Ongeveer 12 procent van de Nederlanders kampt met slapeloosheid. Onderzoek laat zien dat dit niet alleen invloed heeft op de gezondheid, maar ook op de positie op de arbeidsmarkt. Zo neemt de kans op betaald werk met 2,5 procentpunt af bij mensen die slapeloosheid ontwikkelen. Het aandeel zonder werk groeit daardoor van 16,3 naar 18,8 procent.
Daarnaast stijgt de kans op een uitkering, zoals via de Ziektewet of bij arbeidsongeschiktheid, met 2,3 procentpunt. Dit betekent een toename van 8 naar 10,3 procent. Ook het inkomen daalt: gemiddeld met 2,3 procent op jaarbasis. Voor mensen in loondienst komt dit neer op een verlies van ongeveer 800 euro per jaar.
Miljarden euro’s aan productieverlies
De economische impact is aanzienlijk. Door verminderde arbeidsdeelname en lagere productiviteit gaat er jaarlijks naar schatting drie miljard euro aan productie verloren. Dat maakt de maatschappelijke baten van goede behandelingen voor slapeloosheid zichtbaar.
Een effectieve aanpak is cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid (CGT-I). Deze therapie, bestaande uit vijf sessies, kost ongeveer 600 euro. Als de klachten bij een derde van de deelnemers minstens een jaar verdwijnen, wegen de baten op arbeidsmarktniveau al op tegen de kosten.
Behandeling vaak beperkt toegankelijk
Hoewel er bewezen behandelopties bestaan, is de toegang tot zorg niet vanzelfsprekend. Chronische slapeloosheid wordt in de praktijk vaak niet goed behandeld. Een belangrijke oorzaak is dat behandelingen bij een psycholoog in de basis-ggz niet standaard vergoed worden door verzekeraars. Ook is er een tekort aan beschikbare behandelaren.
Het verbeteren van de toegang tot effectieve zorg biedt voordelen voor meerdere partijen. Werkgevers profiteren van hogere productiviteit en minder ziekteverzuim. De overheid bespaart op uitkeringen en burgers zien hun kansen op de arbeidsmarkt toenemen.
Bron: SEO