Het Nederlandse defensiebudget wordt verhoogd naar 3,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Daarnaast wil het kabinet jaarlijks 1,5 procent van het bbp besteden aan uitgaven waarvan defensie indirect profiteert, zoals investeringen in cyberveiligheid en de verbetering van infrastructuur.
Het besluit is genomen door het demissionaire kabinet van VVD, NSC en BBB. Minister Brekelmans van Defensie spreekt van een “historisch besluit”.
NAVO-doelstelling als leidraad
De verhoging sluit aan bij de oproep van NAVO-secretaris-generaal Rutte, die pleit voor gezamenlijke defensie-uitgaven van 5 procent van het bbp onder de 32 NAVO-lidstaten. De huidige NAVO-norm staat op 2 procent. De officiële beslissing over de verhoging zal later deze maand worden besproken op de NAVO-top in Den Haag.
Rutte is optimistisch over de uitkomst, mede doordat hij brede steun binnen het bondgenootschap ervaart. Hij benadrukt dat “Europa moet eigen broek ophouden”.
Discussie over financiering
Hoe de extra kosten – geschat op 16 tot 19 miljard euro per jaar – precies worden gedekt, is nog niet duidelijk. Die keuze wordt overgelaten aan een nieuwe coalitie na de kabinetsformatie. Minister Heinen gaf eerder aan dat er “pittige discussies” waren binnen de ministerraad over deze beslissing.
Binnen de VVD bestaat brede steun voor de verhoging, maar partijen als PVV en BBB uitten zorgen over mogelijke bezuinigingen op andere terreinen. Nu de PVV zich uit het kabinet heeft teruggetrokken, is het besluit eenvoudiger tot stand gekomen.
Oorzaken van de verhoging
De verhoogde investeringen hangen samen met:
- De toenemende dreiging vanuit Rusland
- De oorlog in Oekraïne sinds 2022
- Verminderde inzet van de VS onder Trump
- De noodzaak tot modernisering van wapensystemen
Minister Brekelmans pleit al langer voor het volgen van het NAVO-voorstel. Hij wil dat Nederland zich als gastland goed presenteert tijdens de NAVO-top op 24 en 25 juni. Welke oppositiepartijen het plan gaan steunen, is nog onduidelijk. GroenLinks-PvdA wilde hierover geen vragen beantwoorden.
Bron: NOS