zaterdag, november 29, 2025
8.6 C
Groningen

Strengere DBA-handhaving zet zzp’ers én opdrachtgevers onder druk

Sinds de wet DBA in 2016 de oude VAR-verklaring verving, is de wereld van de zzp’er ingrijpend veranderd. Jarenlang bleef de impact van die wet in de praktijk beperkt door een handhavingsmoratorium, maar in 2025 is dat tijdperk definitief voorbij. De Belastingdienst handhaaft weer actief op schijnzelfstandigheid, er lopen boekenonderzoeken en gesprekken met organisaties, en tegelijkertijd daalt het aantal zzp’ers voor het eerst in jaren.

De combinatie van strengere controles, nieuwe wetgeving in de pijplijn en een krapper speelveld zorgt ervoor dat zzp’ers en opdrachtgevers zich opnieuw moeten positioneren. De tijd van vrijblijvende constructies ligt zichtbaar achter ons.

Van VAR naar DBA: waarom de overheid ingreep

In de jaren vóór de wet DBA groeide het aantal zzp’ers explosief. Nederland telde in korte tijd ruim een miljoen zelfstandigen zonder personeel. Voor veel mensen was dat een bewuste keuze: meer autonomie, zelf tarieven bepalen en opdrachten combineren. Voor bedrijven was de zzp’er een ideale flexibele schil rond de vaste bezetting.

Maar in sectoren als zorg, onderwijs, logistiek en bouw ontstond een andere realiteit. Steeds meer mensen werkten formeel als zelfstandig ondernemer, terwijl hun dagelijkse praktijk nauwelijks te onderscheiden was van een gewone baan. Eén opdrachtgever, vaste diensten, leidinggevenden die het werk aanstuurden en weinig tot geen ondernemersrisico. De discussie over schijnzelfstandigheid werd daarmee een politiek dossier.

De wet DBA moest daar verandering in brengen. Niet langer een eenzijdige verklaring van de zzp’er, maar gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer om de arbeidsrelatie juist te kwalificeren. Niet alleen het contract telt, maar vooral hoe er in de praktijk wordt gewerkt.

Jaren van grijs gebied: de periode van beperkt toezicht

Hoewel de wet DBA in 2016 inging, liep de uitvoering al snel vast. Veel opdrachtgevers vonden de grenzen tussen loondienst en ondernemerschap onduidelijk en waren bang voor naheffingen achteraf. Daardoor werden opdrachten stopgezet, of zzp’ers massaal naar payroll- of uitzendconstructies geduwd.

Om de arbeidsmarkt niet te verstoren, besloot de overheid tot een handhavingsmoratorium. De regels bleven formeel gelden, maar de Belastingdienst trad alleen hard op bij duidelijke kwaadwillendheid. In de praktijk ontstond een grijs gebied. Iedereen wist dat schijnzelfstandigheid een probleem was, maar structurele correctie bleef uit. Ondertussen groeide het aantal zzp’ers door.

2025: handhaving is geen theorie meer maar dagelijkse praktijk

Op 1 januari 2025 is die situatie gekanteld. Het moratorium is beëindigd en de Belastingdienst handhaaft weer volledig op schijnzelfstandigheid. Organisaties die mensen als zzp’er inhuren voor werk dat feitelijk in loondienst moet worden gedaan, kunnen weer gecorrigeerd worden. Over 2025 worden nog geen boetes uitgedeeld, maar er worden wel waarschuwingen gegeven en boekenonderzoeken ingesteld. Handhaving is dus niet iets waar je je ooit nog op moet voorbereiden, maar een werkelijkheid die dit jaar al voelbaar is.

De Belastingdienst werkt daarbij risicogericht. Sectoren en situaties waarin de kans op schijnzelfstandigheid groot is, krijgen extra aandacht. Denk aan langdurige inzet van één zelfstandige op een vaste plek, functies waarin de zzp’er in hetzelfde rooster meedraait als werknemers of opdrachten waar nauwelijks ondernemersrisico zichtbaar is. Ook organisaties die eerder signalen kregen over hun inzet van zzp’ers, kunnen inspecties verwachten.

Voor zzp’ers betekent dit dat de manier waarop zij nu werken onder een vergrootglas kan komen te liggen. Voor opdrachtgevers betekent het dat “we zien later wel” geen houdbare strategie meer is.

Cijfers uit 2025: voor het eerst minder zzp’ers

De effecten van die omslag zijn terug te zien in de cijfers. In het eerste kwartaal van 2025 is het aantal zzp’ers voor het eerst sinds 2013 gedaald. Volgens het CBS zijn er 28 duizend minder zzp’ers dan een jaar eerder en werken er nog ruim 1,2 miljoen mensen vooral als zelfstandige. Een deel van hen is gestopt, maar een groot deel is doorgeschoven naar andere vormen van werk, vaak als werknemer met een flexibele of vaste arbeidsrelatie.

Latere analyses laten zien dat de daling in de loop van 2025 doorzet en dat vooral groepen zzp’ers die met eigen arbeid werken onder druk staan. Technische beroepen, commerciële functies en dienstverlenende beroepen zien relatief veel stoppers en overstappers. Tegelijkertijd tonen onderzoeken aan dat er nog steeds nieuwe inschrijvingen bijkomen, maar dat ondernemerschap minder vanzelfsprekend de hoofdactiviteit is. De stroom zzp naar flex en vast is duidelijker zichtbaar geworden.

Zzp’ers in 2025: kritischer op hun eigen ondernemerschap

Doordat handhaving nu in volle gang is, stellen veel zzp’ers kritischer vragen aan zichzelf dan een paar jaar geleden. Ben ik niet te afhankelijk van één opdrachtgever. Lijk ik in de praktijk niet te veel op een gewone werknemer, met vaste werktijden, een leidinggevende en inbedding in een team. Loop ik echt ondernemersrisico, bijvoorbeeld door te investeren in eigen materiaal, opleidingen of marketing. En past mijn tarief bij de zelfstandige verantwoordelijkheid die ik draag, of zit ik in een segment waar de politiek juist extra scherp naar kijkt.

In de zorg zie je bijvoorbeeld dat zelfstandigen vaak bewust meerdere opdrachtgevers combineren en duidelijk afspreken welke ruimte zij hebben in de organisatie van hun werk. In de bouw zijn er zzp’ers die investeren in eigen gereedschap en personeel, maar ook mensen die vooral als extra paar handen meedraaien op één project. Juist die laatste groep loopt door de huidige handhaving meer risico.

Voor veel zelfstandigen is 2025 daarom een moment om het fundament van hun bedrijf tegen het licht te houden. Niet alleen juridisch, maar ook strategisch: wil ik echt als ondernemer verder, heb ik een eigen profiel in de markt en durf ik zo nodig nee te zeggen tegen opdrachten die te veel op loondienst lijken.

Opdrachtgevers: van gemak naar beleid

Minstens zo groot is de beweging aan opdrachtgeverskant. Waar zzp-inhuur jarenlang vooral een praktische oplossing was voor krapte, wordt het nu een strategisch en juridisch onderwerp. Organisaties brengen hun flexibele schil in kaart en maken onderscheid tussen functies die nog via zelfstandigen kunnen en functies die standaard in loondienst moeten.

In veel bedrijven zie je dezelfde stappen terugkomen. Langdurige inhuur op structurele functies wordt afgebouwd of omgezet in arbeidsovereenkomsten. Projectmatige, specialistische opdrachten blijven wel beschikbaar voor zzp’ers, maar worden strakker gedefinieerd op resultaat, tijd en zelfstandigheid in de uitvoering. Interne richtlijnen beschrijven bijvoorbeeld hoeveel jaar iemand als zzp’er voor dezelfde organisatie mag werken of hoeveel uren per week nog passend zijn bij ondernemerschap.

Omdat er over 2025 nog geen boetes worden opgelegd, ontstaat er een soort “zachte landing”. Bedrijven die aantoonbaar stappen zetten, krijgen de ruimte om hun beleid op orde te brengen. Maar duidelijk is dat die ruimte niet eindeloos is. De lijn van overheid en toezichthouders is dat schijnzelfstandigheid echt moet worden teruggedrongen.

VBAR en het rechtsvermoeden: de volgende stap na DBA

Terwijl de Belastingdienst handhaaft op de bestaande wet DBA, werkt de politiek aan een nieuw wettelijk kader: de Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, kortweg VBAR. Dit wetsvoorstel ligt sinds juli 2025 bij de Tweede Kamer en moet duidelijker vastleggen wanneer iemand in dienst van een ander werkt en wanneer opdrachten als zelfstandige kunnen.

Een belangrijk element is het arbeidsrechtelijk rechtsvermoeden op basis van het uurtarief. In toelichtende documenten wordt gerekend met een uurbedrag rond de 32 euro in prijzen van 2023, terwijl in politieke communicatie vaak 36 euro per uur wordt genoemd als richtinggevend bedrag. Onder dat niveau krijgt een werkende straks een sterkere positie om te stellen dat hij of zij eigenlijk werknemer is. De bewijslast verschuift dan richting opdrachtgever.

Voor de praktijk betekent dit dat tarief, zelfstandigheid en onderhandelingspositie nog nadrukkelijker aan elkaar gekoppeld worden. Een relatief laag tarief, weinig autonomie en geen zichtbaar ondernemersrisico is in dit toekomstige kader nauwelijks nog als zzp-constructie te verdedigen.

De komende jaren: minder grijs, meer keuzes

Alles bij elkaar zorgt de ontwikkeling sinds de wet DBA, en vooral de volledige handhaving vanaf 2025, voor een duidelijke trendbreuk. Het aantal zzp’ers groeit niet meer vanzelf, schijnconstructies worden actiever gecorrigeerd en nieuwe regels zoals VBAR gaan de grens tussen loondienst en ondernemerschap verder uitkristalliseren.

Voor echte zelfstandige ondernemers blijft er ruimte. Sterker nog, wie meerdere opdrachtgevers heeft, zichtbaar eigen keuzes maakt in de organisatie van het werk, investeert in zijn bedrijf en een tarief hanteert dat past bij die verantwoordelijkheid, kan juist profiteren van meer duidelijkheid. Voor opdrachtgevers is de uitdaging om hun flexibele schil zo vorm te geven dat die juridisch klopt en tegelijk aantrekkelijk blijft voor talent.

De rode lijn is helder: de vrijblijvendheid van het vorige decennium maakt plaats voor een arbeidsmarkt waar helderheid, transparantie en bewuste keuzes centraal staan. Zzp’ers en organisaties die hun positie nu scherp neerzetten, hebben de beste papieren om in die nieuwe werkelijkheid verder te groeien.

Bronnen: CBS, Rijksoverheid, Belastingdienst, Kamerstukken VBAR, FNV Zzp, Zipconomy, ZzpNieuws

Recente publicaties

Smart Delta versterkt infrastructuur en veiligheid met datagedreven tools

Wie denkt dat geavanceerde mappingtechnologie vooral wordt ontwikkeld door...

Woningbouw krijgt opnieuw prioriteit op het volle stroomnet

De druk op het Nederlandse elektriciteitsnet blijft toenemen en...

Relatie en resultaat bepalen succes van samenwerken 

In Familiehotel Paterswolde kwamen noordelijke ondernemers samen voor een...

Bitcoin blijft onderwerp van gesprek in een snel digitaliserende economie

Wie de afgelopen jaren het economische nieuws een beetje...

Nederland stuurt op duurzame digitalisering met nieuw actieprogramma

Wie de ontwikkelingen van de afgelopen jaren volgt, ziet...

Gerelateerde artikelen