Zorgopleidingen proberen meer studenten op te leiden, maar lopen vast op iets wat in de praktijk alles bepaalt: stageplekken. Door een tekort aan plekken waar mbo studenten praktijkervaring kunnen opdoen, zetten sommige opleidingen tijdelijk de rem op de instroom. Dat zorgt voor een pijnlijke situatie, omdat juist in zorg, welzijn en aanverwante richtingen al jaren een groot personeelstekort speelt.
Onderwijsminister Rianne Letschert zegt dat het kabinet een einde wil maken aan het tekort aan mbo stageplekken in de zorg en dat ze zoekt naar “structurele financiering” om de positie van mbo studenten op de stagemarkt te verbeteren. Tegelijkertijd waarschuwt ze dat dit precies een sector is waar je de gevolgen niet wilt zien. Over de stokkerige instroom van nieuw afgestudeerden zegt ze: “Dat is een sector waar je dat absoluut niet wil zien.”
Stageplek bepaalt of je kunt doorstromen
In het mbo is stage geen extraatje. Zonder stage geen diploma, en zonder diploma geen nieuwe instroom op de arbeidsmarkt. Dat maakt het tekort direct voelbaar. Studenten kunnen gemotiveerd beginnen, maar als er geen plek is om uren te maken en vaardigheden te oefenen, ontstaan vertragingen. Soms wordt een stage uitgesteld, soms schuift een afstudeermoment op, en in het uiterste geval moet een opleiding keuzes maken bij toelating.
Bij ROC Mondriaan in Den Haag is er vanwege het stagetekort een numerus fixus voor de opleiding sociaal werker. Directeur Remco Vierling ziet meer vraag dan ruimte en zegt: “Maar er zijn veel meer studenten die de opleiding willen volgen.” Ook mbo instelling Curio in Roosendaal heeft al een numerus fixus voor sociaal werker en overweegt dat ook voor de opleiding doktersassistent te doen. In één geval kon zelfs een hele klas eerstejaars geen stageplek vinden en werden extra theorie en praktijklessen in de klas als alternatief ingezet.
Personeelstekort maakt begeleiding lastiger
Het probleem heeft iets paradoxaals. Juist sectoren met personeelstekorten zijn terughoudend met stagiairs, omdat begeleiding tijd en capaciteit vraagt. Die tijd is er niet altijd, zeker niet op afdelingen waar roosters al onder druk staan. Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel: minder begeleiding leidt tot minder stageplekken, minder stageplekken leidt tot minder afgestudeerden, en minder afgestudeerden maakt het personeelstekort groter.
Onderwijsmanager Marita Bogers van Curio vat dat in het NOS item kernachtig samen: “Dus eigenlijk gaan we een beetje in een cirkeltje rond.” En volgens de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven speelt nog iets mee: zorgorganisaties geven soms de voorkeur aan stagiairs met meer ervaring of aan hbo studenten, omdat die minder begeleiding nodig hebben. Dat pakt voor eerstejaars mbo studenten extra ongunstig uit.
Geld helpt maar is niet de hele oplossing
De discussie gaat al snel over geld. Meer stageplekken vragen begeleiding, en begeleiding kost uren. Toch is het volgens de Algemene Rekenkamer niet vanzelfsprekend dat extra subsidie automatisch leidt tot veel meer plekken. In 2023 concludeerde de Rekenkamer dat geld zorgorganisaties “slechts in beperkte mate” prikkelt om meer stages aan te bieden, omdat het grootste knelpunt vooral zit in een tekort aan beschikbare stagebegeleiders.
Dat is ook relevant in het licht van het Stagefonds Zorg, een regeling die juist bedoeld was om meer stageplaatsen mogelijk te maken en de stagebegeleiding te verbeteren. De minister zoekt nu naar structurele financiering, maar de praktijk laat zien dat financiering alleen niet genoeg is als er simpelweg te weinig mensen zijn om studenten goed te begeleiden.
Stagepact en nieuwe afspraken
In 2023 werd het Stagepact mbo gesloten, met afspraken over onder meer het aantal stageplekken, vergoedingen, betere begeleiding en het tegengaan van stagediscriminatie. Dat pact loopt volgend jaar af. Letschert zegt dat ze daar opnieuw naar moet kijken en benadrukt dat het totale stagetekort onder mbo studenten landelijk rond 1 procent ligt, wat relatief laag is. Tegelijk noemt ze het “zorgelijk” dat het tekort juist zit in sectoren waar de arbeidsmarkt al krap is, zoals zorg, sport en welzijn.
Die nuance is belangrijk. Het gaat niet om een landelijk beeld waarin overal te weinig stageplaatsen zijn, maar om knelpunten in specifieke sectoren. En precies daar zijn de gevolgen het grootst, omdat de druk op de zorg niet afneemt, maar structureel is.
Wat betekent dit voor de zorg en de arbeidsmarkt
De impact van een stagekrapte gaat verder dan het onderwijs. Zorginstellingen hebben personeel nodig, maar het opleiden van nieuw personeel vraagt tijd, begeleiding en ruimte. Als opleidingen minder studenten toelaten of als studenten vertragen, komt er later minder aanbod op de arbeidsmarkt.
Dat raakt ook de duurzaamheid van het zorgsysteem. Personeelstekorten leiden tot hogere werkdruk, hogere uitstroom en meer ziekteverzuim. En dat maakt het nóg lastiger om stagiairs te begeleiden. Daardoor wordt stagebeleid een strategisch onderwerp: niet alleen voor scholen, maar ook voor instellingen die hun personeelsbestand op orde willen houden.
Waar de oplossingen waarschijnlijk liggen
De komende maanden zal duidelijk worden welke maatregelen het kabinet wil nemen. Letschert heeft aangekondigd dat ze voor de zomer de Tweede Kamer zal informeren. In de praktijk liggen oplossingen meestal in een combinatie van maatregelen, niet in één knop.
Een structurele route is het versterken van begeleidingscapaciteit. Dat kan door stagebegeleiding beter te organiseren, door tijd expliciet vrij te roosteren, of door begeleiding slimmer te verdelen over teams. Ook kunnen samenwerkingen tussen instellingen helpen, bijvoorbeeld door regionaal stageplaatsen te bundelen en studenten beter te spreiden.
Een tweede route is het aantrekkelijker maken voor organisaties om leerplekken aan te bieden, bijvoorbeeld via regelingen die begeleiding deels compenseren. De Subsidieregeling praktijkleren is daar een voorbeeld van: die is bedoeld als tegemoetkoming voor werkgevers die een praktijk of werkleerplaats aanbieden en kan oplopen tot maximaal 2.700 euro per gerealiseerde plek.
Maar welke route ook gekozen wordt, het probleem blijft in de kern praktisch. Studenten kunnen pas door als er een plek is waar ze het vak leren, onder begeleiding van mensen die zelf al overbelast zijn. Dat vraagt om keuzes, organisatie en tijd.
Waarom dit thema nu extra urgent is
De zorgvraag neemt toe, het personeelstekort blijft groot en opleidingen proberen mee te bewegen. Juist daarom is het pijnlijk wanneer stageplekken de bottleneck worden. Het is niet het soort probleem dat je oplost met één beleidsbrief of een kortstondige campagne. Het gaat om de vraag of er op de werkvloer ruimte wordt gemaakt om de volgende generatie op te leiden.
En zolang die ruimte ontbreekt, blijft de rem op toelating een logisch maar vervelend gevolg. Niet omdat opleidingen dat willen, maar omdat het systeem anders vastloopt.
Bronnen: NOS, Algemene Rekenkamer, DUS I Stagefonds Zorg, RVO Subsidieregeling praktijkleren, MBO Raad