woensdag, oktober 7, 2026
13.6 C
Groningen

Minder dertigjarigen gesetteld dan tien jaar geleden

Dertigjarigen in Nederland zijn in 2021 minder vaak ‘gesetteld’ dan hun leeftijdsgenoten tien jaar eerder. Ze woonden vaker bij hun ouders, hadden minder vaak een kind en waren minder vaak eigenaar van een woning. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI).

Aantal dertigjarigen met koopwoning fors afgenomen

Het aandeel dertigers met een eigen woning daalde in tien jaar tijd van 62 procent naar 51 procent. Ook het aantal ouders onder deze leeftijdsgroep nam af: van 39 procent in 2011 naar 35 procent in 2021. De trend geldt vooral voor mensen zonder vaste baan.

Dertigjarigen met een vast arbeidscontract zijn het vaakst gesetteld. Zij wonen vaker zelfstandig, samen met een partner, hebben vaker kinderen en zijn vaker huiseigenaar dan leeftijdsgenoten met een flexibel contract of zonder werk.

Groep zonder werk of in opleiding minst gesetteld

Vooral dertigers zonder werk of die nog studeren, zijn in 2021 minder vaak zelfstandig of samenwonend. In deze groep nam het woningbezit sterk af: van 31 procent in 2011 naar slechts 20 procent tien jaar later. Ook het percentage dat samenwoont of kinderen heeft, daalde aanzienlijk.

Eigen woning vooral bij werkende ouders

Dertigjarigen die samenwonen met een partner én kinderen hebben, zijn relatief vaak eigenaar van hun woning. Toch bestaan er duidelijke verschillen op basis van opleidings- en arbeidsstatus. Dertigers zonder hbo- of wo-diploma en zonder werk hebben het minst vaak een koopwoning: slechts 45 procent in 2021.

Opvallend is de afname bij hoogopgeleide ouders zonder werk. In 2011 had nog 75 procent van hen een koopwoning, maar dat zakte naar 61 procent in 2021. Daarmee zijn zij inmiddels minder vaak eigenaar dan flexibele werknemers zonder hbo- of wo-diploma.

Grootste terugval onder alleenwonenden zonder werk

Het bezit van een eigen woning daalde het sterkst onder alleenwonende dertigers zonder werk en zonder hoger onderwijs. In tien jaar tijd halveerde het aandeel in deze groep: van 16 procent in 2011 naar slechts 9 procent in 2021.

Ook hoogopgeleide alleenwonenden met een baan zagen hun woningbezit dalen. Bij hen met een vast contract ging dit van 57 naar 44 procent, en bij flexwerkers van 36 naar 23 procent.

Bron: CBS

Recente publicaties

Arbeidsproductiviteit stijgt, maar groei komt met minder gewerkte uren

De commerciële sector heeft in 2025 meer waarde geproduceerd...

Studieschuld daalt voor het eerst, maar hoge schulden blijven zichtbaar

De totale studieschuld in Nederland is voor het eerst...

Inflatie loopt weer iets op door hogere energieprijzen

De inflatie is in september opnieuw iets gestegen. Volgens...

Nieuwe regels voor makelaars moeten biedproces eerlijker maken

De overheid wil harder ingrijpen in de makelaarsbranche. Woonminister...

Cao-lonen stijgen verder, maar tempo van loonstijging neemt af

De cao-lonen in Nederland zijn in het derde kwartaal...

Gerelateerde artikelen