Nederlandse ondernemers kijken weer minder somber naar de economie. Het ondernemersvertrouwen is in juli duidelijk gestegen, na een forse terugval eerder dit jaar. Toch is van echt optimisme nog geen sprake. De vertrouwensindicator staat nog steeds onder nul en ondernemers blijven rekening houden met geopolitieke spanningen, personeelstekorten en veranderende regels.
Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek kwam het ondernemersvertrouwen in juli uit op -5,3. In april stond de indicator nog op -14,8. Dat betekent dat ondernemers in korte tijd aanzienlijk minder negatief zijn geworden over het economisch klimaat.
De stijging volgt op een periode waarin de zorgen snel toenamen. Vooral de oorlog in het Midden-Oosten en onzekerheid over handel en energie raakten het sentiment. Inmiddels lijken de zwaarste zorgen iets afgenomen. De gevolgen voor bedrijven bleken minder groot dan veel ondernemers op dat moment vreesden.
Vertrouwen herstelt na harde klap
De cijfers laten vooral een herstel zien na een scherpe daling. Dat maakt de stijging positief, maar ook relatief. Het vertrouwen is nog altijd lager dan vóór de internationale onrust eerder dit jaar.
Ondernemers beoordelen het economisch klimaat over de afgelopen maanden nog steeds negatief. Ook de verwachtingen voor de komende periode blijven licht onder nul. Wel is het verschil met april groot. Toen overheerste onzekerheid veel sterker.
De vertrouwensindicator bestaat uit twee onderdelen: hoe ondernemers de afgelopen maanden beoordelen en wat zij verwachten voor de komende maanden. In juli stond de beoordeling van het recente economisch klimaat op -9,3. De verwachting voor de komende maanden kwam uit op -1,4. Dat laatste cijfer ligt dus veel dichter bij neutraal.
Daaruit blijkt dat ondernemers het recente verleden nog lastig vinden, maar de toekomst minder somber inschatten.
Wereldwijde onrust blijft wel een rem
De betere cijfers betekenen niet dat ondernemers ontspannen achteroverleunen. Volgens de NOS zegt een groot deel van de ondervraagde ondernemers dat zij het afgelopen jaar meer economische onzekerheid hebben ervaren. Geopolitieke spanningen worden daarbij vaak genoemd.
De oorlog in Iran, spanningen rond energie en handelsmaatregelen vanuit de Verenigde Staten spelen mee. Ook personeelstekorten en regelgeving blijven ondernemers bezighouden.
Voor veel bedrijven is onzekerheid lastig omdat investeringen, contracten en voorraden vaak vooruit gepland moeten worden. Wie niet weet hoe grondstofprijzen, importtarieven of transportkosten zich ontwikkelen, is voorzichtiger met nieuwe verplichtingen.
Dat zie je ook terug in de manier waarop bedrijven reageren. Ondernemers proberen hun bedrijf minder kwetsbaar te maken. Ze sluiten kortere contracten af, houden meer geld achter de hand of bouwen extra flexibiliteit in bij inkoop en planning.
Dat kan verstandig zijn, maar heeft ook een keerzijde. Geld dat op de rekening blijft staan, wordt niet geïnvesteerd in machines, personeel, uitbreiding of verduurzaming.
ICT-sector meest positief
De verschillen tussen sectoren zijn groot. Informatie en communicatie springt eruit als de meest positieve bedrijfstak. Het vertrouwen kwam daar in juli uit op 4,6. Daarmee is de ICT een van de weinige sectoren waar ondernemers per saldo positief zijn.
De opkomst van kunstmatige intelligentie speelt daarbij waarschijnlijk een belangrijke rol. Voor veel ICT-bedrijven levert AI nieuwe opdrachten, producten en diensten op. Bedrijven willen automatiseren, processen verbeteren of nieuwe technologie inzetten. Dat geeft de sector extra vraag, ook wanneer andere delen van de economie voorzichtiger zijn.
CBS-econoom Peter Hein van Mulligen zegt daarover bij de NOS: “Dat geeft deze bedrijfstak bij uitstek heel veel kansen.”
Ook de industrie laat verbetering zien. Daar kwam het vertrouwen in juli uit op -1,0. Dat is nog net negatief, maar wel duidelijk beter dan in april, toen de industrie op -10,9 stond. Ondernemers in de industrie zijn vooral positiever geworden over de komende maanden.
Autohandel blijft opvallend somber
De autohandel en -reparatie vormt een uitzondering. Waar het vertrouwen in veel sectoren verbeterde, blijft deze branche duidelijk negatief. In juli kwam het vertrouwen uit op -8,0.
Dat is opvallend, omdat de automarkt dit jaar niet stilvalt. Vooral elektrische en deels elektrische auto’s zijn in trek. Tegelijk daalt de verkoop van benzine- en dieselauto’s. Dat verschil kan verklaren waarom niet alle ondernemers in de branche profiteren.
Veel autobedrijven zijn nog sterk gericht op voertuigen met een verbrandingsmotor. Als juist die markt onder druk staat, kan het algemene beeld in de sector somber blijven. Dealers, garages en handelaren krijgen bovendien te maken met veranderende regelgeving, hoge voorraadkosten en een markt waarin consumenten kritischer kijken naar aanschafprijs, brandstofkosten en restwaarde.
De overgang naar elektrisch rijden zorgt dus niet automatisch voor meer vertrouwen bij iedereen in de sector. Voor sommige bedrijven biedt de verschuiving kansen. Voor andere betekent het juist aanpassing en onzekerheid.
Horeca blijft het meest negatief
Hoewel het vertrouwen breed is hersteld, blijven sommige sectoren duidelijk onder druk staan. De horeca kwam in juli uit op -19,5 en is daarmee een van de meest negatieve bedrijfstakken.
Dat past bij een sector die gevoelig is voor kosten en consumentengedrag. Horecaondernemers hebben te maken met hogere personeelskosten, inkoopprijzen, huur, energie en vaak ook personeelstekorten. Tegelijk kunnen consumenten bij economische onzekerheid sneller besparen op uit eten gaan, borrels of dagjes weg.
Ook landbouw, bosbouw en visserij blijft zeer negatief, met een stand van -21,0. In die sector spelen onzekerheid over regelgeving, opbrengstprijzen, kosten en toekomstperspectief al langer mee.
De bouw is eveneens nog negatief, maar verbeterde wel duidelijk. Het vertrouwen ging van -29,4 in april naar -12,8 in juli. Dat is nog geen sterke positie, maar wel een flinke beweging omhoog. De sector blijft afhankelijk van woningbouw, vergunningen, rente, stikstof en netcapaciteit.
Meer ondernemers zoeken zekerheid
Een belangrijk effect van onzekerheid is dat ondernemers hun bedrijf anders inrichten. Niet iedere ondernemer reageert door minder te doen, maar veel bedrijven proberen wel risico’s te verkleinen.
Dat kan op verschillende manieren. Sommige ondernemers kiezen voor kortere inkoopcontracten. Anderen houden extra liquiditeit aan, zodat zij tegenvallers kunnen opvangen. Ook wordt vaker gekeken naar alternatieve leveranciers, flexibele planning of het spreiden van risico’s.
Die aanpak kan bedrijven weerbaarder maken. Tegelijk kan het de economie ook afremmen. Als bedrijven minder investeren, groeit de productiviteit minder snel. Uitgestelde investeringen in personeel, machines, innovatie of verduurzaming kunnen later alsnog nodig zijn, maar dan mogelijk tegen hogere kosten.
Het herstel van vertrouwen betekent dus niet automatisch dat bedrijven meteen weer volop gaan investeren. Voor veel ondernemers is het vooral een signaal dat de paniek iets uit de markt is, niet dat alle zorgen weg zijn.
Regionale verschillen blijven bestaan
Ook regionaal loopt het vertrouwen uiteen. In Noord-Holland ligt het ondernemersvertrouwen met -1,7 relatief dicht bij neutraal. Noord-Brabant volgt met -3,3 en Utrecht en Zeeland komen uit op -4,0.
In Flevoland is het vertrouwen het laagst, met -12,2. Ook Drenthe blijft duidelijk negatief met -10,9. Zulke verschillen kunnen te maken hebben met de sectorstructuur in een provincie. Regio’s met veel zakelijke dienstverlening of ICT reageren anders dan regio’s waar landbouw, industrie, bouw of logistiek zwaarder wegen.
Voor ondernemers voelt de economie daardoor niet overal hetzelfde. Landelijke cijfers geven richting, maar de praktijk hangt sterk af van branche, regio, klantenkring en kostenstructuur.
Minder negatief is nog geen optimisme
De stijging van het ondernemersvertrouwen is belangrijk, maar moet voorzichtig worden gelezen. Een stand van -5,3 betekent dat er nog altijd meer negatieve dan positieve geluiden zijn. Het beeld is dus beter dan in april, maar nog niet sterk.
Dat past bij de bredere economische situatie. De Nederlandse economie groeit nog wel, maar niet uitbundig. Consumenten blijven gevoelig voor prijzen en bedrijven hebben te maken met hogere kosten, personeelsschaarste en onzeker beleid.
Toch is de omslag relevant. Ondernemers lijken minder bang voor een directe economische schok dan eerder dit jaar. De grote vraag is nu of dat vertrouwen de komende maanden verder herstelt, of dat nieuwe internationale spanningen, energieprijzen of handelsmaatregelen opnieuw druk zetten op het sentiment.
Voorlopig is vooral duidelijk dat ondernemers zich aanpassen. Ze blijven voorzichtig, maar kijken minder somber vooruit dan in het voorjaar.
Bronnen: NOS, Centraal Bureau voor de Statistiek en StatLine.