Veel Nederlanders vinden het nog altijd belangrijk dat Nederland bijdraagt aan de aanpak van klimaatverandering. Tegelijkertijd groeit de onvrede over de manier waarop de kosten en lasten van klimaatbeleid worden verdeeld. Dat blijkt uit de nieuwe publicatie Klimaat en samenleving 2026 van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Vooral het gevoel dat burgers relatief zwaar worden belast, terwijl grote bedrijven onvoldoende bijdragen, speelt daarin een belangrijke rol.
Volgens het SCP maakt 69 procent van de Nederlanders zich zorgen dat klimaatbeleid het dagelijks leven duurder maakt. Daarnaast vindt 82 procent dat de kosten voor het tegengaan van klimaatverandering oneerlijk zijn verdeeld tussen burgers en bedrijven. Daarmee raakt het klimaatdebat niet alleen aan duurzaamheid, maar ook aan bestaanszekerheid, vertrouwen in de overheid en de vraag wie de rekening betaalt.
Steun voor klimaatmaatregelen blijft bestaan
Het onderzoek laat zien dat het draagvlak voor klimaatbeleid niet is verdwenen. Een meerderheid vindt dat Nederland moet blijven bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering. Ook is er steun voor maatregelen zoals investeringen in openbaar vervoer, verduurzaming van de industrie, groene waterstof, wind op zee, batterijopslag en hogere belastingen voor vervuilende bedrijven.
Daarmee ontstaat een genuanceerd beeld. Nederlanders keren zich niet massaal tegen klimaatbeleid als geheel, maar zetten wel steeds vaker vraagtekens bij de manier waarop dat beleid wordt ingericht. Vooral maatregelen die direct ingrijpen in de portemonnee van huishoudens liggen gevoelig. Dat geldt in het bijzonder wanneer burgers het idee hebben dat andere partijen, zoals grote bedrijven of hogere inkomens, minder zwaar worden geraakt.
Onvrede over aandacht voor klimaat neemt toe
Naast zorgen over kosten ziet het SCP dat de boosheid over de aandacht voor klimaat is toegenomen. In 2026 geeft 34 procent van de Nederlanders aan boos te zijn over de aandacht voor klimaat ten opzichte van andere maatschappelijke problemen. In 2025 was dat nog 24 procent. SCP-onderzoeker Yvonne de Kluizenaar zegt daarover dat de steun voor veel klimaat- en energiemaatregelen vrijwel gelijk is gebleven, ondanks deze groeiende onvrede.
Die ontwikkeling wijst op een bredere spanning in de samenleving. Voor een deel van de Nederlanders staat klimaat hoog op de agenda, zeker in relatie tot natuur, milieu en toekomstige generaties. Andere groepen maken zich juist meer zorgen over criminaliteit, veiligheid, zorg, armoede, bestaanszekerheid en stijgende kosten van levensonderhoud. Het klimaatbeleid komt daardoor steeds vaker terecht in een bredere discussie over prioriteiten.
Grote verschillen tussen groepen
Volgens het SCP verschillen de zorgen per groep sterk. Hbo- en universitair geschoolden maken zich gemiddeld vaker zorgen over klimaat, natuur en milieu. Bij andere opleidingsgroepen ligt de nadruk vaker op veiligheid, criminaliteit, bestaanszekerheid en kosten van levensonderhoud. Dat betekent niet dat deze groepen klimaat onbelangrijk vinden, maar wel dat andere zorgen in het dagelijks leven nadrukkelijker kunnen meewegen.
Die verschillen zijn belangrijk voor de manier waarop klimaatbeleid wordt ontvangen. Een maatregel die voor de ene groep logisch en noodzakelijk voelt, kan voor een andere groep vooral overkomen als extra kostenpost. Zeker wanneer mensen weinig financiële ruimte hebben, geen eigen woning bezitten of beperkte mogelijkheden hebben om zelf te verduurzamen, kan klimaatbeleid sneller als oneerlijk worden ervaren.
Huurders en lage inkomens hebben minder mogelijkheden
Een belangrijk punt in het onderzoek is dat niet iedereen dezelfde kansen heeft om te profiteren van verduurzaming. Huiseigenaren met voldoende inkomen kunnen investeren in isolatie, zonnepanelen of een warmtepomp en soms gebruikmaken van subsidies. Daar staat tegenover dat huurders en mensen met lagere inkomens vaak minder mogelijkheden hebben om hun woning te verduurzamen, terwijl zij wel te maken kunnen krijgen met hogere kosten.
Volgens het SCP leeft daardoor het gevoel dat voordelen en lasten ongelijk terechtkomen. Rijkere huishoudens kunnen maatregelen makkelijker betalen en profiteren vaker van subsidies of een lagere energierekening. Mensen met minder financiële ruimte ervaren de klimaattransitie eerder als iets waar zij weinig grip op hebben, maar wel voor moeten betalen.
Grote bedrijven onder vergrootglas
Een terugkerend punt in de bevindingen is de rol van grote bedrijven. Veel Nederlanders vinden dat grote vervuilers meer verantwoordelijkheid moeten nemen. Zij hebben het gevoel dat bedrijven te weinig betalen, te weinig doen en te veel worden ontzien, terwijl burgers relatief zwaar worden belast.
De Kluizenaar waarschuwt dat juist dit gevoel gevolgen kan hebben voor het draagvlak. In het SCP-bericht zegt zij: “Deze ervaren onrechtvaardigheid kan het draagvlak voor klimaatbeleid ondermijnen”. Volgens het planbureau vinden burgers het belangrijk dat de vervuiler betaalt, dat lasten naar draagkracht worden verdeeld en dat lage inkomens worden beschermd.
Bereidheid om zelf bij te dragen daalt
Het SCP ziet ook dat de bereidheid van burgers om zelf bij te dragen aan het tegengaan van klimaatverandering lager is dan een jaar eerder. Dat betekent niet automatisch dat mensen niets willen doen, maar wel dat de grens van wat zij redelijk vinden dichterbij lijkt te komen. Veel mensen vinden dat zij zelf al voldoende doen, zeker wanneer zij het idee hebben dat grotere vervuilers achterblijven.
Dat maakt de uitvoering van klimaatbeleid ingewikkelder. Beleidsmakers kunnen niet alleen uitgaan van brede steun voor het doel, maar moeten ook rekening houden met de vraag of mensen de weg daarnaartoe eerlijk, betaalbaar en uitvoerbaar vinden. Als maatregelen vooral worden ervaren als extra druk op huishoudens, kan steun voor de klimaatdoelen alsnog afnemen.
Weinig steun voor vlees- en zuiveltaks
Niet alle klimaatmaatregelen krijgen evenveel steun. Volgens het SCP is er weinig draagvlak voor maatregelen zoals een vlees- of zuiveltaks. De steun voor een vleestaks is zelfs kleiner dan in 2024. Dat laat zien dat maatregelen die direct zichtbaar zijn in dagelijkse uitgaven, zoals boodschappen, gevoeliger liggen dan investeringen in infrastructuur of industrie.
Het verschil tussen typen maatregelen is opvallend. Investeringen in openbaar vervoer, industrie en energie-infrastructuur kunnen rekenen op relatief brede steun. Belastingen op dagelijkse consumptie roepen sneller weerstand op. Voor de overheid is dat relevant, omdat beleid dat inhoudelijk effectief kan zijn alsnog maatschappelijk kwetsbaar wordt als burgers het als onrechtvaardig of onbetaalbaar ervaren.
Rechtvaardigheid wordt bepalend voor draagvlak
Het SCP benadrukt dat ervaren rechtvaardigheid een belangrijke rol speelt in het behoud van steun voor klimaat- en energiebeleid. Daarbij gaat het niet alleen om de feitelijke verdeling van kosten, maar ook om de manier waarop burgers die verdeling beleven. Mensen willen weten waarom maatregelen nodig zijn, wie eraan meebetaalt en hoe kwetsbare groepen worden beschermd.
Volgens het planbureau is het daarom belangrijk dat burgers beter worden betrokken bij het maken van beleid. Ook moeten de gevolgen voor verschillende groepen vooraf goed worden doordacht. Zeker bij maatregelen die direct raken aan wonen, reizen, energie of boodschappen is uitleg alleen niet genoeg. Mensen moeten ook ervaren dat de verdeling klopt.
Klimaatbeleid raakt aan vertrouwen in overheid
De uitkomsten van het SCP-onderzoek laten zien dat klimaatbeleid steeds sterker verbonden raakt met vertrouwen in de overheid. Wanneer burgers het idee hebben dat hun belangen minder zwaar tellen dan die van bedrijven, kan dat wantrouwen versterken. Hetzelfde geldt wanneer mensen vinden dat beleid te veel vraagt van huishoudens die al onder druk staan.
Daarmee is de klimaataanpak niet alleen een technische of financiële opgave. Het is ook een maatschappelijke opgave. De overheid moet niet alleen sturen op minder uitstoot, maar ook op draagvlak, betaalbaarheid en een verdeling die door burgers als eerlijk wordt gezien.
Bronnen: NOS en Sociaal en Cultureel Planbureau.
