De gemeente Amsterdam heeft voor het eerst openlijk excuses aangeboden voor de betrokkenheid bij de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Burgemeester Femke Halsema sprak deze woorden tijdens de Holocaustherdenking in de Hollandsche Schouwburg. Zij erkende dat de gemeente op verschillende niveaus actief meewerkte aan anti-Joodse maatregelen en deportaties.
Gemeentelijke diensten speelden centrale rol
Tijdens haar toespraak benadrukte Halsema dat diverse gemeentelijke diensten niet alleen formalistisch handelden, maar zelfs actief bereid waren om de bezetter te ondersteunen. “Bestuurders en ambtenaren waren niet alleen kil en formalistisch, maar zelfs bereid om mee te werken met de bezetter.”
Zo verzorgde de bevolkingsadministratie de registratie van Joden al voordat de Duitse bezetting volledig van kracht was. Op stadskaarten werd aangegeven waar Joodse inwoners woonden, wat de deportaties vergemakkelijkte. De Amsterdamse politie speelde eveneens een rol bij deze deportaties.
Het openbaar vervoerbedrijf GVB leverde trams en regelde het vervoer naar verzamelplaatsen in de stad. De Hollandsche Schouwburg was een van deze locaties, waar duizenden Joodse Amsterdammers werden opgesloten in afwachting van deportatie. Met name tram 8 bracht velen naar treinstations voor transport naar werkkampen.
Onderzoek bevestigt betrokkenheid gemeente
De excuses volgen op onderzoek van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, dat de omvang van de gemeentelijke betrokkenheid blootlegde. Dit onderzoek werd in opdracht van de gemeente Amsterdam uitgevoerd en toont aan dat in alle lagen van de overheid werd samengewerkt met de bezetter.
Vorig jaar sprak het GVB al spijt uit over haar rol in de transporten en over het feit dat na de oorlog nog facturen werden verstuurd voor deze diensten. Tramlijn 8 keerde na de oorlog niet terug in Amsterdam.
Na de oorlog weinig mededogen
Ook na de bevrijding bleek de gemeente weinig mededogen te tonen. Joodse bewoners die hun huis terugvonden, werden geconfronteerd met achterstallige erfpachtbetalingen en boetes. “En zij die hun woning wel terugkregen en probeerden hun leven weer op te pakken, werden overvallen door de gemeente die achterstallige erfpachtbetalingen en boetes kwam innen”, aldus Halsema. Haar conclusie was dat de stad hierin moreel tekortschiet: “De onontkoombare conclusie is dat de gemeente moreel heeft gefaald.”
Investering in toekomst Joods leven
Om het Joodse leven in Amsterdam te ondersteunen en zichtbaarder te maken, stelt de gemeente 25 miljoen euro beschikbaar. Deze investering is onderdeel van de erkenning van het gemeentelijk falen. Een commissie onder leiding van voormalig minister Jet Bussemaker zal in overleg met Joodse organisaties adviseren over de besteding van dit bedrag. Halsema benadrukte het belang hiervan: “Zonder Joods leven is er geen Amsterdam.”
Met deze stap probeert de stad recht te doen aan het verleden en ruimte te bieden voor herstel en toekomst.
Bron: NOS