De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 10 september 2025 een oordeel gegeven over het ontwerpbesluit dat de bescherming van de wolf en de goudjakhals regelt. Vijf dagen later verscheen het advies online. Daarmee is opnieuw duidelijk dat de terugkeer van de wolf in Nederland niet alleen emoties oproept, maar ook ingewikkelde juridische vragen.
Terugkeer van de wolf
Sinds enkele jaren loopt de wolf weer door Nederlandse bossen en natuurgebieden. Voor de een is dat reden tot zorg, voor de ander een teken van herstel van biodiversiteit. Boeren vrezen aanvallen op schapen en kalveren, terwijl natuurbeschermers juist blij zijn met de terugkeer van een top-roofdier. De meningen lopen dus ver uiteen. En die spanning blijft.
Huidige aanpak bij incidenten
Op dit moment kan een provincie in bijzondere gevallen toestemming geven om een wolf te vangen of te doden. Dat gebeurt alleen als er geen andere oplossing is, als de veiligheid in het geding is en als de soort er als geheel niet door in gevaar komt. Soms wordt gekozen voor een minder vergaande maatregel: een zender aanbrengen om het gedrag van het dier te volgen. Pas in uiterste gevallen volgt een dodelijke ingreep.
Europese wijziging doorgevoerd
In het ontwerpbesluit is de Europese Habitatrichtlijn verwerkt. De status van de wolf gaat van ‘strikt beschermd’ naar ‘beschermd’. Ook de goudjakhals, een soort die zich recent in Nederland heeft laten zien, krijgt een beschermde status. Juridisch gezien is dat een logische stap, maar de Raad van State ziet knelpunten in de manier waarop Nederland dit nu wil regelen.
Te ruime beoordelingsregels
De Raad wijst erop dat de voorgestelde beoordelingsregels voor het ingrijpen bij wolven te breed zijn opgesteld. Een probleem: er is geen recent onderzoek beschikbaar naar de staat van instandhouding van de wolf in Nederland. Zolang dat ontbreekt, geldt volgens Europese rechtspraak dat de soort in een ongunstige positie verkeert.
Dat betekent concreet dat er alleen bij zeer ernstige situaties mag worden ingegrepen. De Afdeling benadrukt dat dit uitgangspunt dwingend is. De voorgestelde regels maken volgens haar te veel ruimte voor interpretatie en zouden daardoor in strijd kunnen komen met de Habitatrichtlijn.
Kritiek op koepelvergunningen
Een ander punt van zorg zijn de zogenoemde koepelvergunningen. Daarmee zouden provincies op voorhand vergunningen kunnen krijgen om wolven te vangen of te doden, zonder dat op het moment van verlening vaststaat dat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan.
Volgens de Raad van State is dat niet wenselijk. “Alleen individuele vergunningen bieden voldoende waarborgen,” luidt het advies. Bovendien zou een generieke vergunning de rechtsbescherming van de wolf ondergraven.
Complexe afweging
Het advies maakt duidelijk hoe complex het debat rond de wolf is. Voorstanders van strengere bescherming wijzen op de ecologische rol van het dier. Tegenstanders benadrukken de risico’s voor vee en de kosten die boeren maken om hekken en afrasteringen te plaatsen. Het kabinet probeert met het ontwerpbesluit een middenweg te vinden, maar loopt daarbij tegen de strikte Europese regels aan.
Handelingsperspectief voor de toekomst
De Raad van State wijst erop dat de mogelijkheden voor ingrijpen ruimer worden zodra de wolf in Nederland een gunstige staat van instandhouding bereikt. Dan is er meer juridische speelruimte om zogenoemde probleemwolven aan te pakken. Tot dat moment is voorzichtigheid geboden en moet de overheid zich houden aan de strikte voorwaarden van de Habitatrichtlijn.
Conclusie van het advies
De boodschap van de Raad van State is duidelijk: het ontwerpbesluit kan alleen doorgaan als de beoordelingsregels worden aangescherpt. Anders ontstaat het risico dat Nederland in strijd handelt met Europese regelgeving.
Bron: RvS