zaterdag, januari 31, 2026
1.3 C
Groningen

Economische impact regeerakkoord VVD, D66 en CDA

Het nieuwe regeerakkoord van VVD, D66 en CDA is geen document van grote slogans, maar van duidelijke keuzes. De drie partijen vormen samen een minderheidskabinet en dat is voelbaar in de toon: ambitieus, maar voorzichtig geformuleerd. Wat er ligt, is een richting. Geen radicale koerswijziging, wel een herijking van hoe Nederland de komende jaren met zijn economie wil omgaan.

De kern is helder. Er wordt geïnvesteerd in veiligheid, in innovatie en in het versterken van de economische positie van Nederland. Tegelijkertijd moet de begroting houdbaar blijven. Dat betekent dat iedere extra uitgave gepaard gaat met een tegenvraag: waar wordt dit van betaald?

Voor wie buiten Den Haag staat, draait het minder om de politieke constructie en meer om de praktische uitwerking. Wat verandert er straks voor bedrijven, voor werknemers en voor huishoudens die hun maandelijkse lasten al scherp in de gaten houden?

Meer geld naar defensie, minder ruimte elders

Een van de meest opvallende keuzes is de structurele verhoging van de defensie-uitgaven. In een tijd waarin geopolitieke spanningen de internationale agenda domineren, wil Nederland nadrukkelijker investeren in militaire capaciteit en technologische ontwikkeling.

Dat is niet alleen een veiligheidsvraagstuk. Extra defensie-uitgaven betekenen ook economische activiteit. Innovatieprojecten, productieopdrachten en samenwerkingen met technologiebedrijven kunnen sectoren versterken. Maar het geld komt niet uit het niets. De begroting kent grenzen en hogere uitgaven vragen om herschikking of aanvullende inkomsten.

Dat maakt de economische impact tweezijdig. Wat aan de ene kant een impuls geeft, kan elders tot terughoudendheid leiden.

Belastingen en koopkracht blijven bepalend

In het fiscale hoofdstuk van het regeerakkoord zit geen grote verrassing, maar wel een reeks aanpassingen die samen bepalend zijn voor koopkracht. Het kabinet zoekt naar een balans tussen het financieren van investeringen en het voorkomen van te grote druk op middeninkomens.

Voor huishoudens gaat het uiteindelijk niet om losse percentages, maar om het totaalplaatje. Wat verandert er onderaan de streep? Worden stijgende lasten gecompenseerd, of verschuift het evenwicht?

In een economie waar vertrouwen een belangrijke rol speelt, is die perceptie minstens zo belangrijk als de exacte berekening.

Arbeidsmarktbeleid in een andere context

De arbeidsmarkt ziet er anders uit dan enkele jaren geleden. Vacatures nemen af en bedrijven zijn voorzichtiger met uitbreiden. Juist in die context kiest het kabinet voor aanpassingen in sociale zekerheid en werkloosheidsregelingen, met meer nadruk op snelle herintreding.

Dat beleid kan effectief zijn wanneer de economie aantrekt, maar vraagt zorgvuldigheid wanneer groei minder vanzelfsprekend is. Werkgevers zoeken stabiliteit en voorspelbaarheid, werknemers zoeken zekerheid. De spanning tussen die twee is niet nieuw, maar krijgt nu een andere lading.

Omdat het kabinet geen vaste meerderheid heeft in de Eerste Kamer, zullen deze voorstellen bovendien onderwerp worden van onderhandeling. De uiteindelijke vorm kan daardoor afwijken van wat nu op papier staat.

Woningmarkt als stille economische factor

Tussen de grotere begrotingskeuzes door staat ook de woningmarkt nadrukkelijk op de agenda. Meer bouwen en snellere procedures moeten het tekort verkleinen. Dat klinkt technisch, maar raakt direct aan economische dynamiek.

Wanneer woningen schaars en duur zijn, remt dat mobiliteit. Mensen verhuizen minder snel voor werk en bedrijven hebben moeite om personeel aan te trekken. Andersom kan een soepelere woningmarkt economische beweging versterken.

Of die versnelling daadwerkelijk plaatsvindt, hangt minder af van ambities en meer van uitvoering. Gemeenten, bouwers en investeerders bepalen samen of plannen werkelijkheid worden.

Investeren in wat later rendeert

Een minder zichtbaar maar cruciaal onderdeel van het regeerakkoord zit in investeringen in onderwijs en innovatie. Die leveren niet morgen resultaat op, maar bepalen wel hoe sterk de economie over vijf of tien jaar staat.

De coalitie kiest ervoor om daar ruimte voor vrij te maken, ondanks begrotingsdruk. Het idee is dat concurrentiekracht uiteindelijk voortkomt uit kennis en productiviteit, niet alleen uit belastingtarieven.

Het is een lange termijn inzet, waarvan het succes pas later zichtbaar zal worden.

Minder zekerheid, meer richting

Wat dit regeerakkoord vooral laat zien, is dat Nederland zich in een overgangsfase bevindt. De acute crisisjaren liggen achter ons, maar volledige economische rust is er niet. Internationale ontwikkelingen blijven invloed uitoefenen op handel, energieprijzen en groei.

Het kabinet kiest daarom niet voor grote experimenten, maar voor een combinatie van investeren en beheersen. Of dat voldoende is om groei vast te houden en koopkracht te beschermen, zal de praktijk moeten uitwijzen.

Voor ondernemers en huishoudens betekent het in ieder geval dat 2026 geen jaar van stilstand wordt. De economische spelregels schuiven, soms subtiel, soms merkbaar. En zoals vaker in Den Haag zal niet alleen het akkoord zelf, maar vooral de uitvoering bepalen hoe die veranderingen uiteindelijk worden gevoeld.

Bronnen: NOS, Reuters, Rijksoverheid

Recente publicaties

Arbeidsmarkt in beweging door aanhoudende daling vacatures

De Nederlandse arbeidsmarkt laat opnieuw een daling van het...

Pensioenuitkeringen omhoog: meer koopkracht voor gepensioneerden in 2026

Voor veel gepensioneerden begint 2026 met een meevaller. De...

Uitzendbranche verandert: steeds meer buitenlandse werkenden in Nederland

Wie vandaag een distributiecentrum, bouwplaats of productielijn binnenloopt, ziet...

Warmtepompmarkt groeit, maar tempo blijft achter bij klimaatdoelen

De warmtepompmarkt in Nederland laat opnieuw groei zien, maar...

Nederland leunt zwaar op Amerikaanse tech: hoe afhankelijk zijn we echt?

Wie ’s ochtends zijn e-mail opent, een Teams-vergadering start...

Gerelateerde artikelen