In 2024 gaf bijna 50 procent van de Nederlanders van 15 jaar of ouder aan het afgelopen jaar vrijwilligerswerk te hebben gedaan. Dat blijkt uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het percentage is vergelijkbaar met 2023, toen 48,7 procent actief was als vrijwilliger.
Na een jarenlange daling tijdens de coronapandemie is het aandeel vrijwilligers de afgelopen jaren weer toegenomen. In 2021 bereikte het aandeel vrijwilligers met 38,9 procent het laagste niveau in meer dan een decennium. Sindsdien is het percentage gestaag gestegen.
Sportverenigingen populairst onder vrijwilligers
De meeste mensen verrichten vrijwilligerswerk voor sportverenigingen. In 2024 gaf 16,2 procent aan zich hiervoor in te zetten. Ook hobbyverenigingen (10,9 procent) en activiteiten in de buurt of op scholen (beide circa 10 procent) zijn populaire vormen van vrijwilligerswerk.
Vrijwilligerswerk voor arbeids- of politieke organisaties en vluchtelingeninstanties komt het minst vaak voor; slechts 2,2 tot 2,4 procent van de bevolking is hier actief. Ook sociale hulpverlening, zoals bij voedselbanken, wordt relatief weinig genoemd (3,7 procent), al is dit aandeel sinds 2012 wel gestegen.
Vrijwilligerswerk voor jeugdwerkorganisaties is eveneens in opkomst: 7 procent van de mensen van 15 jaar of ouder was hier in 2024 actief, tegen 4 procent in het voorgaande jaar.
Jongvolwassenen en ouderen minder actief
Niet alle leeftijdsgroepen zijn even actief. Vooral mensen tussen de 25 en 35 jaar en 75-plussers doen minder vaak vrijwilligerswerk (respectievelijk 43 en 46 procent). Daarentegen is onder hoger opgeleiden het aandeel vrijwilligers bovengemiddeld: 57 procent van de mensen met een hbo- of wo-diploma gaf aan zich vrijwillig in te zetten.
Mensen die samenwonen met een partner en thuiswonende kinderen hebben, zijn het vaakst vrijwilliger (57 procent). Binnen deze groep zijn vooral school- en sportverenigingen populair, met respectievelijk 22 en 23 procent.
Alleenstaanden, met of zonder kinderen, zijn minder vaak actief als vrijwilliger (respectievelijk 41 en 43 procent).
Vrijwilligerswerk minder populair in stedelijke gebieden
Het aandeel vrijwilligers verschilt duidelijk tussen stedelijke en niet-stedelijke gebieden. In zeer sterk stedelijke gebieden gaf 44 procent van de mensen aan zich in 2024 vrijwillig te hebben ingezet. In niet-stedelijke gebieden lag dit met 59 procent een stuk hoger.
Het verschil is het grootst bij vrijwilligerswerk voor de buurt: 8 procent in zeer sterk stedelijke gebieden tegenover 18 procent in niet-stedelijke gebieden. Ook bij sportverenigingen is het verschil aanzienlijk: 12 procent van de stedelingen doet hier vrijwilligerswerk, tegen 20 procent op het platteland.
Bron: CBS