Het Openbaar Ministerie heeft een geldboete van 30.000 euro geëist tegen een kinderopvang in Huizen, waarvan 25.000 euro voorwaardelijk. De stichting achter de opvang wordt verantwoordelijk gehouden voor het overlijden van de tweejarige Amin, die op 3 april 2023 tijdens een opvangdag in een nabijgelegen sloot belandde en verdronk. De opvang wordt vervolgd voor dood door schuld.
Veiligheidsbeleid schoot tekort
Uit het onderzoek blijkt dat het risico op verdrinking niet was opgenomen in het veiligheidsbeleid van de kinderopvang. De peuters konden zelfstandig het terrein verlaten door hekjes te openen, en er zijn geen maatregelen getroffen om dit te voorkomen. Hoewel het bekend was dat Amin vaker wegliep – wat al tweemaal eerder gebeurde – werd dit niet gemeld en bleef actie uit.
De opvang zette extra personeel in na verzoek van medewerkers, maar op de dag van het incident wist de invalkracht niets van de voorgeschiedenis van het kind. “Het ging om een groep met meerdere peuters die extra aandacht nodig hadden,” aldus de officier van justitie. “De maatregelen die de kinderopvang heeft genomen, waren niet de juiste en volstonden niet.”
Aansprakelijkheid bij overlijden
Volgens het OM heeft de opvang onvoldoende gedaan om gevaarlijke situaties te voorkomen. De sloot naast het terrein was volgens justitie een bekend risico. “Dat de sloot een groot risico was, is overduidelijk,” stelt de officier van justitie. “Juist daardoor is het onbegrijpelijk dat daar geen beleid op is gemaakt.”
De opvang zou daarmee tekort zijn geschoten in haar verantwoordelijkheid om kinderen een veilige omgeving te bieden. “Het Openbaar Ministerie realiseert zich dat er geen enkele straf bevredigend of afdoende is als het gaat om een kind dat er niet meer is,” aldus de officier. “Het verdriet dat deze tragische gebeurtenis met zich heeft meegebracht is onbeschrijfelijk.”
De boete moet volgens het OM vooral een waarschuwing zijn aan de gehele sector. Kinderveiligheid moet altijd de hoogste prioriteit krijgen.
Ruimte in wetgeving vergroot risico’s
Het OM stelt dat de huidige wet- en regelgeving ontoereikend is. Inspecties bleken alleen te kijken naar risico’s die de opvang zélf had geïnventariseerd. Daardoor werd het gevaar van de naastgelegen sloot over het hoofd gezien. “Dat tijdens het vergunningstraject van de gemeente en tijdens de inspecties van de GGD telkens het risico op verdrinking door de aangrenzende sloot niet is benoemd, is niet te volgen.”
Volgens het OM biedt de huidige Wet kinderopvang te veel vrijheid: “De huidige wetgeving geeft een kinderdagverblijf veel ruimte, wellicht te veel ruimte,” aldus de officier. “Het op zijn minst opmerkelijk te noemen dat niet is vastgelegd dat een buitenruimte omheind en afgesloten moet zijn, zodanig dat deze omheining niet te openen is door kleine kinderen.”
De rechtbank doet op 2 juli uitspraak.
Bron: OM