote schaal vacatures open hadden staan.
Ook het aantal zelfstandigen neemt al langere tijd af. Het aantal werknemers groeit nog wel, maar minder hard dan voorheen. Daarmee lijkt de arbeidsmarkt langzaam wat meer in balans te komen.
Meer mensen buiten de beroepsbevolking
Naast werkenden en werklozen zijn er ruim 3,2 miljoen mensen die niet tot de beroepsbevolking behoren. Zij hebben geen baan, maar zoeken niet actief naar werk of zijn niet direct beschikbaar. Het gaat onder meer om gepensioneerden, studenten, mensen die ziek zijn en mensen die om andere redenen tijdelijk niet kunnen of willen werken.
Die groep groeide de afgelopen drie maanden gemiddeld met 11 duizend personen per maand. Dat heeft invloed op het werkloosheidscijfer. Wie stopt met zoeken, wordt niet meer als werkloos meegerekend. Daardoor kan de werkloosheid dalen of gelijk blijven, terwijl het aantal mensen met betaald werk niet toeneemt.
Dat is precies waarom het CBS niet alleen naar het percentage werklozen kijkt, maar ook naar de beweging tussen werk, werkloosheid en de groep buiten de arbeidsmarkt.
Veel mensen vonden alsnog werk
In mei vonden 152 duizend mensen die drie maanden eerder nog werkloos waren een baan. Daarnaast stopten 102 duizend mensen met zoeken naar werk. Zij verlieten de beroepsbevolking.
Tegenover die uitstroom stonden 236 duizend mensen die in mei werkloos waren, maar dat drie maanden eerder nog niet waren. Daarvan kwamen 125 duizend mensen vanuit werk. Zij verloren hun baan of stopten met werken en gingen daarna op zoek naar iets nieuws. Nog eens 111 duizend mensen kwamen vanuit de groep die eerder niet actief op zoek was naar werk.
Per saldo was de uitstroom uit de werkloosheid groter dan de instroom. Daardoor nam het aantal werklozen gemiddeld licht af.
Minder WW-uitkeringen in mei
Ook het UWV registreerde in mei minder lopende WW-uitkeringen. Aan het einde van de maand waren er 199.400 uitkeringen. Dat is 1,8 procent minder dan eind april.
Er kwamen 19 duizend nieuwe WW-uitkeringen bij, terwijl 22.800 uitkeringen werden beëindigd. De daling was zichtbaar in bijna alle sectoren. Vooral in de landbouw, groenvoorziening en visserij, de bouw en de uitzendbranche nam het aantal uitkeringen af.
Het voorjaar speelt daarbij waarschijnlijk mee. In verschillende sectoren komt het werk in deze periode weer op gang, waardoor mensen sneller opnieuw aan de slag kunnen. De cijfers van UWV en CBS zijn niet volledig vergelijkbaar, omdat niet iedere werkloze recht heeft op WW. Samen geven ze wel een beeld van een arbeidsmarkt die nog behoorlijk sterk is.
Krapte neemt af, maar personeel blijft schaars
De grote krapte op de arbeidsmarkt lijkt iets minder scherp dan in de afgelopen jaren. Dat betekent niet dat werkgevers ineens ruim keuze hebben. In de zorg, techniek, bouw, logistiek, onderwijs en ICT blijft het lastig om geschikt personeel te vinden.
Wel zijn er meer signalen dat werkgevers voorzichtiger worden. Sommige bedrijven stellen vacatures later open, kiezen eerder voor tijdelijke contracten of wachten af hoe de economie zich ontwikkelt. Tegelijk blijven veel vacatures langer openstaan dan werkgevers zouden willen.
Voor werkzoekenden is de kans op werk dus nog steeds groot, maar de situatie verschilt sterker per beroep, regio en opleidingsniveau dan een paar jaar geleden.
Voorlopige cijfers vragen om nuance
De maandcijfers zijn deze keer minder zeker dan gebruikelijk. Door een brand in een datacenter konden tijdelijk minder mensen deelnemen aan de CBS-enquête. Daardoor was de respons lager. De cijfers over april en mei kunnen dus nog veranderen wanneer aanvullende informatie beschikbaar komt.
De hoofdlijn verandert daardoor waarschijnlijk niet direct: de werkloosheid blijft laag, maar de arbeidsmarkt groeit minder hard. Er zijn iets minder mensen met betaald werk en meer mensen die buiten de beroepsbevolking vallen.
Bronnen: CBS en UWV.